Onderzoek naar Schizofrenie

 

Hersenen wietrokende schizofreen krimpen sneller

Nu.nl: 18 februari 2008
UTRECHT - Het hersenvolume van schizofreniepatiënten die cannabis gebruiken neemt meer af dan van niet-gebruikende patiënten.
Dat concludeert Monica Rais van het UMC Utrecht na onderzoek.
Rais volgde patiënten met schizofrenie die cannabis gebruikten, schizofrenen die niet gebruikten en een groep gezonde mensen. Via MRI-scans bepaalden Rais en collega's het hersenvolume van alle deelnemers. Vijf jaar later deden ze dat weer. De hoeveelheid grijze stof, een maat voor het aantal hersencellen, nam in cannabisgebruikende schizofreniepatiënten het meest af.

 

Hersenvolume


De resultaten bewijzen niet dat cannabisgebruik leidt tot een kleiner hersenvolume, benadrukt Rais. Het omgekeerde kan ook het geval zijn. Een kleiner hersenvolume zou drugsgebruik kunnen stimuleren. Mocht cannabis inderdaad een daling van het hersenvolume veroorzaken, dan zou het ook een indirect effect kunnen zijn, bijvoorbeeld doordat de drug psychotische symptomen verergert.
Rais roept psychiaters op patiënten en jonge mensen in het algemeen te waarschuwen voor de mogelijke risico's van cannabisgebruik. Bij genetisch kwetsbare individuen kan cannabisgebruik het ontstaan van schizofrenie vervroegen en de symptomen verergeren.

 

 

Risico op psychose goed te voorspellen

Nu.nl, 9 januari 2008
Het risico dat jongeren lopen om psychotisch te worden, is bijna tot 80 procent nauwkeurig te voorspellen.
Naast erfelijke factoren die al bekend waren, hebben onderzoekers ontdekt dat er meerdere voorspellers zijn. In totaal zijn ruim driehonderd jongeren onderzocht van gemiddeld 16 jaar oud.

Degenen die twee of drie van vijf bepaalde gedragingen vertoonden, bleken later vaak psychotisch te worden. Het gaat om gedrag als veel alleen op de kamer zitten, drugsgebruik, vreemde gedachten over zichzelf en paranoia. Ook de combinatie van onverklaarbaar dalende schoolcijfers en een familiegeschiedenis van psychoses is een risicofactor.

Het hangt van de combinatie van gedragingen af hoe voorspelbaar het risico op psychose is, maar dit kan oplopen tot 80 procent.
Bij twee of meer voorspellers is snel ingrijpen nodig, vinden de onderzoekers. Op die manier kan het ontstaan van een psychotische stoornis nog worden voorkomen.

Anti-psychotica niet nodig bij leerproblemen

4 januari 2008 nu.nl
Kinderen met leerproblemen hebben weinig baat bij anti-psychotica. Toch krijgen zij deze middelen vaak voorgeschreven.
Britse onderzoekers waarschuwen dat artsen geen anti-psychotica meer moeten voorschrijven aan kinderen met leerproblemen. De medicijnen doen bij deze groep weinig, terwijl kinderen er vaak wel bijwerkingen van krijgen. Bekende bijwerkingen zijn gewichtstoename en hartproblemen.
Volgens de onderzoekers krijgen veel moeilijk lerende kinderen een anti-psychoticum, om agressieve buien tegen te gaan. In het onderzoek kreeg een groep kinderen een nep-pil, een andere groep kreeg Haloperidol en weer een andere groep kreeg Risperidone. De agressie bleek in alle drie de groepen iets af te nemen, maar vooral in de groep met het nep-medicijn.
De woede-uitbarstingen zijn bij moeilijk lerende kinderen ook zonder medicijnen onder controle te krijgen, zo laten de onderzoekers weten.

De evolutie van schizofrenie

Elmar Veerman in VPRO's Noorderlicht (6-9-2007)

Hoe kunnen schadelijke genen zo succesvol zijn?


Schizofrenie is grotendeels erfelijk bepaald. Een genetische speurtocht toont aan dat er ook positieve kanten moeten zitten aan de 'fouten' in het DNA die de ziekte bevorderen. Want ze hebben een snelle opmars gemaakt binnen de mensheid.

Grofweg één procent van alle mensen wordt getroffen door de geestelijke afwijking schizofrenie. Ze horen stemmen uit het niets, zien dingen die er niet zijn, verliezen zich in een onsamenhangende gedachtewereld, hebben emotionele uitbarstingen die onbegrijpelijk zijn voor anderen, enzovoort. Kortom: rare jongens, die schizofrenen. Niet allemaal even raar, trouwens. Het is een glijdende schaal, van normaal tot stapelgek - al zal een psychiater het nooit zo noemen.

Dat de aanleg voor schizofrenie grotendeels erfelijk is, wordt steeds duidelijker. Maar er is niet één boosdoener, zoals bij veel andere erfelijke ziekten. Er zijn nu al tientallen genen bekend die iets te maken lijken te hebben met de ziekte, en er komt er nog regelmatig eentje bij. Dat is meteen een mooie verklaring voor de grote variatie in symptomen. Geen twee patiënten hebben immers hetzelfde setje 'schizofrenie-genen'.
Maar er is wel een probleem. Elke bioloog kan uitleggen dat onvoordelige stukjes DNA op de lange duur vanzelf sneuvelen door natuurlijke selectie. Alleen als een genetische vernieuwing goed is voor de voortplanting of de overleving, zal hij in volgende generaties steeds vaker voorkomen. Dus hoe kan het dat deze schizofreniebevorderende genen zo wijd verspreid zijn? Er moeten wel verborgen voordelen aan vastzitten, anders had de natuur onze soort vast niet met de aanleg voor zo'n nare ziekte opgezadeld.

Een drietal biologen uit Canada, de VS en Engeland besloot daar eens goed in te duiken. Ze kozen 76 genen die er bij eerder onderzoek waren gebrandmerkt als risicofactor voor schizofrenie. Waarschijnlijk zal een deel daarvan later vrijgepleit worden, schrijven ze in het vakblad Proceedings of the Royal Society B, want soms is het bewijs nog vrij mager.
Voor hun onderzoek hoefden Bernard Crespi, Kyle Summers en Steve Dorus de deur niet uit. Het was allemaal computerwerk. Ze maakten onder meer gebruik van de DNA-gegevens van in totaal 270 Nigerianen, Japanners, Chinezen en Amerikanen van Europese afkomst. Ook vergeleken ze het menselijke DNA met dat van andere zoogdieren.

Genen geven op verschillende manieren aanwijzingen over hun evolutionaire verleden. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar het DNA dat er aan beide kanten vlak naast zit. Komen die gebieden sterk overeen bij iedereen met een bepaalde genvariant, en niet bij de anderen, dan is deze genetische variant nog niet lang geleden ontstaan en heeft hij zich vanuit de eerste drager relatief snel in de mensheid verspreid. Dat is een aanwijzing dat hij goed is voor de overleving of de voortplanting.

Je kunt ook kijken naar de verschillen tussen mensen uit verschillende continenten of mensen en dieren. Vind je veel verschil tussen bijvoorbeeld de mensenversie van een gen en dat van een chimpansee, terwijl het chimpansee-gen wel veel lijkt op de versie van andere apen, dan is het bij mensen snel geëvolueerd. En ook dat kan eigenlijk alleen maar betekenen dat die veranderingen voordelig zijn geweest.

Uit de analyse bleek dat lang niet alle 76 'schizofrenie-genen' waarnaar de onderzoekers keken, duidelijke sporen droegen van een snelle opmars in het menselijke DNA. Maar bij sommige genen was dat wel heel goed zichtbaar. Vooral enkele genen waarvan de relatie met schizofrenie heel sterk is, sprongen eruit. Die bevorderen dus niet alleen de ziekte, maar moeten ook een heel voordelige kant hebben.

Waaruit dat voordeel bestaat, kan dit onderzoek niet vertellen. Maar er zijn al wel sterke vermoedens. Onderzoek uit 2005 en 2006 legde verbanden tussen deze genen en creativiteit en het openstaan voor nieuwe ervaringen. Die karaktereigenschappen kunnen op twee manieren bijdragen aan iemands succes, schrijven Crespi en zijn collega's. Ze zouden zijn of haar aantrekkelijkheid kunnen verhogen, met meer nakomelingen tot gevolg. En vindingrijkheid is natuurlijk ook nuttig om de overlevingskansen van jezelf en je kinderen te bevorderen.
Bernard Crespi, Kyle Summers en Steve Dorus: 'Adaptive evolution of genes underlying schizofrenia', Proceedings of the Royal Society B, 5 september 2007

 

Het GRIJS tussen gek en normaal

 

Door Peter Giesen in de Volkskrant (Kennis) van zaterdag 22 december 2007
Criteria voor psychische aandoeningen kunnen veranderen. Soms, zegt Allan Horwitz, zijn er opeens tweemaal zo veel gevallen.
Wat is de grens tussen normaal en gestoord gedrag? Dat hangt er maarvanaf welke criteria je aanlegt.
Volgens het psychiatrisch handboek DSM III uit 1980 leden mensen aan een sociale fobie als zij gevreesde situaties vermeden.
In de nieuwere DSM IV uit 1994 was sprake van een sociale fobie als gevreesde situaties werden vermeden, dan wel 'met intense angst of lijden' doorstaan. En ziedaar: het percentage mensen dat in een jaar aan sociale fobie lijdt, steeg van 3,4 naar 8,5 procent.
Sommige mensen zijn overduidelijk geestesziek, bijvoorbeeld omdat zij aan psychotische wanen lijden. Anderen mankeert niets; ze worden in elk geval niet belemmerd door de eventuele muizenissen in hun hoofd. Maar er is ook een groot grijs gebied. Vrijwel iedereen heeft wel eens een periode van somberheid, verdriet, onvrede of angst. Vaak zijn dat natuurlijke reacties op tegenslag, zoals de dood van een partner, een scheiding, het verlies van een baan of teleurstelling over het leven. De psychiatrie heeft echter in toenemende mate de neiging om zulke episoden als een depressieve stoornis te zien, zegt de socioloog Allan Horwitz, hoogleraar aan de Rutgers University in New Jersey. 'We zijn veel minder tolerant geworden ten opzichte van negatieve emoties. Ik zeg ook niet dat zulke emoties goed zijn. Maar soms zijn ze wel natuurlijk. Door ze als een stoornis te beschouwen duw je steeds meer mensen naar de pathologische kant van de grens tussen normaal en abnormaal.'
Het aantal geregistreerde gevallen van depressie is sterk gegroeid.
In de Verenigde Staten wordt 3,7 procent van de bevolking voor depressie behandeld, tegen 2,1 procent aan het begin van de jaren tachtig. In diezelfde periode verdrievoudigde de consumptie van antidepressiva als Prozac.
In hun recent verschenen boek The Loss of Sadness betogen Horwitz en zijn mede-auteur Jerome Wakefield dat de psychiatrie verdriet en depressie door elkaar haalt. Een echte depressie is een ernstige ziekte, die lang niet altijd te maken heeft met tegenslag in het leven. Ook succesvolle mensen, zoals prins Claus of William Styron (de schrijver van Sophie's Choice)werden gekweld door ernstige depressies.
'Ik geloof helemaal niet dat deze vorm van depressie veel meer voorkomt dan vroeger', zegt Horwitz in het Netherlands Institute of Advanced Study (NIAS) in Wassenaar, waar hij een jaar verblijft. De sterke toename kan slechts verklaard worden doordat de grens tussen normaal en abnormaal gedrag is verschoven, gelooft hij.
Horwitz en Wakefield richten hun pijlen vooral op de DSM, de Diagnosticand Statistical Manual of Mental Disorders, die wereldwijd wordt gebruikt als handboek voor de psychiatrische diagnostiek. In 1980 werd een radicaal vernieuwde versie gepresenteerd, de DSM III. Hierin werd een depressie vastgesteld aan de hand van negen criteria, variërend van slapeloosheid tot suïcidale gedachten. Wie op vijf van deze negen criteria positief scoort, heefteen depressie. De omstandigheden van de patiënt -is hij onlangs gescheiden of zijn baan kwijt geraakt?- doen daarbij niet ter zake. Op een uitzondering na: in de eerste twee maanden na de dood van een dierbare worden de depressieve symptomen uit rouw verklaard.
Horwitz: 'In duizenden jaren psychiatrische geschiedenis is altijd erkend dat mensen verdrietig kunnen zijn door omstandigheden.
Bij het opstellen van de DSM III is gezegd: we weten eigenlijk niet goed wat de oorzaak is van allerlei mentale stoornissen. Daarom kijken we uitsluitend naar de symptomen, niet naar de omstandigheden.
Natuurlijk houden veel psychiaters daar wel rekening mee. De DSM wordt niet altijd rigide geïnterpreteerd. Maar de criteria voor depressie zijn wel enorm verruimd.'
Waarom houdt de DSM zo weinig rekening met omstandigheden?
'De DSM III streefde vooral naar betrouwbaarheid.

In de jaren zeventig werden psychiaters bespot omdat ze zo weinig exact waren. Als je vijf psychiaters naar dezelfde patiënt liet kijken, kreeg je vijf verschillende diagnoses. Daarom werd gezegd: we kijken alleen naar symptomen, dan is het gemakkelijker om tot overeenstemming te komen. Omstandigheden moetje interpreteren, dat is subjectiever.
Dat gold zeker in de jaren zeventig, toen de psychiatrie veel heterogener was en minder sterk werd gedomineerd door de biologische richting. De psychoanalytici uit de Freudiaanse school geloofden dat depressie het gevolg was van verdrongen conflicten, andere psychiaters waren het daar absoluut niet mee eens. Ook daarom werd besloten alleen naar de symptomen te kijken. De theoretische verklaring daarvoor mocht iedere psychiater zelf invullen.'
In het voorwoord van uw boek schrijft Robert Spitzer, de grote man achter DSM III, dat het verkeerd was om de omstandigheden van de patiënt te negeren. Zal dat worden rechtgezet in de DSM V, die in 2011 wordt verwacht?
'Dat zou mooi zijn, maar ik verwacht het niet. Voor psychiaters en andere professionals in de geestelijke gezondheidszorg is het voordelig om de criteria voor een psychische stoornis zo ruim mogelijk te houden. Hoe meer gedrag je als abnormaal definieert, hoe groter de behoefte aan psychiaters.
'Ook organisaties als de World Health Organization hebben er alle belang bij om depressie voor te stellen als een nieuwe volksziekte.
Een organisatie krijgt meer moreel krediet als zij zich bezig houdt met een belangrijk probleem dat miljoenen mensen treft. Een minder vriendelijke interpretatie: zo'n organisatie krijgt ook meer geld.'
Heeft de farmaceutische industrie ook belang bij het oprekken van de grens tussen normaal en gestoord?
'Uiteraard. In de Verenigde Staten mogen farmaceutische bedrijven gewoon adverteren op tv en in tijdschriften.
Ze prijzen antidepressiva aan voor heel gewone levensproblemen.

Kijk, hier heb je een advertentie voor Paxil. Aan de ene kant zie je een heel gewone vrouw die er ongelukkig uitziet. Aan de andere kant haar man en haar zoontje. De barrière tussen de vrouw en haar gezin wordt verklaard dooreen depressie. Maar misschien spelen er wel andere problemen: de vrouw is niet tevreden over haar leven, de man heeft een verhouding, het kind heeft gedragsproblemen.
'De marketing van de farmaceutische industrie verklaart ook de opmars van het begrip depressie.
Midden als Prozac, Zoloft of Paxil vervangen middelen als valium, die in de jaren vijftig en zestig veel werden voorgeschreven, maar dan tegen angst of stress. Maar valium kreeg een slechte naam, omdat mensen er afhankelijk en emotioneel vlak van werden. Daarom werden de nieuwe middelen antidepressiva genoemd. In feite worden ze voorgeschreven voor hetzelfde soort levensproblemen.
'Het probleem van de farmaceutische industrie is dat patenten op middelen als Prozac verlopen zijn of binnenkort aflopen. Dat is een groot gevaarvoor hun winst. Maar als je nieuwe toepassingen vindt voor oude middelen, mag je ze opnieuw patenteren. Wat ik erg kwalijk vind, is dat er nieuwe stoornissen bij kinderen worden gevonden, zoals de pediatrische bipolaire stoornis. Tot voor kort bestond die niet. Men dacht dat een bipolaire stoornis pas optrad na het 20ste of zelfs 30ste levensjaar.
Maar nu is het in de VS een belangrijke diagnose, waarbij sterke anti psychotische medicatie wordt voorgeschreven aan heel jonge kinderen.'
U verklaart de toename van het aantal geregistreerde depressies vooral door veranderingen in de psychiatrie. Maar zijn sociale veranderingen niet even belangrijk? In een individualistische samenleving voelen mensen zich steeds meer verantwoordelijk voor hun eigen lot. Wie naar eigen inzicht faalt, kan depressief raken.
'Volgens mij kun je daar verdrietig van worden, niet depressief.'
En dat verdriet wordt een depressie genoemd.

'Precies. Overigens ben ik er niet van overtuigd dat mensen het moeilijker hebben dan vroeger. Er zijn ook positieve trends: mensen zijn gezonder, rijkeren beter opgeleid.
Vroeger waren veel mensen, zeker ook vrouwen, ongelukkig omdat ze zo weinig mogelijkheden hadden. Levens van stille wanhoop, zoals een romancier dat ooit noemde. Maarwaar het mij vooral om gaat: noch dat stille verdriet van vroeger, noch de moderne onvrede zou ik een stoornis willen noemen.'
Is het erg dat de grens zo is opgerekt?
Mensen kunnen toch baat hebben bij therapie, al is er strikt genomen geen sprake van een stoornis?
'In de Verenigde Staten worden tieners steeds vaker gescreend op depressie.
Als je tieners vraagt of ze de laatste week ongelukkig of angstig zijn geweest, krijg je enorm hoge cijfers. Het is gevaarlijk om tegen gezonde mensen te zeggen dat ze een psychische stoornis hebben. Het verandert hun zelfbeeld en de manier waarop anderen, zoals ouders en vrienden naar hen kijken. Ik vind het vooral gevaarlijk omdat er tegenwoordig zo snel naar medicatie wordt gegrepen.
Zonder twijfel zijn sommige mensen geholpen met medicatie.
Maar vooral voor kinderen en adolescenten is niet bewezen dat ze ook effectief zijn. Wel kunnen ze flinke bijwerkingen hebben.
'Natuurlijk ben je ongelukkig als je leven niet goed loopt. Maar dan moetje je leven veranderen, niet de neurochemie in je hoofd. Vaak zijn we te veel bezig met onze emoties en te weinig met de wereld.'

Allochtonenwijk heilzaam voor psyche

 

NRC Wetenschap, dinsdag 18 december 2007, redacteur HESTER VAN SANTEN

Migranten hebben hogere kans op schizofrenie, maar alleen in autochtone wijk

 

Psychoses zijn een groot probleem onder migranten. Maar alleen als ze tussen autochtonen wonen.
Rotterdam, 18 dec. Je zou kunnen zeggen dat de Haagse buurten Transvaalkwartier en Schilders-buurt heilzaam zijn voor de psychische gezondheid. Allochtonen die juist daar, in de zwartste wijken van het land wonen, hebben minder psychoses dan immigranten die elders hun huis hebben.
Het ligt niet voor de hand, maar het blijkt wel degelijk uit de cijfers die psychiater in opleiding Wim Veling gisteren publiceerde in het American Journal of Psychiatry: de allochtonenbuurt beschermt. In de meeste Haagse wijken, berekende hij, hebben allochtonen een 2,4 keer zo grote kans op psychoses als gemiddeld onder autochtone Hagenaars. Maar in de 'zwarte' wijken Transvaal en de Schildersbuurt, waar meer dan 80 procent van de bewoners van buitenlandse afkomst is, is dat effect verdwenen. Veling: „Onze hypothese is dat de situatie in de maatschappij bijdraagt aan psychoses."
Psychoses, en specifieker gezegd schizofrenie, zijn een groot probleem onder immigranten en hun kinderen. Dat was eerder al aangetoond voor Noorse migranten in de VS en Europese migranten in Australië. Surinamers, Antillianen, Turken en vooral Marokkanen vergroten met hun verhuizing naar Nederland de kans op een psychose. Bij hun kinderen is het risico nog groter.
Marokkanen van de eerste generatie in Nederland hebben vier keer zoveel kans op de aandoening als autochtone Nederlanders, hun kinderen zelfs zes tot acht keer. Het betekent dat één op de achttien van hen ooit schizofrenie ontwikkelt, tegen één op de 125 autochtonen.
Immigreren is daarmee gevaarlijker dan veel andere omgevingsfactoren die schizofrenie bevorderen. Ter wereld komen tijdens de hongerwinter, tijdens een bevalling met complicaties, drugs gebruiken, wonen in verstedelijkt gebied — allemaal zaken die mensen vatbaar maken voor psychose, maar niet in dezelfde mate als emigreren naar Nederland.
Veling, werkzaam bij de psychiatrische instelling Parnassia Bavo Groep in Den Haag, maakt nu aannemelijk dat de sociale omgeving in belangrijke mate bijdraagt aan de psychische aandoening. „We hebben drie hypotheses: de eerste is dat het komt door discriminatie. De tweede is dat 'sociale stress' een rol speelt, en de derde is dat allochtonen moeilijker een 'positieve identiteit' opbouwen."
De onderzoekers berekenden eerder al dat de groepen allochtonen waarin het vaakst psychoses voorkomen (lees: immigranten van Marokkaanse afkomst) zich ook het meest gediscrimineerd voelen. Veling: „Die jongens zeggen: 'Als ik op straat loop, grijpen mensen naar hun portemonnee.' En ik denk dat dat in wijken als de Schilderswijk minder is. Ze komen daar nauwelijks Nederlanders tegen." liet is bekend dat discriminatie slecht is voor de geestelijke gezondheid. Wie zich gediscrimineerd voelt, krijgt eerder last van achterdochten paranoïde ideeën.
Wat de theorie van 'sociale stress' betreft, zie de psychiater in spe ook een mechanisme. Veling: „Mensen die later psychoses ontwikkelen, hebben al regelmatig vreemde ideeën of gewaarwordingen. Als je een sociaal netwerk hebt, dan kunnen anderen je corrigeren.
Een mede-auteur van Velings studie, de Utrechtse psychiater Jean-Paul Selten, heeft nog een theorie: sociale vernedering, hij kwam er afgelopen herfst veelvuldig mee in het nieuws in de discussie rond Bilal B., de 22-jarige schizofreniepatiënt van Marokkaanse afkomst die in Amsterdam een politieagente neerstak. Selten denkt op basis van proefdierstudies dat langdurige vernedering het dopaminesysteem in de hersenen vatbaar maakt voor schizofrenie.
Het idee van Veling over positieve identiteit sluit daarbij aan: „Voor allochtonen is het moeilijker dan voor andere jongeren en jongvolwassenen om een eigen identiteit te vormen, omdat zij opgroeien in twee culturen. En het spanningsveld is mogelijk nog groter als je opgroeit in wijken waar weinig anderen van je eigen etnische groep wonen."
„We vragen ons allemaal af wat nou precies het mechanisme is", besluit de onderzoeker. Maar de implicatie is duidelijk - Velings collega Selten formuleerde het bondig in het British Journal of Psychiatry. Het huidige dominante idee dat 'psychosociale stress' een beperkte rol speelt bij schizofrenie is door de studies onder migranten onhoudbaar geworden.
 

Niet te gul zijn met antipsychotica
Door BRAM BAKKER, psychiater, AD van maandag 10 december 2007

De producent van het antidepressivum fluoxetine, beter bekend als Prozac, verdiende in het verleden vele miljarden aan dit kleine, groene pilletje.
Dit had zeker te maken met de kwaliteiten van het geneesmiddel, maar ook met de grote hoeveelheid depressieve en angstige mensen die voor gebruik ervan in aanmerking kwamen. Een paar jaar geleden werd de omzet van Prozac gepasseerd door die van een ander geneesmiddel van dezelfde fabrikant.

Het was ook een middel tegen psychische klachten, maar van een heel andere soort. Olanzapine, dat in Nederland verkocht wordt onder de merknaam Zyprexa, is een antipsychoticum.
Een geneesmiddel dat eerst en vooral bedoeld is voor de behandeling van schizofrenie, een ernstige hersenziekte en de meest voorkomende oorzaak van psychosen. In vergelijking met depressie en angst is schizofrenie zeldzaam: ongeveer één procent van de Nederlanders lijdt hieraan.

Hoe wordt zo’n middel dan toch zo succesvol? Omdat huisartsen nauwelijks antipsychotica voorschrijven, moeten de psychiaters daar wel verantwoordelijk voor zijn. Olanzapine en andere moderne antipsychotica kunnen ook gebruikt worden bij de behandeling van sommige vormen van manische depressiviteit.
Het zijn officieel geregistreerde geneesmiddelen voor de behandeling van manische psychosen, die ook vrij zeldzaam zijn. Dus ook dit verklaart de enorme omzetten niet. Wat rest is het zogenaamde ‘off-label’-gebruik: moderne anti-psychotica worden heel veel voorgeschreven bij allerhande kwalen, zonder dat overtuigend wetenschappelijk bewijs van de werkzaamheid bestaat.
Zo heb ik ze voorgeschreven zien worden aan borderliners, dwangneuroten, autisten, getraumatiseerde mensen, anorectische meisjes en hypochondere tobbers. Met veel succes? Eigenlijk niet.

Deze nieuwe antipsychotica zijn niet ongevaarlijk: door ongunstige effecten op de stofwisseling kunnen overgewicht, hoge bloeddruk en suikerziekte serieuze complicaties van langdurig gebruik blijken. Ik gun iedereen met schizofrenie de beste antipsychotica die er zijn.
En de ernst van die kwaal rechtvaardigt vaak de risico’s. Maar ik vind ook dat psychiaters wat terughoudender mogen zijn met het voorschrijven van antipsychotica voor andere klachten. Het zijn tenslotte zware geneesmiddelen, die lang niet voor iedereen geschikt zijn. Dat de producenten dan wat minder verdienen zou ons een zorg moeten zijn.

Rokers hebben meer kans op Alzheimer
Nu.nl, 4 september 2007

AMSTERDAM - Rokers die het Alzheimer-gen niet hebben, lopen toch meer kans om dement te worden. Onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum stellen dit in het wetenschappelijk tijdschrift Neurology, dat dinsdag verschijnt.
De resultaten zijn gebaseerd op een grootschalig bevolkingsonderzoek. Daaruit bleek dat mensen die tijdens de studie rookten 50 procent meer kans hadden op het ontwikkelen van dementie dan mensen die nooit hadden gerookt of waren gestopt met roken.

Aandoeningen
Volgens onderzoekster Monique Breteler kan roken op diverse manieren het risico op het ontstaan van dementie beïnvloeden. Zo vergroot roken de kans op aandoeningen van de bloedvaten in de hersenen.
Een andere weg is die van de zogeheten oxidatieve stress. Die ontstaat wanneer het lichaam te veel vrije radicalen bevat, die een restproduct zijn van chemische reacties in het lichaam.

Oxidatieve stress
Bij rokers komt oxidatieve stress meer voor dan bij niet-rokers en bij de ziekte van Alzheimer is ook sprake van toegenomen oxidatieve stress.
Anti-oxidanten in het voedsel kunnen het aantal vrije radicalen verminderen. Volgens Breteler tonen studies aan dat rokers minder anti-oxidanten tot zich nemen dan niet-rokers.

Risico
De onderzoekers maakten ook nog onderscheid naar mensen die wel een gen hebben dat het risico op Alzheimer vergroot en mensen die dat gen niet hebben. Uitkomst is dat personen met dat gen die roken geen verhoogde kans hadden op het ontstaan van Alzheimer.
Personen zonder dat gen die wel roken bleken daarentegen een 70 procent hogere kans te hebben op het ontstaan van Alzheimer.
 

Cholesterolverlager voorkomt dementie
Gezondheidsnet.nl

Spotgoedkope cholesterolverlagers kunnen de kans op dementie met 80 procent verlagen, zeggen Amerikaanse onderzoekers. De ontdekking kan ervoor zorgen dat huisartsen het middel massaal gaan voorschrijven aan senioren.

Cholesterolverlager voorkomt dementieEen belangrijke eigenschap van cholesterolverlagers is dat ze de hoeveelheid LDL (slecht) cholesterol in het bloed verlagen. Teveel LDL kan ervoor zorgen dat er propjes in het bloed ontstaan. In de hersenen kunnen die de doorbloeding belemmeren met dementie tot gevolg.
Cholesterolverlagers werken preventief door de klontering tegen te gaan. Een bijkomend voordeel is dat ze veel goedkoper zijn dan medicatie die dementiepatiënten nu krijgen voorgeschreven.

Experts raden huisartsen aan om alle mannen ouder dan vijftig, en alle vrouwen ouder dan zestig cholesterolverlagers voor te schrijven. Bovendien vinden ze dat er een poli-pil moet komen, die naast cholesterolverlagers ook aspirine (bloedverdunner) en een bloeddrukverlager bevat. Zo'n pil kan het gezonde leven van duizenden mensen met vele jaren kunnen verlengen, aldus de wetenschappers.

Een belangrijke eigenschap van cholesterolverlagers is dat ze de hoeveelheid LDL (slecht) cholesterol in het bloed verlagen. Teveel LDL kan ervoor zorgen dat er propjes in het bloed ontstaan. In de hersenen kunnen die de doorbloeding belemmeren met dementie tot gevolg.
Cholesterolverlagers werken preventief door de klontering tegen te gaan. Een bijkomend voordeel is dat ze veel goedkoper zijn dan medicatie die dementiepatiënten nu krijgen voorgeschreven.

Experts raden huisartsen aan om alle mannen ouder dan vijftig, en alle vrouwen ouder dan zestig cholesterolverlagers voor te schrijven. Bovendien vinden ze dat er een poli-pil moet komen, die naast cholesterolverlagers ook aspirine (bloedverdunner) en een bloeddrukverlager bevat. Zo'n pil kan het gezonde leven van duizenden mensen met vele jaren kunnen verlengen, aldus de wetenschappers.


Wetenschappers 'ontwerpen' eerste schizofrene muizen
29/07/2007 knack.be

BRUSSEL 29/07 (BELGA) = Amerikaanse wetenschappers hebben voor het eerst muizen gekweekt die lijden aan schizofrenie, zo meldt de Sunday Times. Doel van dit omstreden experiment is een beter zicht te krijgen op deze aandoening, waarmee één persoon op de honderd kampt. De muizen werden gemuteerd door vorsers aan de Amerikaanse John Hopkins-universiteit, en dat gebeurde door de eicellen van de dieren te modificeren. In hun DNA werd namelijk een gen ingebracht dat geassocieerd wordt met schizofrenie en dat sterke gelijkenissen vertoont met een gen dat voor het eerst werd gevonden in een Schotse familie die verschillende schizofrenie-patiënten telde. Die eitjes werden vervolgens bevrucht met behulp van surrogaat-moeders en de hersencellen van de muisjes die langs die weg werden geboren, vertoonden eigenschappen zoals depressie en hyperactiviteit die ook voorkomen bij schizofrene patiënten. Volgens onderzoeksleider Takatoshi Hikida "kunnen deze gemuteerde muizen een belangrijke bijdrage leveren voor de verdere studie van de factoren die ten grondslag liggen aan schizofrenie en stemmingsstoornissen". Voor zover bekend is het de eerste keer dat een dier genetisch werd gemodificeerd om het een psychische aandoening te bezorgen. (SVR)

JANSSEN-CILAG KOMT MET NIEUW ANTIPSYCHOTICUM

Woensdag 4 juli 2007, bron: CPMP, Janssen-Cilag, copyright: Redactie Schizofrenie Bulletin

TILBURG, 4-7-2007 - Het zal nog een aantal maanden duren, maar dan is
Nederland weer een nieuw atypisch antipsychoticum rijker.
Janssen-Cilag kreeg kort voor het weekend goedkeuring van de Europese
registratie-autoriteiten om het middel Invega op de markt te brengen.
Praktisch betekent dit, dat het middel op de markt gebracht mag
worden en behandelende artsen het mogen voorschrijven. Zo snel zal
het echter nog niet gaan omdat de fabrikant nu eerst in een apart
traject toestemming vraagt om de financiele vergoeding geregeld te
krijgen. Hoe lang dat gaat duren is onzeker. "We hopen eind dit jaar
de vergoeding rond te hebben", aldus een woordvoerder van Janssen desgevraagd.

Invega zal op de markt komen in tabletten van 6 en 9 mg en maakt
gebruik van een nieuw principe van 'vertraagde afgifte'. Hierdoor
hoeft Invega maar eenmaal per dag te worden ingenomen en is de
afgifte aan het bloed veel stabieler. Schommelingen in de
bloedspiegel zorgen ervoor dat een middel moeilijker is te doseren.
Bij de pieken kan de patient last krijgen van bijwerkingen, bij dalen
kan het middel minder effectief zijn. De vertraagde afgifte zorgt
ervoor dat het middel bij startende patienten niet stapsgewijs hoeft
te worden opgebouwd. 6 mg is de aanbevolen dosering, zowel bij de
start als in de onderhoudsdose-ring.

De werkzame stof van Invega is paliperidon, nauw verwant met
risperidon, dat onder de merknaam Risperdal al verschillende jaren
toegepast wordt bij de behandeling van psy-chosen. Onderzoek laat
zien dat Invega doorgaans na 4 dagen effect heeft op de psycho-tische
verschijnselen en zich goed laat verdragen. De kans op
bewegingsstoornissen is verwaarloosbaar, net als het risico op het
zogeheten metaboolsyndroom, een aandoening in de stofwisseling die
kan leiden tot hart- en vaatziekten. De kans op gewichtstoename is beperkt.

Alhoewel het profiel dus gunstig is, zal Invega zich net als elk
nieuw middel in de praktijk moeten bewijzen. Zoals gebruikelijk is en
zoals ook vereist wordt, is Invega onderzocht op werkzaamheid,
veiligheid en bijwerkingen, waarbij het middel steeds is vergeleken
met een placebo, een nepmiddel. Het middel is nog te nieuw om zich te
kunnen laten meten met middelen die al langer op de markt zijn.

Volgens Janssen-Cilag zouden vooral nieuwe patienten met een psychose
of patienten die minder goed reageren op hun huidige medicatie, in
overleg met hun behandelaars, in aanmerking komen voor Invega. En die
groep is groot: Zo'n 60 procent van de mensen met schizofrenie
verandert binnen een jaar van medicatie.


Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging
voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose.
Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm


Genbehandeling verandert luie apen in workaholics
11 augustus 2004, nu.nl

WASHINGTON - Amerikaanse wetenschappers zijn eringeslaagd luie apen te veranderen in workaholics door middel van eengenbehandeling. Dat maakten de onderzoekers van het NationaalInstituut voor Geestelijke Gezondheid woensdag bekend.
De geleerden gebruikten voor hun onderzoek zeven rhesusapen. Dediertjes moesten reageren op visuele signalen op eenprojectiescherm door aan een hendel te trekken. Hun beloningbestond uit een druppel water.

Gentherapie
De wetenschappers ontdekten dat de apen harder gingen werken, enhun taak ook beter uitvoerden, als de aanvoer van dopamine naar eenbepaald deel van de hersenen werd geblokkeerd. Daarvoor gebruiktenzij een nieuwe gentherapie.
De behandeling nam voor de proefdieren de relatie tussen arbeiden beloning weg. Daardoor werkten de apen, die normaal gesprokenpas op stoom komen als hun doel, de beloning, in zicht komt, vanmeet af aan in een constant tempo en maakten zij ook minder fouten.

Remedie

Hoewel heel wat werkgevers goud geld zouden willen betalen vooreen remedie tegen luie ondergeschikten, zeggen de wetenschappershet onderzoek alleen te hebben uitgevoerd om beter inzicht tekrijgen in mentale aandoeningen als depressie en schizofrenie.

Kan Ritalin psychotisch maken?
AD, dinsdag 29 mei 2007
De Belgische apotheker Fernand Haesbrouck die in diverse psychiatrische ziekenhuizen werkt, waarschuwt in zijn boek ADHD medicatie: Medische blunder voor het toedienen van Ritalin en Concerta.

Ritalin.
Bij langdurig gebruik kunnen kinderen hier psychotisch van worden, zegt hij. De psychotische klachten zijn een bijwerking van de medicijnen die de kinderen krijgen en worden niet veroorzaakt door de ADHD. De afgelopen vier jaar kregen de psychiatrische ziekenhuizen te maken met een verzesvoudiging van het aantal verslaafde en karaktergestoorde patiënten. In België is er al veel te doen geweest over de beweringen van Haesbrouck.

'Redeneerbias' bij psychose

Onderzoeken hebben al eerder aangetoond dat mensen met schizofrenie sneller conclusies trekken dan andere mensen. In een quiz die afgeleid is van de televisieshow ‘Who wants to be a millionaire’ kregen patiënten en controles vragen met antwoordalternatieven, bijvoorbeeld: ‘Hoeveel vingers heeft Mickey Mouse? (12, 10, 8, of 6). Het goede antwoord is overigens 8. De opdracht is om kansen op correctheid in te schatten en al of niet te besluiten welk antwoord juist is. Beide groepen gaven vergelijkbare waarschijnlijkheids ratings aan de alternatieven. Patiënten schatten dus niet de waarschijnlijkheid anders in. Patiënten gingen wel over tot snellere beslissingen en die leidden tot meer fouten. Zowel het aanwijzen van het juiste antwoord als ook het verwerpen van alternatieven met een tamelijk hoge waarschijnlijkheid werd eerder gedaan door de patiënten. Patiënten kenmerken zich dus door sterke oordelen gebaseerd op weinig informatie.

Confirmatie bias is de neiging te zoeken naar het eigen gelijk. Woodward en anderen noemen deze bias met een dubbele ontkenning de ‘Bias Against Disconfirmarory Evidence (BADE)’. Patiënten werden waanneutrale platen voorgelegd en werden gevraagd om de plausibiliteit van vier verschillende toedrachten in te schatten. Hierna werden nieuwe platen getoond met achtergrond informatie getoond en de patiënten werd gevraagd hun inschatting aan te passen. Twee interpretaties die eerst waarschijnlijk waren, blijken dan uiteindelijk implausibel. Eén interpretatie leek aanvankelijk onwaarschijnlijk, maar blijkt steeds waarschijnlijker. Eén interpretatie is voortdurend onwaarschijnlijk. Wanende patiënten vertoonden in tegenstelling tot de niet-wanende patiënten een BADE. Alle patiënten vergeleken met normalen vertoonden ook een BADE. Op deze wijze blijven wanen bevestigd worden omdat disconfirmatieve waarde niet tot verandering van de waarschijnlijkheids inschatting leidt.

Het schizofrenie spectrum wordt bevestigd doordat de BADE ook aanwezig zich bij een niet-klinische groep mensen met schizotypie. De groep die hoog scoort op schizotypie vertoont een grotere BADE dan de groep die laag scoort op schizotypie.

Bij studenten is onderzocht of BADE overlapt met geheugen en executieve functies en of het geassocieerd is met waanachtige gedachten en niet met andere schizotypie subschalen. Bij een exploratieve factor analyse werden zes factoren gevonden. Vier daarvan kwamen overeen met verschillende cognitieve domeinen en twee factoren reflecteerden de twee aspecten van BADE: de aanvankelijke overtuiging en de integratie van strijdige informatie. De auteurs vatten dit op als een onafhankelijkheid van de BADE van andere cognitieve domeinen. De integratie van strijdige informatie was de enige factor die geassocieerd is met de schizotypie subschaal waanachtige verklaringen. Dus ook hier blijkt het niet wijzigen van een overtuiging na het aanbieden van strijdige informatie geassocieerd met wanen.
 

EMEA MAAKT WEG VRIJ VOOR INVEGA ALS NIEUW ANTIPSYCHOTICUM
bron: www.psychoseplein.nl, Vrijdag 26 april 2007

LONDEN, 26-4-2007 - Met de goedkeuring van EMEA is de belangrijkste hobbel genomen voor de komst van een nieuw antipsychoticum op de Europese markt. Het gaat om Invega (stofnaam: paliperidone) dat werd ontwikkeld door Janssen-Cilag. Kort voor het weekend maakte de Europese registratie-autoriteit bekend het positief had geoordeeld over een verzoek van Janssen om het middel voor registratie te mogen aanbieden. Het zal overigens nog zeker een aantal maanden duren voor het middel in de apotheken ligt. Er volgen eerst nog andere procedures. Zo zal Nederland eerst nog een besluit moeten vallen over de vergoeding van het middel.

EMEA, dat staat voor European Agency for the Evaluation of Medicinal Products, kwam na bestudering van de stukken tot het oordeel dat paliperidone beter werkt dan een nepmiddel en het antipsychoticum waarmee het werd vergeleken. Ook werd een blijvend effect gemeten bij patienten die op het middel werden ingesteld. Het middel werd bovendien goed verdragen

Een vriendelijke reuzencel
Niki Korteweg in NRC van zaterdag 10 maart 2007
Bijzondere zenuwcel is betrokken bij sociaal gedrag, emoties en autisme
Een zenuwcel die snel informatie in het brein overbrengt lijkt ons menselijk te maken: sociaal en empathisch.


Focus op vet

Hoe de hersenen hun greep op het gewicht verliezen
Elmar Veerman in http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/22150864/

De westerse wereld wordt geteisterd door een epidemie van overgewicht, en dat heeft vele duizenden wetenschappers aan het werk gezet. Ze zijn druk bezig te ontdekken welke knoppen in ons hoofd eetgedrag en vetopslag sturen. Nature Neuroscience zet de huidige kennis op een rij.

Vet is handig. Heb je meer voedsel dan je vandaag kunt gebruiken, dan sla je de extra energie op in de vorm van lichaamsvet. Zo kom je schrale dagen in de toekomst door. Maar ja, wat als die schrale tijd nooit komt? Dat verschilt nogal per persoon, blijkt in de praktijk. De één dijt uit tot hij nauwelijks meer kan lopen, de ander blijft slank. Hoe komt dat? Het simpele antwoord is dat de dikkerd meer energie binnenkrijgt dan hij verbruikt. En als je wilt weten hoe dát dan komt, wordt het ingewikkeld.

Ziekelijk overgewicht, obesitas in medisch jargon, is een thema waar de wetenschap zich steeds sterker voor interesseert. De Amerikaanse National Institutes of Health kwamen in augustus 2004 met een 'strategisch plan voor obesitasonderzoek' en financieren nu een speciale uitgave van het wetenschappelijke tijdschrift Nature Neuroscience over de neurobiologie van obesitas. Want de sleutel tot slank blijven zit in ons hoofd. Maar niet op één plek, blijkt uit de zes overzichtsartikelen in het blad.

Een klein orgaantje onderin de hersenen, de hypothalamus, speelt een hoofdrol in het obesitasverhaal, zoveel is duidelijk. Dat is alleen wel een vreselijk veelzijdig stukje hersenweefsel, met tientallen verschillende commandocentra. En die gebruiken niet alleen zenuwbanen, maar ook allerlei signaalstoffen om met elkaar en met de rest van het lichaam te communiceren. Vooral met de vetcellen, die zelf ook weer allerlei hormonen maken. Tot ongeveer tien jaar geleden was van deze ingewikkelde machinerie maar heel weinig bekend. Toen werd leptine ontdekt. Dat was het startsein voor de uitdijing van het onderzoek naar vetzucht.

Na de ontdekking van leptine, in 1994, heerste er eventjes een juichstemming. Leptine wordt door vetcellen gemaakt en vertelt de hypothalamus dat er minder gegeten en meer bewogen moet worden. Het ideale afslankmiddel dus? Helaas: zwaargewichten zijn verminderd gevoelig voor het hormoon en misschien juist daarom zo dik. Van extra leptine vielen ze in ieder geval niet af.

"Onze kennis van de mechanismen die de voedselinname en het energieverbruik reguleren, is sinds de ontdekking van leptine exponentieel toegenomen", schrijven de endocrinologen Heike Müntzberg en Martin Myers aan het slot van een ingewikkelde opsomming. D=Hoe hoopvol dat ook klinkt, tot een pil tegen vetzucht heeft al die nieuwe kennis nog steeds niet geleid. Die komt er wel, maar uit een heel andere hoek. Hij komt voort uit onderzoek naar de effecten van cannabis.

Inmiddels overtreft de juichstemming rond het middel 'rimonabant' die van elf jaar geleden. En deze keer is er ook meer reden voor grote verwachtingen. De pil is nog niet verkrijgbaar, maar heeft al wel veel tests doorstaan. Hij remt de zogenoemde cannabinoïdreceptoren (CR) die aan het oppervlak zitten van hersencellen, onder meer in de hypothalamus. Die receptoren reageren op cannabis, maar ook de lichaamseigen endocannabinoïden, met in beide gevallen een verhoging van de eetlust tot gevolg. Inderdaad, de 'vreetkick' waar hasjgebruikers het over hebben.

Er komen steeds meer aanwijzingen dat veel zwaarlijvigen een overmaat aan endocannabinoïden aanmaken. Het blokkeren van de bijbehorende receptoren zou hun trek smoren. En dat doet rimonabant dus. Uit proeven met duizenden patiënten en gezonde vrijwilligers blijkt trouwens dat niet alleen de eetlust keldert, maar ook de trek in sigaretten. Fabrikanten Sanofi en Aventis verwachten deze pil in 2006 op de markt te brengen onder de naam Acomplia. Ongetwijfeld zijn andere fabrikanten intussen bezig een eigen CR-remmer te ontwikkelen. Er vallen namelijk miljarden te verdienen op de afslankmarkt.

Wat vooral uit de verhalen in Nature Neuroscience naar voren komt is de enorme complexiteit van de systemen die eetlust, vetopslag en lichaamsbeweging regelen. Tussen de regels door wordt duidelijk dat overgewicht steeds meer gezien wordt als een ziekte, een ontregeling van die systemen. Een van de artikelen is geschreven door twee verslavingsexperts, die stellen dat "er weinig vakgebieden lijken te zijn die zoveel mogelijkheden voor kruisbestuiving hebben als het verslavings- en het obesitasonderzoek." De komende afslankpil geeft ze gelijk.

Elmar Veerman in http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/22150864/
Nature Neuroscience, 26 april 2005: "Neurobiology of obesity"
 

Brein krimpt door tekort
Onderzoekers vinden nieuwe oorzaak frontaalkwabdementie
Remy van den Brand, http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/29277669/

Frontaalkwabdementie is de tweede meest voorkomende vorm van dementie bij mensen jonger dan 65 jaar, na de ziekte van Alzheimer. De aftakeling beperkt zich tot het voorste gedeelte van de hersenen, waarin gebieden voor taal, geheugen, persoonlijkheid en sociaal gedrag liggen. Mensen met frontaalkwabdementie hebben dan ook vaak moeite met praten, gedragen zich vreemd en ontwikkelen soms zelfs een compleet nieuwe persoonlijkheid. In tegenstelling tot degenen met Alzheimer hebben ze pas in een laat stadium last van geheugenverlies.

Bij een groot deel van de patiënten - 35 tot 50 procent - zit frontaalkwabdementie in de familie. Eerder hersenonderzoek liet zien dat bij sommige van deze mensen opeenstapelingen van het eiwit tau de boosdoeners waren. Mensen met ziektes als Parkinson en Alzheimer hebben ook last van dergelijke eiwitophopingen, waardoor hersencellen afsterven en het brein als het ware krimpt. De oorzaak van die hoopjes bij de frontaalkwabdementen is een mutatie in het gen dat voor tau codeert, gelegen op chromosoom 17. Die mutatie is erfelijk.

Maar er waren ook families die helemaal geen eiwitophopingen hadden, terwijl hun voorste hersendelen wel degelijk achteruit gingen. Vreemd. Logische conclusie van enkele onderzoekers was dan ook: er moet nog een andere oorzaak zijn. Dat die zich eveneens op chromosoom 17 moest bevinden, wisten ze gelukkig al door eerder genetisch onderzoek. De vraag was alleen: waar? In twee vergelijkbare publicaties in Nature van deze week geven de wetenschappers antwoord.

Het was zoeken naar een speld in een hooiberg, weet Christine van Broeckhoven, moleculair genetica aan de Universiteit van Antwerpen en een van de auteurs in Nature. "We wisten zelfs op welk deel van chromosoom 17 de oorzaak moest liggen, maar alleen dat bevat al circa 150 genen." Die allemaal onder de loep nemen in de hoop iets te vinden, kost enorm veel tijd. Om die reden besloten Van Broeckhoven en haar groep samen te werken met een team onder leiding van Mike Hutton, werkzaam aan het Mayo Clinic College of Medicine in Jacksonville, Florida (VS). Van Broeckhoven: "In totaal hebben we tachtig genen bekeken, tot we iets vonden."

Dat iets bleek een verandering in het gen dat de code bevat voor het eiwit progranuline. Dit eiwit is een zogeheten groeifactor en komt veel in de hersenen voor. Wat het daar precies doet, is niet helemaal duidelijk. Progranuline zou op de een of andere manier betrokken zijn bij wondheling en het controleren van de celcyclus en ontstekingen. Wel staat vast dat teveel ervan kan leiden tot kanker.

De teams van Van Broeckhoven en Hutton bekeken het erfelijke materiaal van families waarin vaak frontaalkwabdementie voorkwam uit onder meer Canada, België en Nederland. Degenen die aan de ziekte leden hadden allemaal niet teveel, maar juist te weinig van de groeifactor in hun hersenen.

"Blijkbaar zorgt progranuline ervoor dat de hersencellen gezond blijven. Mensen hebben elk chromosoom dubbel en dus ook elk gen. Bij alle onderzochte patiënten was één kopie van het progranuline-gen stuk. Het andere gen functioneerde gewoon, maar toch was dat niet genoeg. Ook al was nog de helft van de gebruikelijke hoeveelheid aanwezig, toch stierven neuronen af, met alle gevolgen van dien." Het slechte nieuws is dat de mutatie dominant is. Van Broeckhoven: "Met andere woorden: als je 'm hebt, dan word je ziek. Als je tenminste lang genoeg leeft."

Het goede nieuws is dat deze ontdekking de weg vrij maakt voor behandeling van de dementie. Gewoon een beetje progranuline inspuiten en het leed is geleden, zou je zeggen. "Dat kan een oplossing zijn ja", erkent de Vlaamse. "Er wordt zelfs al geëxperimenteerd met neussprays met groeifactoren. Zo'n spray zou handig zijn, mits progranuline direct werkt op de hersencellen. Maar werkt-ie via een omweg, door weer andere groeifactoren te stimuleren, dan heeft direct inspuiten niet zo veel zin. Bovendien moet je voorzichtig zijn met de dosering. Teveel progranuline kan leiden tot tumoren. Daarom moeten we eerst goed uitzoeken hoe het eiwit precies werkt. Desalniettemin denk ik dat de weg naar een geneesmiddel hier korter zal zijn dan normaal. Het is bij deze vorm van frontaalkwabdementie niet zo dat er een heel scala aan oorzaken is. Slechts één veranderd gen heeft de ziekte als gevolg. En dat biedt hoop."

Overigens gaat Van Broeckhoven nu ook onderzoeken hoe het staat met progranuline in de hersenen van mensen met de ziekte van Alzheimer en Parkinson. Die twee lijken erg op frontaalkwabdementie. Ook hierbij sterven hersencellen af en Van Broeckhoven wil weten of en in hoeverre progranuline dat proces kan vertragen.

Remy van den Brand in VPRO's http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/29277669/

Marc Cruts e.a., 'Null mutations in progranulin cause ubiquitin-positive frontotemporal dementia linked to chromosome 17q21', Nature (AOP), 16 juli 2006
Matt Baker e.a., 'Mutations in progranulin cause tau-negative frontotemporal dementia linked to chromosome 17', Nature (AOP), 16 juli 2006
 

Rokers hebben meer kans op psychische klachten
Nu.nl, 22 februari 2007

ZALTBOMMEL - Rokers kwamen bij de vuurwerkramp in Enschede extra slecht weg. Jaren na dato hebben ze twee tot drie keer zo veel kans op ernstige psychische klachten dan niet-rokers. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut voor Psychotrauma in Zaltbommel.
Het gaat om een posttraumatische stress-stoornis, sterke angstgevoelens en gevoelens van vijandigheid, schrijft onderzoeksleider dr. Peter van der Velden in de Journal of Clinical Psychiatry. Ook rokers die andere ingrijpende gebeurtenissen hebben meegemaakt (verkeersongevallen, inbraak, geweld) hebben een hogere kans op dergelijke klachten.
"Het onderzoek roept de vraag op of stoppen met roken niet een goede keuze is om de kans op psychisch lijden te verminderen", zegt Van der Velden. "Want een ramp als die in Enschede kun je als individu niet voorkomen."

Vietnam
Volgens Van der Velden is nog maar zelden onderzocht of rokers een groter risico lopen op een posttraumatische stoornis (PTSS) en soortgelijke klachten. Een daarvan ging over Vietnam-veteranen, dat in 2005 werd gepubliceerd. Rokende veteranen hebben twee keer zoveel kans op PTSS dan niet rokende. Verder verwijst Van der Velden naar een studie uit 1993.

Naars
De Nederlandse onderzoekers ondervroegen 662 volwassenen uit Enschede. Sommigen hadden op die zaterdag in mei 2000 hun huis verloren. Twee à drie weken na de vuurwerkexplosie werden ze geënqueteerd, achttien maanden later opnieuw en bijna vier jaar later weer.
Ter vergelijking ondervroegen de wetenschappers 526 Tilburgers ook drie keer. Ook de rokende Tilburgers die iets naars hadden meegemaakt, hadden een verhoogde kans op psychische klachten. Rokers liepen geen groter risico als ze niet iets traumatisch hadden meegemaakt.

Reacties
In het Vietnam-onderzoek is gebleken dat genetische aanleg een rol speelt bij het verband tussen roken en tussen PTSS. Daarbij komt dat roken leidt tot bepaalde chemische reacties in de hersenen. Die komen sterk overeen met wat er in de hersenen gebeurt van iemand met PTSS. Van der Velden ziet dat als een gedeeltelijke verklaring dat roken neurobiologische veranderingen versterkt.
Voor het onderzoek, dat werd verricht in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS), werkte het Instituut voor Psychotrauma samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (Bilthoven), Academisch Medisch Centrum/De Meren (Amsterdam) en de Universiteit Utrecht.

Hersenen zien nicotine als harddrug
Nu.nl 21 februari 2007

AMSTERDAM - Amerikaanse onderzoekers hebben vastgesteld dat hersenen hetzelfde reageren op nicotine als op heroïne of cocaïne. "Deze chemische verandering in de hersenen suggereert een fysieke basis voor nicotineverslaving," zegt Michael Kuhar van de Emory University in Atlanta.
Bepaalde enzymen komen in de hersenen van rokers in veel grotere hoeveelheden voor dan bij niet-rokers. In eerdere studies bleek hetzelfde het geval bij proefdieren die heroïne of cocaïne toegediend hadden gekregen.
Deze enzymen zorgen ervoor dat verschillende neuronen meer dopamine krijgen aangevoerd. Dopamine speelt een grote rol bij het ervaren van genot, blijdschap en welzijn. De stof werkt zowel bij mensen als dieren op dezelfde manier.

"Het is duidelijk dat de harddrugs en nicotine voor de veranderingen zorgen", zegt Bruce Hope van het Nationale Gezondheidsinstituut van Amerika tegen Reuters. "Het lijkt erop dat deze verandering in de hersenen heeft gezorgd voor veel verslavingen."


OORZAAK ONTDEKT VAN DIKMAKER IN ANTIPSYCHOTICA


BALTIMORE, 14-2-2007 - Onderzoekers van de John Hopkins Universiteit hebben ontdekt wat de oorzaak is van het feit dat een aantal antipsychotica dik maken en de kans op suikerziekte en hartklachten vergroten. De resultaten van hun onderzoek verschijnen later deze week in de Proceedings of the National Academy of Sciences. Een persbericht dat het onderzoeksteam vandaag al verspreidde loopt daar alvast op vooruit: "Wij hebben een hele klasse van antipsychotica kunnen koppelen aan stoffen in de hersenen die het gevoel van honger opwekken", aldus prof. Solomon Snyder van Johns Hopkins School of Medicine. "Dat voedt de hoop dat een nieuwere generatie medicijnen kan komen zonder gewichtstoename als bijwerking."

Volgens de Wall Street Journal die over het onderzoek berichtte tellen de hersenen meer dan 50 boodschapperstoffen en besteedde het team van dr. Snyder een slordige 10.000 dollar in een poging om de goede eruit te pikken. Een knap staaltje werk, waarbij de wetenschappers heel gericht te werk gingen.

Door Leponex, Zyprexa en Risperdal in te spuiten bij muizen, konden de onderzoekers achterhalen dat de de stof AMPK in de hersenen werd geactiveerd. Dienden de onderzoekers vervolgens leptine toe, een hormoon dat het hongergevoel onderdrukt, dan werd de AMPK weer minder actief. In een volgende stap kwamen de onderzoekers erachter dat het blokkeren van heel specifieke zenuwcellen hetzelfde activerende effect op AMPK gaf als Leponex. Met genetische manipulatie slaagden ze er ten slotte in om te bewijzen dat deze specifieke zenuwcellen, histamine receptoren genaamd, de link vormden tussen antipsychotica, de activiteit van AMPK en eetlust.

-------------------------------------------------------------
Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose.
Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul.htm 
Word zelf gratis abonnee via http://www.ypsilon.org/aanmelden.htm#schizbul

GEBRUIK ANTIPSYCHOTICA VERHOOGT RISICO OP BOTBREUK
bron: schizbul,
Vrijdag 9 februari 2007

AMERSFOORT, 9-2-2007 - Mensen met schizofrenie lopen meer risico op
latere leeftijd hun botten te breken door botontkalking. Dat blijkt
uit onderzoek gepubliceerd in het British Journal of Psychiatry,
meldt psy-is-me.nl. Botontkalking, ook wel bekend als osteoporose, is
een aandoening waarbij de botten in het lichaam zo poreus, of zwak
worden dat ze bij de geringste beweging kunnen breken. Dat mensen met
schizofrenie eerder last hebben van osteoporose, komt door de inname
van antipsychotica, zo ontdekten de onderzoekers. Vrouwen met
schizofrenie breken hun botten overigens minder vaak dan hun
mannelijke lotgenoten. Een mogelijke verklaring is dat zij doorgaans
op latere leeftijd last van schizofrenie krijgen en dus gemiddeld
minder antipsychotica slikken dan mannen.

Als vervolgonderzoek de onderzoeksresultaten bevestigt, moeten
behandelaars preventieve maatregelen nemen, vinden de wetenschappers.
Mensen met schizofrenie zouden alle dingen moeten doen die ook voor
gezonde mensen gelden: beter op hun voeding kunnen letten (voldoende
vitamine D), dagelijkse buitenwandelingen kunnen maken, en zich
moeten onthouden van cafeine, alcohol en tabak.


LILLY BETICHT VAN VERZWIJGEN ONDERZOEKSGEGEVENS ZYPREXA

bron: Schizbul 18-12-2006

NEW YORK, 18-12-2006 - Om de vraag naar Zyprexa niet te stagneren
heeft fabrikant Eli Lilly tien jaar lang onderzoeksgegevens over de
kans op gewichtstoename en diabetes verzwegen. Dat leidt althans de
New York Times af uit een intern dossier dat de krant kreeg
doorgespeeld van een advocaat die de belangen van psychiatrische
patienten behartigt. Medisch-directeur Rudolf van Olden van Lilly
Nederland zegt verbaasd te zijn over de ophef die na de publicatie
gisteren is ontstaan.

Zyprexa (olanzapine) is met de omzet van 4,2 miljard dollar vorig
jaar het belangrijkste medicijn dat Eli Lilly produceert. Meer dan 2
miljoen patienten hebben het middel de afgelopen 10 jaar gebruikt. Al
in de begintijd hebben critici waaronder de Amerikaanse
Diabetesvereniging echter beweerd dat het middel een verhoogde kans
op suikerziekte gaf. Volgens de New York Times heeft de farmaceut
deze bewering altijd ontkend, terwijl de krant uit interne documenten
en e-mails van Lilly opmaakt dat die kans wel degelijk bestond.

Medisch-directeur Van Olden van de Nederlandse vestiging van Lilly
spreekt tegen dat gegevens zijn achtergehouden. Volgens hem zijn de
gegevens in het artikel 'totaal uit hun verband gerukt'. "Dat het
gebruik van Zyprexa kan leiden tot gewichtstoename is overal bekend.
Ik heb de bijsluiters erop nagekeken. Al sinds '98 staat
gewichtstoename in het label. En het verband dat wordt gelegd tussen
gewichtstoename en diabetes is niet vreemd, maar daarin is Zyprexa
niet het enige antipsychoticum." Van Olden sluit uit dat er op dit
punt grote verschillen bestaan tussen de bijsluiters in Amerika en Europa.

Elke fabrikant is verplicht om na registratie van een middel
periodiek te rapporteren over ondervonden veiligheidsproblemen. "Het
idee dat er daarbij iets verzwegen is, werp ik verre van mij. Want
vandaag zijn we zorgverlener, maar morgen zijn we misschien patient",
aldus Van Olden, die bevestigt dat het artikel onrust kan veroorzaken
bij gebruikers en 'dramatisch' is voor het imago. Hij verwacht
daarentegen niet dat de beschuldiging over het achterhouden van
informatie zal leiden tot stappen van de overheid. "Het is een storm
in een glas water."
-------------------------------------------------------------
Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging
voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose.
Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul

MEDICATIESTOP NA EERSTE PSYCHOSE PAKT BIJ 1 OP DE 5 GOED UIT
bron: UMCG/Schizofrenie Bulletin-Ypsilon, Woensdag 17 januari 2007

GRONINGEN, 17-1-2007 - Is het verantwoord om na een eerste psychose
te stoppen met antipsychotica? Als het aan psychiater Lex Wunderink
ligt wel, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Wunderink
verrichtte de afgelopen tijd onderzoek waarop hij vandaag promoveert.
In zijn proefschrift "Antipsychotic treatment strategies and early
course of first episode psychosis" stelt Wunderink vast dat een op de
vijf patienten die stopte de onderzoeksperiode probleemloos doorloopt.

Eenmaal hersteld van een psychose komt bij elke patient wel de wens
op om te stoppen met medicatie. De eerste psychose kan immers ook de
laatste zijn geweest. Over de risico's, de kans van slagen en
eventuele voordelen van een poging om te stoppen na herstel van een
eerste psychose was tot nu toe echter weinig bekend.
Voorzichtigheidshalve kiest een deel van de behandelaars ervoor om na
de eerste psychose nog tot 2 jaar door te gaan met medicatie.

Op grond van zijn promotieonderzoek kiest psychiater Lex Wunderink
liever voor de optimistische variant: hij vindt het verantwoord om
"na stabiele vermindering van de ziekteverschijnselen" te proberen de
antipsychotische medicatie te stoppen. Voorwaarde is wel dat de
patient nadrukkelijke toestemming heeft gegeven en na het staken van
de medicatie nauwlettend wordt gevolgd. Zo wordt duidelijk wie zonder
medicatie kan en wie niet. Want de grootste groep valt nog altijd
terug: bij Wunderink hetzij direct hetzij nog tijdens diens onderzoeksperiode.

Lex Wunderink (Rotterdam, 1954) studeerde geneeskunde te Rotterdam.
Hij is A-opleider psychiatrie en hoofd van de afdeling
Wetenschappelijk Onderzoek en Opleiding bij de Stichting Geestelijke
Gezondheidszorg Friesland te Leeuwarden. Hij verrichtte zijn
promotieonderzoek bij de afdeling psychiatrie van het Universitair
Medisch Centrum Groningen (UMCG).
-------------------------------------------------------------
Het Schizofrenie Bulletin is een service van Ypsilon, de vereniging
voor familieleden van mensen met schizofrenie of een psychose.
Voor meer informatie: http://www.ypsilon.org/schizbul

Hersenen verwerken Chinees als muziek
Nu.nl, 21 december 2006

AMSTERDAM - Chinezen gebruiken hun rechter hersenhelft meer dan westerlingen. Die kant van het brein wordt gebruikt om de toonhoogte te ontleden, voordat de linkerhelft de betekenis verwerkt. Dit blijkt uit een studie van Chinese wetenschappers, zo meldt het Chinese persbureau Xinhua.
Elk Chinees karakter heeft vier tonen, die elk een bepaalde betekenis hebben. Daardoor is het Chinees een van de moeilijkste talen ter wereld.

Mandarijn
Het Mandarijn, de meest gesproken taal in China, wordt volgens de onderzoekers door de hersenen op een vergelijkbare manier verwerkt als muziek. Daarom is ook de rechter hersenhelft bij de verwerking van de taal betrokken.
De meeste westerse talen, met slechts één toon per woord, worden direct door de linker hersenhelft verwerkt.
"De studie laat zien hoe de twee hersenhelften samenwerken wanneer het aankomt op taal," zegt onderzoeksleider en professor Chen Lin tegen Xinhua. "Daarnaast helpt dit onderzoek met de manier waarop Chinezen met schade aan de rechter hersenhelft of doven kunnen worden geholpen."

Hersenonderzoek jonge blowers in Utrecht
30 november 2006, nu.nl

AMSTERDAM - Het UMC Utrecht gaat hersenonderzoek doen bij minderjarige drugsgebruikers. Het UMC is daarvoor op zoek naar jongeren tussen 12 en 17 jaar die regelmatig een joint roken. Dat meldt een woordvoerder van het UMC donderdag.

De onderzoekers willen uitgebreide MRI-scans maken om te kijken wat het effect van hasj en wiet op de hersenen is. Eerder onderzochten wetenschappers van het UMC al de hersenen bij cannabisgebruikers tussen 18 en 25 jaar.
De onderzoekers richten zich nu op een jongere groep, omdat ze verwachten dat de leeftijd van blowers die een beroep doen op de hulpverlening de komende jaren sterk zal dalen.

Jongeren beginnen op steeds jongere leeftijd te blowen. Dat kan gevolgen hebben voor de hersenen, die in de puberteit nog niet helemaal 'af' zijn. Cannabisgebruik zou de hersenontwikkeling kunnen verstoren, vermoeden de onderzoekers. Jaarlijks doen dertienduizend gebruikers van cannabis een beroep op de verslavingszorg.

'Eigen en andermans fouten voor brein hetzelfde'

24 oktober 2006, nu.nl

NIJMEGEN - Voor de hersenen van een mens maakt het niet uit, of iemand zelf een fout maakt dan wel ziet dat een ander een fout maakt. In beide gevallen reageert hetzelfde gebiedje in de hersenen.
Bij mensen die zich door een stoornis niet of nauwelijks kunnen verplaatsen in een ander, gaat er vermoedelijk iets mis in dit hersengedeelte.

Schizofrenie
Dat blijkt uit onderzoek van experimenteel psycholoog Rogier Mars, waarop hij over ruim twee weken promoveert aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Door de vondst van Mars is nu duidelijker waar wetenschappers moeten zoeken om een verklaring en een oplossing te vinden voor ziektes als schizofrenie, autisme en hallucinaties.
Mars liet proefpersonen reageren op simpele gebeurtenissen. Andere deelnemers aan het onderzoek keken toe en zagen de proefpersonen fouten maken. Geavanceerde hersenscanners lieten zien dat in beide gevallen een bepaald gebied in de hersenen op dezelfde manier aan het werk ging. Daarmee is volgens Mars bewezen dat mensen niet alleen van eigen, maar ook van andermans fouten leren.

Activiteit
"Normaal gesproken bedenkt een mens wat hij moet doen, voert dat uit en als het fout gaat, bedenkt hij opnieuw wat hij dan beter zou kunnen doen. Dat heet gedragsoptimalisatie en dat is dus aan hersenactiviteit te zien, ook wanneer het om andermans fouten gaat", aldus Mars.
Voor gedragsoptimalisatie bestaat in de psychiatrie en de ontwikkelingspsychologie veel belangstelling. Patiënten met het syndroom van Gilles de la Tourette of mensen die hallucineren blijken bijvoorbeeld niet te kunnen optimaliseren. Anderen hebben stoornissen als autisme, waardoor ze niet met anderen meeleven of zich in hen kunnen verplaatsen.

Oplossing
Het onderzoek van Mars heeft aangetoond waar het precies in het brein van deze mensen fout gaat, zodat er ook gerichter kan worden gezocht naar een oplossing, zo stelt de promovendus.
Mars heeft zijn onderzoek gedaan in het in 2002 door koningin Beatrix geopende FC Donders Centre for Cognitive Neuroimaging in Nijmegen. Dit centrum is wereldwijd toonaangevend op het gebied van hersenonderzoek. Mars, die ondertussen in Londen (GB) werkt, is de eerste promovendus van het instituut.

KOMEND JAAR GEEN REGISTRATIEAANVRAAG PFIZER VOOR ASENAPINE
Bron: Ypsilon's emailbulletin Schizbull

NEW YORK, 24-10-2006 - Het gaat nog wel even duren voordat het
antipsychoticum Asenapine op de markt verschijnt. Zoals het een
beursbedrijf betaamt waren beleggers de eersten die door fabrikant
Pfizer op de hoogte werden gebracht. Bij de cijfers van het derde
kwartaal meldde Pfizer terloops dat er nog geen uitzicht was op een
registratieaanvraag voor het middel bij de Amerikaanse FDA. Eerder
ging het bedrijf er nog van uit dat de aanvraag in het eerste
kwartaal van 2007 zou plaatsvinden, maar inmiddels gaat het bedrijf
ervan uit dat het ook later in het jaar niet meer gaat halen. Een
registratieaanvraag voor Europa ligt nog veel verder weg, alhoewel
Akzo Nobel, de ontdekker van het middel, daarover geen nadere
mededelingen wil doen, aldus Beurs.nl.

Over de reden van het uitstel wil Pfizer alleen kwijt dat proeven met
de werking van Asenapine tegen schizofrenie "een gemengd beeld
geven". Binnen enkele weken verwacht het bedrijf de resultaten bekend
te kunnen maken van het Fase III-onderzoek naar het middel. In deze
fase worden langdurige studies verricht met grote aantallen
patienten. Er wordt gekeken naar het effect op de lange termijn, de
veiligheid en de verdraagbaarheid van het middel, ook in vergelijking
met bestaande middelen. De verwachtingen van het nieuwe middel waren,
zoals bij elk nieuw antipsychoticum, hooggespannen. Asenapine is dan
ook een belangrijk product in de pijplijn van Akzo Nobels farmatak
Organon. Of er reden is om daarop terug te komen, zal blijken als de
nieuwe onderzoeksresultaten er liggen.


Relatie leptine en gewichtstoename door antipsychoticagebruik

Onderzoek naar de beleving van de negatieve symptomen van schizofrenie

Onderzoek naar intelligentie en schizofrenie (een longitude studie).   

relatie tussen voeding (granen) en schizofrenie

Electromagnetische behandeling voor medicatie-resistente hallicunaties

Dure psychosepil niet beter
Oude pillen even goed bij schizofrenie
Door de redactie wetenschap van de NRC, 3 okt.

Oude typen medicijnen tegen psychoses werken even goed
als nieuwe bij schizofreniepatiënten. Over de keuze van antipsychotica is
veel discussie: de nieuwe pillen zijn onder artsen populair, maar veel
duurder. Een Britse studie die de gelijkwaardigheid van de twee typen aantoont, is
gisteren gepubliceerd in het medische tijdschrift Archives of General
Psychiatry. In verschillende onderzoeken die in het verleden gedaan zijn,
leken moderne antipsychotica vooral op het gebied van bijwerkingen
superieur. Maar in bredere analyses van meer onderzoeken hield die
conclusie niet steeds stand.

De discussie over de keuze tussen klassieke antipsychotica (die dateren
uit de jaren vijftig tot zeventig van de vorige eeuw) en een diverse groep
nieuwe middelen (die in de loop van de jaren negentig in Nederland op de
markt kwam) wordt veelvuldig gevoerd. Sinds hun introductie neemt zowel
het aantal gebruikers als de omzet van de nieuwe middelen sterk toe.
Tegelijkertijd hebben de oude middelen in medische richtlijnen de voorkeur
omdat daarmee meer praktijkervaring bestaat, omdat ze goedkoper zijn, en
niet overtuigend is aangetoond dat de nieuwe middelen beter zijn.

De nu gepubliceerde studie is in dat opzicht opvallend, omdat die de
dagelijkse psychiatriepraktijk zoveel mogelijk probeerde na te bootsen en
geen financiering van medicijnfabrikanten ontving. Bovendien zijn er niet
zoveel studies waarin verschillende klassieke en nieuwe middelen
tegelijkertijd zijn vergeleken. Aan het onderzoek deden 227 Britse
schizofreniepatiënten mee die zelfstandig woonden, en hun 73 psychiaters.

Alle deelnemers wilden van hun oude medicijn af, omdat het niet werkte of
te veel bijwerkingen gaf. Vervolgens bepaalde het lot of ze een klassiek
of een nieuw middel zouden gebruiken, maar de psychiater mocht vervolgens
wel de pil kiezen. Het nadeel van zo'n opzet is wel dat de psychiater wist
welke pil hij voorschreef. Alleen degene die de patiënten een jaar later
beoordeelde, wist het niet.

Die beoordeling liet geen voordeel zien van oude of nieuwe pillen: de
levenskwaliteit van de twee patiëntengroepen was gelijk, de pillen hadden
evenveel bijwerkingen. Paradoxaal genoeg waren ook de kosten gelijk. De
nieuwe antipsychotica waren weliswaar duurder, maar dat verschil viel bij
beide groepen patiënten in het niet bij de kosten die gemaakt werden als
een patiënt werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis.

In een commentaar stelt een Amerikaanse psychiater dat de antipsychotica
nog niet op alle aspecten zijn vergeleken, maar dat toch al de conclusie
kan worden getrokken dat de nieuwe middelen "niet de grote doorbraak (...)
waarmaken die ooit verwacht werd".

GEN ONTDEKT DAT BIJ BLOWERS LEIDT TOT HALLUCINATIES
Schizofrenie Bulletin, 22 september 2006

MAASTRICHT, 22-9-2006 - Onderzoekers van de Universiteit Maastricht
en de Universiteit van Barcelona hebben een variant van een bepaald
type gen ontdekt dat grote invloed heeft op de manier waarop
gebruikers op cannabis reageren. Een kwart van de mensen vertoont
door erfelijke aanleg na het gebruik van cannabis meer
geheugenstoornissen. Ook hebben ze meer hallucinaties tijdens blowen.
De bevindingen zijn gepubliceerd in het septembernummer van het
tijdschrift Neuropsychopharmacology.

De onderzoekers lieten vrijwilligers blowen en keken of ze acuut
vergeetachtig werden of psychotische ervaringen hadden. Ook werd DNA
afgenomen om te bepalen of deze effecten samenhingen met het gen
waarvan al vermoed werd dat het een rol speelde. Een bepaald type van
het gen, dat bij ongeveer een kwart van de mensen voorkomt, bleek
inderdaad van grote invloed te zijn.

'Borderlinestoornis is te genezen'
6 juni 2006, nu.nl

MAASTRICHT - De psychiatrische borderlinestoornis is helemaal dan wel gedeeltelijk te genezen. Dat concluderen onderzoekers van de Universiteit Maastricht, de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Universiteit van Leiden in een studie die deze maand wordt gepubliceerd in het Jama-tijdschrift Archives of General Psychiatry.
De onderzoekers vinden op basis van deze conclusies dat minister Hans Hoogervorst (Volksgezondheid) behandelingen voor psychotherapie weer onbeperkt moet laten vergoeden door zorgverzekeraars. Hoogervorst stelde in 2004 een limiet aan het aantal behandelingen dat patiënten bij hun verzekeraar kunnen declareren. Als ze langer in behandeling willen blijven, moeten ze de kosten zelf betalen.
Kort geleden heeft de minister voor een kleine groep patiënten met zeer ernstige klachten het maximum aantal behandelingen verhoogd. De onderzoekers vinden deze versoepeling niet ver genoeg gaan.

Ellende
Ongeveer 1 tot 2,5 procent van de bevolking lijdt aan een vorm van de borderlinestoornis. Deze stoornis kenmerkt zich onder meer door chronische instabiliteit, woede- dan wel angstaanvallen, impulsief en suïcidaal gedrag. De ziekte levert de patiënt veel ellende op en kost de maatschappij veel geld. Dit omdat patiënten vaak arbeidsongeschikt worden verklaard, of simpelweg geen baan krijgen.
Tot nu toe werd eigenlijk altijd aangenomen dat borderlinegedrag niet te behandelen was. Nu volgens de onderzoekers is gebleken dat de stoornis in vijftig procent van de gevallen te verhelpen is, en bij tweederde van de patiënten goed te behandelen, moeten zorgverzekeraars volgens hen de therapie juist stimuleren in plaats van af te remmen.
De Tweede Kamer bespreekt deze week de voorstellen van de minister om het aantal behandelsessies voor patiënten met zware psychiatrische klachten te verhogen.

NIEUW BEWIJS VOOR ERFELIJKE FACTOR SCHIZOFRENIE
bron: Science
copyright: Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon

EDINBURGH/BALTIMORE, 24-11-2005 - Veel publiciteit voor twee nieuwe onderzoeken die het idee ondersteunen dat schizofrenie erfelijk bepaald is.
In het toonaangevende tijdschrift Science melden wetenschappers van de universiteiten van Edinburgh en Glasgow een nieuw gen te hebben gevonden dat de
kans op schizofrenie en depressie zou verhogen. Een bijna gelijktijdige publicatie in Nature Cell Biology ondersteunt hun bevindingen.
Al in 2000 ontdekte het onderzoeksteam van J. Kirty Millar aan de universiteit van Edinburgh een beschadigd gen dat ze in verband brachten met
schizofrenie. Vanwege deze eigenschappen gaven ze het de naam Disrupted in Schizophrenia 1 (DISC1). Niet alle collega's waren echter overtuigd van de
houdbaarheid van Millars beweringen, omdat het onderzoek slechts 1 familie betrof. Nieuw onderzoek ondersteunt nu echter deze bewering.
Het onderzoeksteam van Akira Sawa van de Johns Hopkins Universiteit in Baltimore vond een bevestiging voor Millars theorie na genetisch
onderzoek van muizenembryo's, berichtten zij in Nature Cell Biology. Het team van Millar zelf had toen net nieuwe resultaten gepubliceerd in Science
waaruit bleek dat zij inmiddels een tweede gen hadden geïdentificeerd dat de kans op het ontwikkelen van psychiatrische stoornissen
verhoogt. Van het gen, PDE4B genaamd, was al langer bekend dat het een belangrijke rol speelt in de wijze waarop de hersenen kunnen denken en
herinneringen kunnen bewaren. De onderzoekers ontdekten nu bovendien dat dit gen weer een rol speelt in het reguleren van DISC1, zodat er een
soort brug tussen beide genen wordt geslagen.

Antipsychotica schadelijk
Pillen kosten ouderen het leven, bron: NRC
ROTTERDAM, 1 DEC. Alle soorten antipsychotica vergroten de kans dat bejaarden die het medicijn gebruiken doodgaan. Dat schrijven medici van Harvard vandaag in het medisch tijdschrift New England Journal of Medicine.
Naar schatting slikt bijna twintig procent van de ouderen in verpleeghuizen antipsychotica. Antipsychotica worden daar vooral voorgeschreven om geagiteerd of agressief gedrag bij dementie tegen te gaan. De studie van Harvard maakt duidelijk dat antipsychotica die soms al tientallen jaren op de markt zijn, de sterfte onder 65-plussers verhogen.
Begin dit jaar bleek al dat moderne antipsychotische medicijnen de kans doen toenemen dat ouderen doodgaan. In de eerste tien weken dat ze zulke middelen slikken, is de sterftekans ruim 1,6 keer hoger. In totaal sterft dan bijna een op de twintig behandelde patiënten. Zowel de Amerikaanse als de Europese organisatie voor medicijnenregistratie hebben daarom destijds waarschuwingen gegeven.
In Nederland worden ouderen echter vooral behandeld met antipsychotica die al veel langer bestaan, onder meer omdat deze goedkoper zijn. Haloperidol (merknaam Haldol) is daarvan de belangrijkste. Nu blijkt dat zulke medicijnen de sterfte evenzeer verhogen, vooral in de eerste weken van de behandeling. Mogelijk is de overlijdenskans door gebruik van deze 'conventionele' antipsychotica zelfs groter dan van de moderne.
Volgens geriater en klinisch farmacoloog dr. R.J. van Marum, die aan het Universitair Medisch Centrum in Utrecht onderzoek doet naar het gebruik van antipsychotica bij ouderen, moeten artsen en apothekers er zelf op toezien dat ze de middelen alleen voorschrijven voor de aandoeningen waarvoor ze bedoeld zijn, bijvoorbeeld wanneer ouderen ijlen door een infectie.
,,Gedragsproblemen door dementie verdwijnen niet door deze medicijnen. Je dempt alleen het gedrag van mensen, zodat ze misschien iets minder hard roepen.'' Volgens Van Marum is het voorschrijfgedrag van de verpleeghuisartsen het gevolg van wanhoop. ,,Er is eigenlijk geen goed medicijn.''
Al eerder vermoedden medici dat de conventionele antipsychotica niet zonder risico zijn. Omdat deze middelen al tientallen jaren op de markt zijn, wordt er echter geen uitgebreid onderzoek meer naar gedaan. Waarom de ouderen aan deze antipsychotica overlijden, werd uit de Harvard-studie niet duidelijk. Moderne varianten vergroten bij bejaarden de kans op hart- en herseninfarcten, en op infecties

AMSTERDAM (ANP) - Schizofrenie is nog steeds niet te genezen.
Maar schizofreniepatiënten hoeven ook niet meer levenslang genoegen te nemen met een streven naar zo veel mogelijk „stabiele periodes” zonder al te veel psychiatrische aanvallen.
Zeker met een nieuwe generatie medicijnen die als een langwerkend middel eens in de twee tot vier weken kunnen worden toegediend, is het mogelijk de symptomen zodanig te verminderen dat schizofreniepatiënten weer een sociaal leven kunnen opbouwen. Een aantal kan zelfs werken. Dat zei professor S. Kahn van het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) maandag in Amsterdam.
Vroeger verdween menig schizofreniepatiënt levenslang in een inrichting. In de jaren zestig en zeventig was het hoogste doel bij de behandeling van schizofreniepatiënten vooral het overleven buiten de instelling. De decennia daarna was de hoop van familie en patiënten vooral gericht op zo min mogelijk aanvallen. Ook nu nog hopen artsen vooral dat de patiënt reageert op de behandeling en geen terugval krijgt.
Die terugval wordt in veel gevallen veroorzaakt door een gebrek aan medicatietrouw. Veel patiënten stoppen met hun medicijnen of nemen ze niet regelmatig in. Vaak gebeurde dit ook wegens de bijwerkingen. De nieuwe generatie zogenoemde atypische antipsychotica heeft minder bijwerkingen.
Bovendien is er al een injecteerbare versie van op de markt, die dagelijks kleine doses afgeeft en die slechts een keer in de twee weken hoeft te worden toegediend via een injectie in de bilspier. Concurrerende versies zijn in opkomst, zo zei Kahn.
Volgens Kahns collega prof. J. Peuskens van de Belgische Katholieke Universiteit Leuven neemt met het „depotmedicijn” de kans op terugval van schizofreniepatiënten in psychoses fors af. Dit is belangrijk, zo blijkt uit onderzoek dat Kahn vandaag presenteerde op het Europese congres voor neuropsychofarmacologie in Amsterdam. Want elke psychotische aanval tast de hersenen letterlijk aan.
MRI-scans van patiënten laten zien dat vochthoudende ruimtes groter werden en hersenweefsel verdween, precies in dat deel van de hersenen dat taal, organisatievermogen en emoties regelt. Vooral in de eerste vijftien jaar dat mensen de ziekte hebben, nemen de symptomen snel toe. Juist in die periode was ook te zien dat hoe vaker patiënten een psychose hadden, hoe meer hersenweefsel er verloren ging.
Bovendien bleek dat behandeling met twee medicijnen dat verloren gaan van hersenweefsel tegenhield. Niet doordat psychoses uitbleven, het was een effect dat daarvan losstaat, vertelde Kahn. Hij pleit voor zo vroeg mogelijke opsporing en behandeling van de ziekte met medicijnen. Ook omdat er weer bovenop komen na elke aanval moeilijker wordt.
Volgens recent onderzoek zouden schizofreniepatiënten echt vaardigheden kunnen terugkrijgen die door de ziekte waren verdwenen. Bovendien zou het verlies van dergelijke vaardigheden, zoals het onderhouden van sociale contacten, tegengegaan kunnen worden. Dat is vooral belangrijk omdat de ziekte vaak begint in de overgang naar het volwassen bestaan. Veel opleidingen en carrièreplannen vallen hierdoor in het water.
Inmiddels hebben werkgroepen van Europese en Amerikaanse beroepsverenigingen geconcludeerd dat schizofreniepatiënten meer kunnen bereiken dan stabiliteit van de patiënt. Ze stelden criteria op voor remissie, een oude term die bij de meeste aandoeningen slaat op het volledig verdwijnen van de symptomen. Voor schizofreniepatiënten is er sprake van als symptomen zoals wanen en chaotisch denken ten minste zes maanden achter elkaar alleen maar in milde versie aanwezig zijn.
bron: Reformatorisch Dagblad


VROEGE BEHANDELING GEEFT BETER RESULTAAT

bron: schizbull 18-10-2005

VOORBURG, 18-10-2005 - Vroegtijdige behandeling van een psychose zorgt voor een beter beloop op
lange termijn. Dit is de uitkomst van een wetenschappelijk onderzoek door de School of
Medicine van de Amerikaanse universiteit van North Carolina (UNC), dat deze maand is
gepubliceerd in de American Journal of Psychiatry. De resultaten laten zien dat
schizofrenie niet een invaliderende stoornis hoeft te zijn. Op z'n minst bij een aantal
patiënten kunnen symptomen en disfunctioneren voorkomen worden.

Bij veel ziektes is het zo dat de patient achteruitgaat naarmate zijn ziekte langer
onbehandeld blijft. Ook van schizofrenie werd dit gedacht en al vaker onderzocht, maar nooit op de
schaal van het UNC. De onderzoekers ploegden maar liefst 625 eerder gepubliceerde onderzoeken door
voordat ze een definitieve conclusie trokken. Het bleek dat hoe korter de onbehandelde psychose
duurde, hoe groter het effect van behandeling met antipsychotica. Met andere woorden: vroege
behandeling leidt tot beïnvloeding van het beloop. Hoe langer patienten onbehandeld bleven,
hoe slechter ze functioneerden en hoe meer symptomen ze hadden, zowel meteen na de behandeling als na 15 jaar.

De psychiatrische afdeling van de UNC heeft inmiddels een nieuw behandelprogramma opgezet dat
aansluit op de resultaten, OASIS (Outreach and Support Intervention Services) geheten. Zelf
spreken ze van een 'uniek' programma, vanwege het maatwerk in vroege herkenning en behandeling van
jonge mensen en hun families bij het begin van een psychotische episode, al geven ze toe dat de
basis ervan al was terug te vinden in programma's in Australie, Noorwegen, Engeland en Canada. Deze
programma's hebben opmerkelijk positieve resultaten laten zien: minder en kortere opname,
afgenomen symptomen en hervatting van school of werk

NIEUWE BLOEDTEST ZOU AANWEZIGHEID SCHIZOFRENIE AANTONEN
Maandag 14 februari 2005
bron: New Scientist
copyright: Redactie Schizofrenie Bulletin / Ypsilon

SAN DIEGO, 14-2-2005 - Niets lijkt toch idealer dan een simpele test met
een druppel bloed dat uitsluitsel kan geven of sprake is van schizofrenie
of niet. Af en toe duikt er dan ook een onderzoeksteam op dat claimt met
een nieuwe methode het bloed te kunnen onderzoeken op schizofrenie. De
meest recente claim komt van de Universiteit van California. Daar zou een
team onder leiding van Ming Tsuang erin zijn geslaagd om gezonde mensen te
onderscheiden van mensen met schizofrenie en manische depressie.

De New Scientist maakt melding van de resultaten van het nog kleinschalige
onderzoek, dat eerder is gepubliceerd in het American Journal of Medical
Genetics B. Tsuang nam van in totaal 74 proefpersonen wat bloed af en
onderzocht het RNA-gehalte. RNA fungeert als de intermediair tussen DNA
(dat zorgt voor informatie en instructies) en eiwit (dat fungeert als
uitvoerder). Door middel van RNA worden de juiste eiwitten in de juiste
hoeveelheden op het juiste tijdstip aangemaakt. Daarmee worden de
celprocessen beslissend aangestuurd.

Op basis van de aangetroffen hoeveelheid RNA-moleculen zegt Tsuang met een
nauwkerigheid van 95 tot 97 procent de onderzoeksgroep uit te splitsen in
30 mensen met schizofrenie, 16 met een bipolaire stoornis (manische
depressie) en 28 gezonde mensen die fungeerden als controlegroep.

Peter Liddle, waarnemend directeur van Nottingham Institute of Neuroscience
in Groot-Brittannie, haast zich om in de New Scientist te waarschuwen dat
het vaststellen van een bepaald molecuulgehalte nog niets is zegt over de
oorzaak. Misschien zijn de bevindingen van Tsuang gewoon toeval, oppert
LIddle, of zijn ze het gevolg van de medicatie.

Tsuang zelf is inmiddels begonnen aan een tweede, groter onderzoek en hoopt
ook nog een derde te starten waarin ook patienten deelnemen die geen
medicatie gebruiken. Daarmee zou hij de speculaties van Liddle
wetenschappelijk uit kunnen bannen.
 

NIEUW ANTIPSYCHOTICUM 'HAALT SCHIZOFRENIEPATIENT UIT ISOLEMENT'
bron: Schizbull 8-6-04   Referentie: www.abilify.com

WOERDEN, 8-6-2004 - Een nieuw middel met een effectieve
lange-termijnbehandeling, maar met "in veel mindere mate" de ernstige
bijwerkingen van andere antipsychotica. Dat beloven de makers van een nieuw
antipsychoticum dat de registratieautoriteiten in 25 Europese landen,
waaronder Nederland, vandaag hebben goedgekeurd. Fabrikant Bristol-Myers
Squibb (BMS) brengt het medicijn op de markt onder de naam Abilify. Na de
Europese goedkeuring is opname in het geneesmiddelenvergoedingssysteem de
volgende stap. Ook in Nederland heeft de producent de procedure hiervoor in
werking gezet.

Abilify (aripiprazole) zorgt er volgens de fabrikant voor dat de patient
actief blijft, en heeft nauwelijks invloed op het gewicht en het seksueel
functioneren. Daarmee bindt BMS de strijd aan met andere moderne
antipsychotica. Deze tweede generatie heeft met elkaar gemeen dat ze minder
bijwerkingen vertonen op het gebied van de motoriek, maar vaak komen daar
andere hinderlijke bijwerkingen voor terug. Met graagte haalt de producent
dan ook AMC-psychiater Don Linszen aan dat "ernstige bijwerkingen het
maatschappelijk functioneren van de patient belemmeren en daarmee
stigmatiserend werken".

"Voor deze patienten is het van groot belang te kunnen beschikken over een
effectieve behandelmethode", aldus Linszen in het persbericht. "Van
internationale collega's weet ik dat het nieuwe geneesmiddel de patienten
actief houdt en er geen aanzienlijke gewichtstoename is. Zij maken zelfs
weer toekomstplannen. Emoties worden door de patient zelf weer gevoeld en
ook zichtbaar voor de ander. Hierdoor wordt het leggen van sociale
contacten, het aangaan van relaties en deelnemen aan het arbeidsproces weer
mogelijk. Ik moet het natuurlijk nog zien in de praktijk, maar als deze
claims kloppen, dan hebben we een doorbraak in de behandeling van
schizofrenie."

Ook voorzitter Gijs Francken van patientenvereniging Anoiksis en
Ypsilondirecteur Bert Stavenuiter worden in het bericht geciteerd. Beiden
zeggen het nieuwe middel te verwelkomen.

BIJZONDER HOOGLERAAR ONDERZOEKT TAALPRODUCTIE BIJ STEMMENHOORDERS
Bron: Schizbull

MAASTRICHT, 15-3-2004 - Prof. dr. Niels Schiller heeft voortaan wat uit te
leggen als iemand op een verjaardagsfeestje vraagt wat hij doet. Per 1
maart 2004 is Schiller benoemd tot bijzonder hoogleraar "Psycholinguistiek,
in het bijzonder fonologisch encoderen", heeft de Faculteit der Psychologie
van de Universiteit Maastricht vandaag laten weten. In dat kader zal hij
zich ook bezighouden met onderzoek naar mensen met schizofrenie die stemmen
horen.

Psycholinguistiek houdt zich bezig met de verwerking van taal en dan in het
bijzonder de processen die voor de informatieverwerking ervan
verantwoordelijk zijn. In de psycholinguistiek wordt onderscheid gemaakt
tussen taalproductie en taalperceptie, twee processen die gebruikmaken van
verschillende structuren in de hersenen. De bijzonder hoogleraar zal zich
vooral bezig houden met het eerste: de taalproductie.

In de taalproductie zijn verschillende stappen te onderscheiden.
Taalproductie begint altijd met lexicalisering, dat wil zeggen dat de
spreker het passende woord opzoekt in zijn 'mentaal woordenboek'. Daarna
verzamelt de spreker grammaticale informatie over het woord (zoals: is het
een werkwoord, een zelfstandig naamwoord of een bijvoeglijk naamwoord) en
vervolgens concrete vorminformatie (lettergrepen, klemtoon etc.). Dit
proces wordt fonologisch encoderen genoemd. Na het verzamelen van al deze
informatie start het motorisch proces, zodat het woord daadwerkelijk kan
worden uitgesproken, waarbij de spreker automatisch controleert hoe hij het
woord uitspreekt.

Voor het onderzoek is Schiller niet alleen geïnteresseerd hoe dit proces
verloopt bij gezonde mensen, maar ook bij mensen die de controle op de een
of andere manier kwijt zijn, zoals mensen die stotteren en
schizofreniepatienten die stemmen horen. De hoogleraar zal daarbij
gebruikmaken EEG en fMRI, methoden die de hersenfunctie in zicht brengen.
Vanaf het najaar van 2004 kan Schiller zijn onderzoek ook 'in huis'
verrichten: de Universiteit Maastricht beschikt dan over een eigen MRI-scanner.

Prof. Schiller is benoemd door de Stichting Wetenschapsbeoefening en was
voor zijn benoeming reeds werkzaam bij de Faculteit der Psychologie als
Universitair Hoofddocent.

Loden last
Loodbenzine mogelijk oorzaak schizofrenie

dinsdag 17 februari 2004, Maarten Keulemans, bron: http://noorderlicht.vpro.nl/loodschizofrenie

Tot maar liefst een kwart van alle schizofreniegevallen kan zijn veroorzaakt door loodvergiftiging. Kinderen blijken een twee keer zo grote kans te hebben om later schizofrenie te ontwikkelen, als hun moeder tijdens de zwangerschap veel lood in het bloed had.
Die conclusies ontvouwde een groep New Yorkse onderzoekers dit weekeinde op het jaarcongres van de American Association for the Advancement of Science, de AAAS.
“Een belangrijke vondst”, vindt onderzoekster Ezra Susser. Het is immers voor het eerst dat er een verband wordt gelegd tussen milieuverontreiniging en schizofrenie. Tot de jaren tachtig kwam er in westerse landen veel lood in het milieu door loodhoudende benzine.
De onderzoekers zeggen nog meer in petto te hebben. Zo zegt Susser over ‘voorlopig bewijs’ te beschikken dat er een verband bestaat tussen griep en schizofrenie. Vrouwen die tijdens de eerste helft van hun zwangerschap griep krijgen, zouden meer kans hebben op een schizofreen kind. Susser wil nog niet nader op die bevinding ingaan.
Dat lood de ongeboren vrucht kan beschadigen, was al bekend. Zo kan het metaal zorgen voor hersenbeschadigingen die leiden tot leerproblemen of zelfs zwakzinnigheid. Maar dat lood na tientallen jaren ook schizofrenie kan veroorzaken, dat is nieuw. Nog steeds is onbekend waardoor schizofrenie precies wordt veroorzaakt.
Susser en collega’s onderzochten meer dan honderd bewaard gebleven bloedmonsters van vrouwen die begin jaren zestig in verwachting waren. Daaronder 44 vrouwen waarvan het kind achteraf schizofreen zou blijken, en 75 vrouwen met een gezond kind. De vrouwen met een schizofreen kind bleken tijdens de zwangerschap veel meer lood in het bloed te hebben. Omgerekend naar de gehele bevolking, kan het er zelfs op neerkomen dat een kwart van alle schizofreniepatiënten zijn ziekte heeft opgelopen door lood in de baarmoeder.
Hoe dat komt, weet Susser niet. Bekend is dat foetussen die worden blootgesteld aan giftige stoffen zoals metalen, narcosemiddelen en alcohol ertoe overgaan hersencellen te vernietigen. Een andere mogelijkheid is dat lood de vorming van verbindingen tussen hersencellen in de weg staat.
“Een grote zorg” is lood in het milieu volgens de onderzoekers nog steeds. Benzine is tegenwoordig weliswaar loodvrij, nog altijd komt er veel van het zware metaal in het milieu door verf en fabrieksrook. Volgens een recente schatting heeft 5 procent van alle pasgeborenen in westerse landen meer dan 100 microgram lood in het bloed. Vanaf 400 microgram geldt het woord ‘loodvergiftiging’, maar volgens het onderzoek verdubbelt de kans op schizofrenie al bij 150 microgram.
In Nederland ligt de looduitstoot al vele jaren aan banden. Toch vaardigde de Algemene Inspectie Dienst (AID) vorige maand nog een officiële waarschuwing uit aan de provincies en gemeentes, nadat er twaalf koeien waren gestorven aan loodvergiftiging. De dieren hadden een op het eerste oog heel gewoon Drents grasveld begraasd.
 
Mark Opler, Alan Brown, Joseph Graziano, Ezra Susser et al.: Prenatal lead exposure, aminolevulinic acid, and schizophrenia. In: Environmental Health Perspectives.
DOI:10.1289/ehp.6777


TAAL IN BEIDE HERSENHELFTEN VERGROOT KANS OP SCHIZOFRENIE
Bron: Schizbull

UTRECHT, 27-1-2004 - Mensen met schizofrenie gebruiken voor taal vaker
beide hersenhelften. Dat is opmerkelijk, omdat driekwart van de bevolking
daar vrijwel uitsluitend de linker hersenhelft voor inschakelt. Iris
Sommer, psychiater in opleiding aan het UMC Utrecht, onderzocht of een
verdeling van de taalfuncties over beiden hersenhelften mensen vatbaarder
maakt voor schizofrenie. Vandaag promoveert ze op het onderzoek, waarvoor
ze destijds ook een beroep deed op familieleden van Ypsilon.

Sommer: "Het is niet duidelijk welke processen in de hersenen schizofrenie
veroorzaken. Er is een theorie die stelt dat een gelijkwaardige verdeling
van taal over de beide hersenhelften ermee te maken heeft. De toegenomen
taalactiviteit van de rechter hersenhelft zou dan de bron van de
gehoorshallucinaties kunnen zijn."

De zogeheten taaldominantie van de linker hersenhelft is voor een
belangrijk deel erfelijk bepaald. Ook bij het ontstaan van schizofrenie
spelen erfelijke factoren een grote rol. Sommer wilde weten of er een
(mogelijk oorzakelijk) verband bestaat tussen beide zaken: maakt een
toegenomen taalfunctie van de rechter hersenhelft mensen vatbaarder voor
schizofrenie?

Om dit te onderzoeken werden MRI-scans gemaakt van de hersenen terwijl
patiënten en vrijwilligers taaltaken uitvoerden. Uit het onderzoek van
Sommer bleek inderdaad een verband: mensen met schizofrenie blijken vaker
ook hun rechter hersenhelft gebruiken voor taal dan gezonde mensen. Deze
verdeling van taalfuncties over beide hersenen blijkt al te bestaan voordat
schizofrenie optreedt. Of de toegenomen taalfunctie van de rechter
hersenhelft ook echt een oorzaak speelt bij het ontstaan van een psychose
is echter nog niet duidelijk.
 

"ROKEN BESCHERMT TEGEN SCHIZOFRENIE"
Bron: Schizbull 23-12-03

CARDIFF, 22-12-2003 -Roken bij jonge mensen voorkomt schizofrenie. Hoe meer
sigaretten jongeren roken, hoe beter de bescherming is. Dat blijkt uit een
onderzoek van de Universiteit van Wales dat deze maand gepubliceerd is in
het American Journal of Psychiatry. Volgens de onderzoekers zijn deze
positieve effecten van roken echter geen reden om massaal te gaan roken,
aangezien schadelijke effecten van roken veel groter dan de potentiele
voordelen.

De resultaten van dit onderzoek komen overeen met dierenstudies waarin
aangetoond was dat nicotine beschermend op de hersenen werkt. Voor
Professor Gordon Parker komen de resultaten van deze studie onder meer dan
50.000 Zweden dan ook niet als een verrassing. Eerder was al bewezen was
dat roken helpt tegen de symptomen van schizofrenie. Parker: "De
neurotransmitter dopamine werkt niet goed bij mensen met schizofrenie.
Wanneer je rookt komt er meer dopamine vrij en we denken dat dit de reden
is dat zoveel schizofreniepatienten roken. Daarom denken we dat roken een
vorm van zelf medicatie is."

 

200 EXTRA SCHIZOFRENIEPATIENTEN DOOR CANNABIS
Bron: Schizbull 26-10-03

HILVERSUM, 26-10-2003 - Cannabis zorgt ervoor dat er in Nederland jaarlijks
200 mensen meer gaan leiden aan schizofrenie. Het is de cannabis zelf die
de schizofrenie veroorzaakt. Dat is de conclusie van Trimbos-onderzoeker
Harald Wychgel op basis van de metastudie "Cannabisgebruik en de kans op
latere schizofrenie" die binnenkort wordt gepubliceerd in het Tijdschrift
voor Geneeskunde. Wiegel onthulde afgelopen zaterdag zijn bevindingen in
het achtergrondprogramma Nova. Uit het onderzoek blijkt volgens Nova
bovendien dat mensen geen erfelijke aanleg nodig hebben om schizofrenie te
krijgen als gevolg van het gebruik van cannabis.

Ruim de helft van de Nederlandse jongens onder de 18 jaar komt in aanraking
met cannabis. Van de meisjes is dat 30 procent. En van de 400.000 jongeren
in Nederland die regelmatig cannabis gebruiken, krijgen er elk jaar 400
last van psychosen of schizofrenie. Dat is een verdubbeling ten opzichte
van de niet-blowers. Cannabis is daarom gevaarlijker dan vaak wordt
beweerd, concluderen ook moeder en zoon Vervaert uit eigen ervaring. Zoon
Arjan kreeg schizofrenie en twijfelt er niet aan dat dat het gevolg is van
stevig wietgebruik. Schizofrenie kwam bij hem in de familie niet voor. Het
onderzoek van het Trimbos-instituut onderschrijft zijn vermoedens. "De
softdrugs hebben hun onschuld verloren'', aldus Wychgel in de Nova-reportage.

De conclusies van het onderzoek gaan lijnrecht in tegen de stellingname van
minister Hoogervorst. De VWS-minister beweerde nog geen twee weken geleden
in antwoord op kamervragen dat nog niet was bewezen dat cannabis
schizofrenie veroorzaakt. "Er is dan ook geen reden om het beleid op dit
gebied aan te passen", meldde hij toen.

De uitzending is online na te zien via de website van Nova:
http://www.novatv.nl/ Maar zoals gebruikelijk heeft ook nu de vereniging
Ypsilon het programma weer op video opgenomen. Belangstellenden die de
uitzending hebben gemist, kunnen contact opnemen met het landelijk bureau
in Rotterdam om tegen vergoeding de videoband te lenen. Dit kan overigens
wel enige tijd in beslag nemen. Het bureau is op werkdagen bereikbaar
tussen 10 en 16 uur op (010) 4045166

'SCHIZOFRENIE DOOR CANNABIS IS NIEUWE MYTHE'

"SCHIZOFRENIE GEEN LEVENSLANG VERWOESTENDE ZIEKTE"
bron: Redactie Schizofrenie Bulletin

UTRECHT, 14-1-2003 - De GGZ moet af van het idee dat schizofrenie een 
levenslang verwoestende ziekte is. Dat was de boodschap van psychiater en 
epidemioloog Jim van Os vandaag in de jaarlijkse Trimbos-lezing. Niet 
iedereen met psychotische ervaringen heeft er ook altijd last van en heeft 
professionele hulp nodig, aldus Maastrichtse hoogleraar. "In werkelijkheid 
is de psychose heel divers qua voorkomen, beloop en impact op de mens. Het 
extreme beeld van de verwoestende psychose komt voort uit de steeds 
dominantere hypothese dat het hier gaat om een genetisch bepaalde 
hersenziekte."

Het wordt volgens Van Os tijd dat de GGZ oog krijgt voor 'de nieuwe 
psychose' en herstel-gericht gaat werken. Te lang is het beeld van 
schizofrenie opgehangen aan de slechtste minderheid in plaats van aan de 
grote groep. "Waarom? Omdat er voor het construct schizofrenie geen 
alternatief is. We weten niet wat een psychose dan WEL is als ze niet 
voortkomt uit schizofrenie."

In zijn lezing trachtte Van Os alsnog een alternatief te vinden voor de 
gebruikelijk indeling in schizofrenie, schizo-affectief, schizofreniform en 
andere classificaties. "Er is te weinig oog voor voor de variatie waarin 
een psychose zich kan uiten. Psychose is variatie, zoals emotie dat ook 
is." Vasthouden aan de klassieke indeling "botst met de empirie, maar botst 
ook met bejegening, het hulpaanbod en de organisatie van de zorg", aldus 
Van Os.

UMC: SCHIZOFRENIE IS EEN VOORTSCHRIJDENDE HERSENZIEKTE
bron: Redactie Schizofrenie Bulletin

ROTTERDAM, 15-1-2003 - In het eerste jaar van hun ziekte verliezen mensen 
met schizofrenie ongeveer 3 procent van hun hersencellen. Dit verlies aan 
hersencellen is groter naarmate de ziekte ernstiger is en de patient meer 
medicijnen gebruikt om de gevolgen van de ziekte tegen te gaan. Dat blijkt 
uit onderzoek van het UMC Utrecht en het Rudolf Magnus Instituut voor 
Neurowetenschappen dat is gepubliceerd in het tijdschrift Archives of 
General Psychiatry. Volgens het UMC Utrecht is hiermee aangetoond dat 
schizofrenie een voortschrijdende hersenziekte is, en niet, zoals lang werd 
aangenomen, uitsluitend een afwijking in de aanleg van de hersenen.

Van 34 patienten met een eerste psychose in het kader van schizofrenie werd 
met MRI-scans het volume van de hersenen kan worden gemeten. Deze scans 
werden vergeleken met die van 36 gezonde vrijwilligers. Na een jaar werden 
alle patienten en gezonde vrijwilligers opnieuw gescand. Het bleek dat er 
in het eerste jaar van schizofrenie verlies van hersenweefsel optreedt. Dit 
verlies wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname in het volume van de 
grijze hersenstof, die de hersencelen bevat.

Tot nu toe ging men ervan uit dat schizofrenie veroorzaakt werd door een 
storing in de aanleg van de hersenen. Men dacht dat de afwijkingen in de 
hersenen al aanwezig waren op het moment dat de eerste aanval van de ziekte 
optrad en dat deze hersenafwijkingen niet veranderden nadat de ziekte zich 
had geopenbaard. Door de uitkomsten van dit onderzoek wordt duidelijk dat 
de hersenafwijkingen toenemen als de ziekte voortschrijdt. Het UMC denkt 
dat dit een belangrijke aanleiding is om nieuwe behandelingsmethoden te 
gaan ontwikkelen, omdat deze achteruitgang in hersenfunctie mogelijk kan 
worden afgeremd.


Nieuwere medicijnen lijken de kans op suikerziekte enigszins te verhogen


New York, 2 –5 – 2002 
Jongere mensen met schizofrenie hebben meer kans op de diagnose diabetes mellitus als ze met nieuwe, zogenaamde “atypische” middelen worden behandeld dan wanneer ze klassieke middelen krijgen voorgeschreven. Dat lijken cijfers van de Amerikaanse Veterans Health Administration uit te wijzen die zijn gepubliceerd in het American Journal of Psychiatry.
Het team van Dr. Michael Sernyak onderzocht maar liefst 38.000 schizofreniepatiënten die tussen juni en september 1999 anti - psychotica kregen voorgeschreven. Bijna 60% kreeg daarbij atypische middelen voorgeschreven. Werd de groep als geheel bekeken, dan waren er geen noemenswaardige verschillen in het voorkomen van diabetes tussen beide medicijngroepen. Patiënten jonger dan 60 jaar binnen de groep werden de diagnose diabetes echter beduidend vaker gesteld bij de groep die met Leponex, Zyprexa, Seroquel of Risperdal werden behandeld.
In een interview benadrukte de onderzoeksleider overigens dat mensen met schizofrenie altijd meer kans hebben op suikerziekte. Hij opperde dat mensen met schizofrenie elke twee jaar zouden moeten worden onderzocht op een verhoogde suikerspiegel, vooral als ze worden behandeld met een nieuwer, atypisch, medicijn. Hij wil echter niet terug naar het gebruik van alleen klassieke middelen. Wel zouden psychiaters de risico’s met hun patiënten moeten doornemen

Een onderzoek van Peter Kits (januari 1997).

“Uit onderzoek is bekend dat mensen die aan schizofrenie lijden in sterkere mate neigen tot consumptie en afhankelijkheid van psycho-actieve middelen, dan een vergelijkbare doorsnee groep uit de bevolking. Hiervoor zijn diverse verklaringen gezocht: zelfmedicatie en het bestrijden van schizofreniesymptomen met behulp van psycho-actieve middelen lijkt toch uiteindelijk het belangrijkste mechanisme. Daarnaast zijn er nog argumenten als de sociale laag waarin de schizofreniepatiënten zich bewegen: daklozen, druggebruikers etc. Ook het zoeken naar avontuur, dat de eenzame schizofreniepatiënt toch af en toe kenmerkt. Of de gemakkelijke prooi die ze zijn voor kwaadwillige dealers etc.”
Concluderend schrijft Kits het volgende. 
“Überhaupt is het voor niemand, en zeker ook niet voor mensen met schizofrenie, aan te bevelen om psycho-actieve middelen te gebruiken. Toch gebeurt het, zoals ik in de inleiding zei, veelvuldig. De middelen die het meest worden gebruikt zijn alcohol, cannabis en opiaten.”

Ander onderzoeksnieuws.

Vernomen in de wandelgangen. ..

Bekend is dat veel anti-psychotica als vervelende bijwerking gewichtstoename hebben. Het blijkt dat in de V.S. nizatidine (merknaam Axid of Naxidine) wordt voorgeschreven om gewichtstoename tegen te gaan. Toepassing van deze stof om gewichtstoename bij anti-psychotica tegen te gaan is ook aan de orde geweest op het voorjaarscongres van de Nederlandse Vereniging voor de Psychiatrie 2001. We weten nog weinig over het voorschrijven ervan, maar vraag bij de huisarts of apotheker of het mogelijk is dit middel voorgeschreven te krijgen. Trouwens. ..Meer lichaamsbeweging blijkt ook te werken!

Gelezen in de krant. .

Er blijkt een verband te bestaan tussen schizofrenie en seksueel misbruik bij kinderen. De onderzoekers geven te kennen dat er geen directe oorzaak-gevolg bestaat, maar dat bij een significant deel van de mensen met schizofrenie kindermishandeling een rol gespeeld heeft. Dit heeft gevolgen bij de behandeling; meer aandacht voor het trauma in plaats van medicatie. Andere risicogroepen zijn mensen uit de laagste socio-economische klassen, minderheden en inheemse volkeren. Ook gewone trauma's kunnen bijdragen aan het ontstaan van schizofrenie, zoals het verlies van ouders, een relatiebreuk of sociale trauma's.


Laatste bewerking: 31-03-2009 09:10