Enige ziekenhuis krijgt voor het eerst moderne medicijnen

 

Belangenbehartigster sticht Ypsilon Suriname

 

"Er komen er nog meer, Juanita, er komen er nog meer!" had de man bij de deur geroepen. Met stijgende verbazing en vreugde hadden hij en Juanita Slengard aangezien hoe de opkomst bleef groeien. Ze hadden gerekend op vijf, tien, hooguit twintig mensen. Het werden er meer dan zestig. "Dat laat zien dat er behoefte aan is, dat er te weinig gebeurt en dat men verbetering wil van de situatie voor zieke familieleden", verklaarde Slengard een dag later voor de Surinaamse televisie. De oprichting van Ypsilon Suriname is een feit.

Het kost Juanita Slengard maar weinig moeite om het sombere beeld te schetsen van het enige APZ dat Suriname rijk is. 'Ten hemel schreiend', kwalificeert de Rotterdamse belangenbehartigster van Surinaamse afkomst het ziekenhuis. "Het is er verveloos en troosteloos. Op de verblijfsafdeling zitten mensen achter hekken met een kettingslot. Een andere vleugel doet dienst als gevangenis en er zit dus van alles tussen. Er is niets te doen, mensen zitten maar te zitten."

Ze was er al eerder even geweest, jaren daarvoor, toen haar zoon niet goed reageerde op Haldol. "Hij kreeg hartkloppingen, was zo stijf als een plank. Ik heb hem naar het ziekenhuis gebracht, waar hij een tegen-injectie kreeg. Zodoende had ik iets van de binnenkant gezien. Het is sindsdien niets veranderd."

Op zoek naar betere medische faciliteiten stuurde Slengard in '92 haar zoon naar zijn zus in Nederland. Zelf volgde ze een jaar later, gewapend met een medische verklaring waarin ze voor het eerst las dat haar zoon leed aan 'paranoïde schizofrenie'. Ook de oorzaak stond erbij: zijn 'dominante moeder'.

Televisie
Oktober 1997. Voor de Surinaamse televisie vertelt Juanita Slengard dat ze erover denkt om in Suriname een familievereniging te starten. Ze vertelt dat ze in Nederland in contact is gekomen met Ypsilon, waar ze deelnam aan de Rotterdamse gespreksgroep. Inmiddels heeft ze trainingen gevolgd als belangenbehartigster en is er vast van overtuigd dat Suriname zijn eigen Ypsilon nodig heeft.

 

Bij terugkomst in Nederland zoekt ze contact met het landelijk bureau en met Ypsilonoprichtster Ria van der Heijden, die ze kent van de gespreksgroep. Ria van der Heijden was meteen enthousiast: "Ik zei gelijk: 'Ga er nog maar een keer naar toe. Maar ik wil dat je je komst voorbereidt. Er moet een zaaltje zijn, mensen moeten weten dat je komt, radio en tv moeten op de hoogte zijn.'" Met het geld van de stichting Ypsilon Patiëntenzorg kon ze de vliegreis wel voorschieten.

Zelf zat Van der Heijden ook niet stil. Ze had bedacht dat het goed zou zijn als Slengard bij haar volgende bezoek medicijnen zou kunnen meenemen. Moderne medicijnen van de tweede generatie kende 's Lands Psychiatrische Inrichting (LPI) niet, ze waren in Suriname ook niet geregistreerd.

Op haar verzoek legde Ypsilonmedewerker Bas van Raay contact met drie farmaceutische bedrijven met de vraag of zij bereid waren dit soort medicijnen mee te geven om een half jaar lang vijftig patiënten te kunnen voorzien. Janssen-Cilag, de maker van Risperdal, stemde toe.

Alles en iedereen werd ingeschakeld om ervoor te zorgen dat de medicijnen hun bestemming ook konden bereiken, variërend van een douanier in de gespreksgroep van Rotterdam tot het kabinet van de Surinaamse president. Uiteindelijk zou Slengard een dag voor haar vertrek een fax ontvangen dat de zending akkoord was bevonden.

In de tussentijd hadden Van der Heijden en Slengard ook contact gezocht met Leen Joele, eerste geneeskundige van PC Bloemendaal. Via de Bennekomse Groep, een bundeling van diverse GGZ-instellingen, maakte ook hij zich al lange tijd sterk voor Suriname. Ypsilon had hem in oktober nog vijfduizend gulden geschonken nadat ze de Ereprijs van het NFGV had toegekend gekregen. Dat geld kon nu goed worden gebruikt, vond ook Joele. Met zijn eigen activiteiten had hij nog niet veel kunnen bereiken, omdat hij het 'van bovenaf' had geprobeerd en op de nodige barrières was gestuit. Het initiatief van Slengard kwam echter 'van onderaf' en bood een redelijke kans van slagen.

Ter ondersteuning kreeg Slengard daarnaast nog een brief mee van Rembrand Zuiderhout, directeur van het inmiddels gefuseerde Rotterdamse BAVO-ziekenhuis. De brief was bestemd voor Edwin Bergen, een van de drie psychiaters die werkzaam is in het Surinaamse APZ. Bergen had destijds onder Zuiderhout zijn opleiding gehad in het psychiatrisch ziekenhuis Endegeest.

Strak programma
Maart 1998. Met stapels informatie en een bijzonder strak programma voor de boeg stapt Juanita Slengard in het vliegtuig naar Suriname. Met geld uit de patiëntenpot van Ria van der Heijden heeft ze dan al een advertentie laten zetten ter aankondiging van de eerste informatiebijeenkomst. Ze zal er in de paar dagen dat ze in Suriname is twee organiseren: één algemene bijeenkomst voor alle geïnteresseerden en één voor uitsluitend familieleden.

 

Alsof het was voorbestemd raakt ze nog tijdens de vlucht in gesprek met een vrouw die als verpleegkundige blijkt te werken op de AMC-afdeling van Don Linszen. Ook zij zegt toe aanwezig te zullen zijn op de eerste bijeenkomst.

Al op de tweede dag van haar bezoek overhandigt Slengard met een officieel tintje de geschonken medicijnen aan een vergulde psychiater Edwin Bergen. De Surinaamse psychiaters, die haar nog kennen van vroeger, zijn onder de indruk van wat Slengard in zo'n korte tijd heeft bewerkstelligd. Later leidt directeur Reder haar rond door het LPI-gebouw. Nu ze weet hoe het in Nederland kan, constateert ze hoe slecht het gesteld is in haar geboorteland.

Een ruimte met een vergeeld bordje 'arbeidstherapie' is volgestouwd met kapotte bedden. Er komen wel patiënten voor dagbehandeling, die hun dag doorbrengen met bomen snoeien, harken en het terrein schoonmaken. Anderen komen alleen voor hun pillen, verstrekt in een plastic zak zonder bijsluiter. Ook de familieleden die veelal hun patiënten thuis verzorgen, worden nergens over geïnformeerd. Voor hen is opname in het LPI een gemakkelijk dreigmiddel wanneer de patiënt zijn medicijnen wil laten staan.

Taboe
De informatiebijeenkomst wordt een doorslaand succes. Familieleden hebben zich niet laten afschrikken door het taboe op schizofrenie dat in Suriname nog veel groter is dan in Nederland. Ook verpleegkundigen uit het LPI zijn aanwezig en hulpverleners van het Medisch Opvoedkundig Bureau. Met psychiater Edwin Bergen heeft Juanita Slengard de afspraak gemaakt dat hij bij de tweede bijeenkomst een praatje zal houden. De enorme opkomst doet hem besluiten dat hij niet zo lang kan wachten. "De zaal is te vol om zomaar weg te lopen", zegt hij tegen Slengard.

 

Twee dagen later komen de familieleden opnieuw, nu voor een besloten bijeenkomst. Eindelijk hebben ze de gelegenheid om hun hart te luchten en jaren opgekropte spanning te laten gaan. Ze zijn vastbesloten door te gaan na deze bijeenkomst en besluiten ter plekke een verenigingsbestuur te vormen. Juanita Slengard, die als voorbeeld al de statuten van de Nederlandse Ypsilon meehad, blijft hun vertegenwoordiger vanuit Nederland. Geen van de aanwezigen twijfelt er ook aan hoe de club moet gaan heten: Ypsilon, naar het Nederlandse voorbeeld.

Een paar dagen later zit een van de bestuursleden al met Slengard bij de inspectie, die toezegt dat ze Risperdal zal registreren in de 'Medicijnklapper' zodra de LPI daar schriftelijk om verzoekt. Huiswerk dus voor de behandelaar van de LPI, zoals er vast nog wel meer zal volgen de komende tijd.

Bert Stavenuiter

Bron: Ypsilon Nieuws, april 1998/Copyright: Redactie Ypsilon Nieuws


Laatste bewerking: 22-09-2008 12:04