Speech bij aanbieding Witboek en petitie aan de kamercommissie van VWS
De visie van The return of the parents
Wie vormen The return of the parents
18 mei 2006
Vijftien verenigingen van ouders van een kind met een handicap, van familieleden
die zich sterk maken voor een familielid met een stoornis of beperking, hebben
elkaar gevonden. Ouders, broers en zussen van mensen die niet of onvoldoende
in staat zijn voor zichzelf op te komen; vanwege het feit dat het kinderen
zijn, of vanwege hun beperkingen. Zij vormen met elkaar een gelegenheidscoalitie
onder de naam “the return of the parents”. Wij komen onder anderen
op voor mensen met neurocognitieve stoornissen, verstandelijke en lichamelijke
beperkingen.
Wat bracht ons bij elkaar?
Het hartverwarmende debat dat uw kamercommissie had met dhr. Hoogervorst op
8 februari. Of eigenlijk de barre brief van de minister en de (voor ons)
hartverwarmende wijze waarop u daarover de minister onderhield. U brak een
lans voor de positie van onze verenigingen, u brak daarmee een lans voor
die mensen die ons ter harte gaan, die het zonder hun vertegenwoordigers
in deze samenleving niet zouden redden.
Wat wij gedaan hebben is in een Witboek verhalen verzameld die
illustreren wat onze verenigingen doen en hoe belangrijk dat voor mensen met
een handicap kan zijn. In het boek worden verhalen verteld van ouders van wie
het drama van het krijgen van een kind met een beperking, hanteerbaar werd
toen zij de juiste informatie kregen, toen zij met andere ouders in contact
kwamen. In het boek worden verhalen verteld van broers en zussen voor wie een
heleboel problemen op hun plek vielen, toen zij in contact kwamen met lotgenoten.
Hoe verwanten de handen in een slaan om voorzieningen gerealiseerd te krijgen
die voor hun broer of zus van essentieel belang zijn.
De 15 verenigingen hebben zich verdiept in de plannen van de minister en het
fonds PGO met betrekking tot de financiering van de patiënten- en gehandicapten
beweging. Gezamenlijk komen we tot vier onderwerpen, vier elementen uit de
regeling waar wij allemaal hetzelfde tegenaan kijken. Ik noem ze u graag:
- Daar waar het kan is het terecht dat mensen met een beperking zelf voor
hun zaak opkomen. Maar er is en blijft een groep mensen voor wie het een
zegen is dat er ouders, broers, zussen zijn die zich voor hen sterk willen
maken. Dat moet in de financieringssystematiek van de overheid erkend worden. Verenigingen
van ouders en verwanten moeten erkend blijven als belangenbehartigers van
mensen met een handicap of stoornis. En dus ook in die rol subsidiabel zijn
voor de overheid. De brief van de minister van afgelopen vrijdag gaat hierin
volledig mee. Hij heeft het licht gezien.
- De financiële middelen voor de 3e partij staan in geen verhouding
tot het belang dat deze organisaties hebben en moeten houden. Er moet een “Hoogervorst
norm” komen voor welk deel van de zorgmiddelen voor de 3e partij beschikbaar
is. Meedoen, eigen verantwoordelijkheid, evenwicht in de krachten tussen
partijen zijn loze kreten als de 3e partij het met een fooi moet doen. Dat
zegt u ook niet tegen de zorgverzekeraars en de aanbieders. Die hebben allemaal
een prachtige infrastructuur die betaald wordt uit uw en onze AWBZ- en Zorgverzekeringspremie.
Van ons lijkt gevraagd te worden zowel díé infrastructuur te
betalen uit onze premies, alsook onze eigen organisaties, maar dan uit contributies.
Wij stellen voor om 5 promille van het zorgbudget jaarlijks voor de
3e partij beschikbaar te hebben.
- Gehandicapt zijn werkt door in alle aspecten van het leven. In het hebben
van werk of een uitkering, in het volgen van onderwijs, in de toegankelijkheid
van de samenleving. Natuurlijk ook in de zorg en ondersteuning die onze kinderen,
broers en zussen nodig kunnen hebben. Sterker nog, die zaken zijn onlosmakelijk
met elkaar verbonden. Levens opknippen in een departementale indeling is
zoeken naar problemen. Er is geen enkele evaluatie of onderzoek dat aantoont
dat het beter is de financiering van de belangenbehartiging op de verschillende
levensterreinen, van schotten wordt voorzien. Het roept bureaucratie op en
verzwakt onze organisaties. Wij stellen dat wij levensbreed moeten kunnen
blijven werken.
- Het geconfronteerd worden met een handicap confronteert mensen met existentiële
vragen. Vragen die alles te maken hebben met hoe je in het leven staat, met
je identiteit. Vragen die niet los staan van je levensvisie. Vragen die dus
niet ‘neutraal’ zijn. De minister gaat er in zijn brief van afgelopen
vrijdag aan voorbij dat activiteiten als lotgenotencontact en voorlichting
dan wel het zelfde kunnen héten, maar een heel andere inhoud kunnen
hebben, en daarom niet ‘overlappend’ zijn. Wij verwachten van
de kamercommissie dat ze zal eisen dat de minister ook verenigingen blijft
subsidiëren die zogenaamde overlappende activiteiten uitvoeren.
In de brief van de minister van afgelopen vrijdag wordt aan 3 van deze 4 onderwerpen
aandacht besteed. De minister verwijt min of meer zijn voorgangers en de eerdere
2e kamerleden dat de financiering van de beweging willekeurig is ontstaan en
gegroeid. Daarmee geeft hij toe dat het bedrag dat voor de beweging beschikbaar
is, een willekeurig bedrag is. Maar hij doet daaraan niets. De dapperheid waarmee
hij afstand neemt van het verleden is wel erg situationeel: hij neemt de omvang
van de totale financiering gewoon over zonder daar enig argument voor te noemen.
Zijn voorstellen strekken niet verder dan het herverdelen van de armoede van
de 3e partij. De minister heeft het zelfs niet nodig gevonden de brief die
wij met zijn 15en daarover schreven te beantwoorden. Wij vroegen hem om een
gesprek, maar kregen “No reply”. Opnieuw zullen wij dan ook op
u als kamercommissie moeten rekenen.
Wij bieden uw kamercommissie met overtuiging ons kleurrijke witboek aan. Het
werk, de functie en de noodzaak van het werk van onze organisaties zal bij
het lezen van het boek nog eens onderstreept worden.
Wij bieden u bovendien en petitie aan waarin wij onder woorden brengen wat
wij de kamer commissie verzoeken. In essentie gaat het daarbij om de 4 elementen
die ik hierboven noemde.
Wij rekenen erop dat u fundamenteler kijkt naar de positie en versterking van
de beweging dan dat de minister deed. Wij hopen dat u daarbij geïnspireerd
zult zijn door de vruchten van onze samenwerking.
Klik hier voor een printversie van deze pagina
Sitemap
Naar het begin van deze
pagina
Laatste bewerking: 19 mei 2006
|