Avondje Ypsilon
Hoe besteed je de laatste gespreksavond van het jaar als je weet dat veel familieleden een benauwde tijd tegemoet gaan? De groep Hoorn besloot tot een wat andere aanpak dan gebruikelijk. Geen inleiders dit keer, geen rondje waarin iedereen vertelt wat er de afgelopen tijd is voorgevallen. De groep nodigde tal van hulpverleners uit om als gast deel te nemen aan de laatste gespreksavond en op ongedwongen wijze met elkaar van gedachten te wisselen. Twee aanwezigen, een hulpverlener en een familielid, doen beurtelings verslag van een bijzondere avond.
Bij de post zit een uitnodiging van Magda Frandsen, groepsleidster van de Ypsilonafdeling Hoorn e.o. / Westfriesland. Een uitnodiging voor het bijwonen van een Ypsilonavond.
De laatste zinnen van de uitnodiging luiden als volgt.
(...) opnieuw uit te nodigen, maar nu als gast op onze laatste, feestelijk en speels getinte, Ypsilonavond van dit jaar (...). Het accent zal dan niet zozeer liggen op het contact tussen professionals en lotgenoten, maar op dat tussen mensen zoals en wie zij zijn. Mensen zoals u en wij. Komt u? Brengt u ook collega's mee?
Daar moet ik even over nadenken: ...mensen zoals en wie zij zijn...
Op 10 december zal ik van de partij zijn.
Als ik binnenkom in het zaaltje van het Hoornse dienstencentrum zijn er al wat mensen. Van een aantal weet ik nog niet wie zij zijn, maar dat zal, gezien de bedoeling van de bijeenkomst, wel veranderen vanavond. Gelukkig ook een aantal bekenden en tamelijk veel collega's die kennelijk ook het menselijke niet schuwen.
Ik ga naast Tineke Praamsma zitten, al heel lang Ypsilon-belangen-vrouw en tegen wie ik altijd mevrouw zeg. Steevast wordt mij dan voorgehouden om Tineke te zeggen. Vanavond zeg ik het meteen goed. Je hebt soms van die avonden. De hoge tafels zijn opgesteld in een losse cirkel. Gedempt licht, het is per slot bijna kerst. Eerst koffie en wat informele praat. Toch heerst er een zekere gespannen afwachting. De groep is langzaam gegroeid tot ongeveer zestien mensen. Ik kijk nog eens onopvallend de kring rond en fantaseer wat bij de mensen die ik niet ken. Zouden ze een zoon of dochter...? Nee, vast een zoon. Staat die vrouw er alleen voor of...? Moet ik haar eigenlijk niet kennen? Ze spreekt immers over haar zoon wiens naam ook in de cliëntenbespreking van mijn team geregeld ter sprake komt...
Magda heet iedereen van harte welkom. Ze legt in het kort de bedoeling van deze avond uit. Kerstfeest gaat meestal gepaard met glamour en glitter. Damesbladen als Libelle en Margriet maken het tot het ultieme familiefeest. Maar wat komt daar in onze praktijk van terecht?
De aanwezige familieleden wordt gevraagd naar hun invulling van deze dagen. Hoewel de beelden die door reclame worden opgeroepen schrijnend zijn voor deze groep, hopen de meeste aanwezigen toch de feestdagen met hun zieke kind of partner te kunnen doorbrengen. Natuurlijk blijven alle mogelijke nare situaties toch in het achterhoofd spelen. Dat andere kinderen dan wegblijven bijvoorbeeld. Maar verder is het vooral afwachten hoe het zal lopen. Ook de hulpverleners wordt gevraagd wat zij zich van de dagen voorstellen. En al ligt de situatie anders, ook zij moeten grenzen stellen om te voorkomen dat ze geleefd worden door familie, vrienden en kennissen. Ook voor hen is het afwachten of kinderen thuiskomen om samen Kerst te vieren en ook zij moeten hun kinderen de ruimte geven.
De hulpverleners krijgen het verzoek om een advies te formuleren dat zou kunnen helpen om de kerstdagen op een plezierige manier door te brengen. Goede raad is duur! Veel ideeën komen neer op zaken als, niet te veel verwachten, ruimte nemen voor jezelf en grenzen stellen.
Dan pauze met glühwein, frisdrank en zoutjes.
Ter voorbereiding op het speelse deel van de avond wordt gevraagd om een waxinelichtje in een servet te verpakken en daar een lukraak gepakt kaartje aan te bevestigen. Op het kaartje staat een woord waarop het prettig associëren is. Alle ingepakte en van een kaartje voorziene waxinelichtjes gaan weer in een mandje en iedereen moet er nu opnieuw een pakken.
Ik mag als eerste. Goddank, ik heb "HUMOR". Ik vertel wat er in mij opkomt en aan het eind lacht iedereen op gedempte toon. Er is al een beetje een advent-sfeer ontstaan doordat het licht uit is en de kaarsjes flakkeren.
De kringgenoten vertellen over hun woorden. Vertrouwen, vrijheid, verwachting, betrokkenheid, eerlijkheid en hoop. Van alles komt voorbij. Er is, mede door de wijze waarop Magda de groep leidt, grote aandacht voor elkaars gedachten en ervaringen. Soms uitvoerig toegelicht, soms heel beknopt gehouden. In korte tijd geeft de aanpak een scherp beeld over de persoon die aan het woord is. Ik merk dat ik het prettig vind om nu eens niet als 'deskundige' temidden van een groep 'lotgenoten' te zitten maar gewoon als medemens.
Opeens is het niet meer zo erg om geen antwoord te hebben en geen advies waar de deskundige lotgenoten wat aan hebben.
Tot slot leest Magda bij het licht van alle aangestoken waxinelichtjes een verhaal voor van Guusje Silver. Ook zij had een ziek kind. Het verhaal begint in haar kinderjaren, met het optuigen van de kerstboom. En hoe ze later dezelfde kerstversiering in de kerstboom van haar eigen gezin hangt. Inclusief het engeltje met de ooit mysterieuze woorden 'In excelsis deo'. Hoe ze genoot van de stralende kinderogen. Hoe dit engeltje een vleugeltje brak, maar toch werd gebruikt. Hoe er vervolgens een zware Kerst kwam en de versiering inclusief de engel werd opgeborgen op zolder. Maar hoe ze op een keer bij het opruimen de engel weer tegenkwam en haar zoon als het ware hoorde zeggen 'De goede herinneringen blijven'. Voor haar betekenden de woorden 'In excelsis deo' vanaf toen 'Het vereren van mensen die hulp hebben geboden: familie, vrienden, kennissen, buren, hulpverleners'.
Om half tien werd de avond afgesloten, maar bleven de aanwezigen om nog wat na te praten. "Zoiets ongedwongens zou eigenlijk twee keer per jaar moeten plaatsvinden", constateerde een van de hulpverleners. Eindelijk hebben we elkaar, hulpverleners en familie, eens op een andere manier meegemaakt: als mens.
Herman Peters
Lotte van Beers






kennis
(nog) geen diagnose

organisatie
service