Wat kan ik doen?
Soms zie je signalen bij iemand in je omgeving die bezorgdheid op kunnen wekken. Wanneer het langer duurt en mensen krijgen er last van, wil je als omgeving graag helpen. Bijvoorbeeld omdat de klachten van de ander niet alleen zijn of haar functioneren beinvloeden, maar dat ook van de directe omgeving. Als een jongere de hele dag op de bank voor de tv ligt, heeft dat gevolgen voor zijn schoolopleiding. Als ouder zul je hem proberen te activeren. Maar het hindert ook de dagelijkse gang van de andere familieleden.
Vraag aan de patiënt waar hij last van heeft. Het kan gebeuren dat hij of zij de klachten anders omschrijft. Het kan helpen om samen de formulering te vinden, waarmee de patiënt hulp wil en kan vragen.
Geef iemand de tijd om zelf tot een oplossing te komen.
Vraag aan belangrijke mensen om de patiënt of zij ook deze of andere signalen zien.
Zoek naar informatie die u verder kan helpen.
Noteer in een dagboek alles wat u opvalt en wat u meemaakt. Uw aantekeningen liefst zo feitelijk mogelijk, kunnen een bron van informatie zijn als het komt tot een crisis of bij het zoeken naar hulp.
Aandacht voor uzelf
1. Ga actief aan de slag
Het is nogal wat als je familielid een probleem krijgt. Zeker als het een aandoening is die langer duurt of veel gevolgen heeft voor u of uw gezin. Gun uzelf de gelegenheid om uw ervaringen en verdriet te verwerken, ook al zou u het liefst willen ontkennen wat er gebeurd is. Stop het dus niet weg, maar ga er actief mee aan de slag. In de eerste plaats met de andere gezinsleden; zij hebben tenslotte hetzelfde meegemaakt als u. Bovendien hebt u elkaars steun hard nodig.
Respecteer dat ieder het op zijn eigen manier beleeft.
Aarzel niet om ook extern hulp te zoeken. Hulpverleningsinstellingen en familieledenorganisaties verzorgen geregeld bijeenkomsten. Er zijn bijeenkomsten speciaal voor ouders, voor partners, voor broers/zussen en voor 'kinderen-van'. Voor jongere kinderen organiseren sommige RIAGG's aparte bijeenkomsten (de zogenaamde KOPP-projecten).
2. Zoek geen schuldige;
Niemand is gebaat bij het aanwijzen van een schuldige - als die er al zou zijn. Het heeft dus geen zin om de schuld bij uzelf of bij anderen te zoeken.
3. Kom voor uzelf op
Niemand is ermee geholpen als u niet meer vooruit kunt. Cijfer uzelf dus niet weg, stel grenzen, en probeer dingen te blijven doen waar u plezier in hebt.
