Hoe komt de eerste behandeling van een psychose tot stand?
Patiënten met een psychose zijn vaak terughoudend in het
zoeken van een behandeling. Ze ervaren vreemde dingen die ze niet
goed kunnen plaatsen. Ze denken dat anderen hun situatie niet goed
zullen begrijpen en ze willen meestal zelf eerst uitzoeken wat er
met hen aan de hand is. Soms schamen ze zich voor hun problemen.
Begrip van familieleden en anderen kan dan een goede steun vormen.
Een goed gesprek met iemand die de patiënt vertrouwt
(bijvoorbeeld een mentor of huisarts) kan eveneens helpen.
Belangrijk is dat de psychotische waarnemingen en gedachten in zo'n
gesprek niet als onzin worden afgedaan.
In veel gevallen zet de psychose door en wordt de patiënt
verwezen naar de geestelijke gezondheidszorg (zelfstandig
psychiater, RIAGG of psychiatrisch ziekenhuis). Meestal zijn
meerdere gesprekken nodig om goed te onderzoeken wat er aan de hand
is en om de meest waarschijnlijke oorzaak van de psychose vast te
stellen. Hierna volgt een nieuwe reeks gesprekken met de
patiënt over de achtergronden van de klachten en over de
mogelijkheden om deze te verminderen of er beter mee om te gaan.
Hij zal ook medicijnen voorgeschreven krijgen, waarmee de
psychotische verschijnselen binnen een paar maanden kunnen
verdwijnen. Omdat ook u wilt weten wat er aan de hand is en u zelf
kunt fungeren als bron van informatie, ligt het voor de hand dat u
bij de behandeling wordt betrokken.
Soms zijn er bijkomende verschijnselen die thuis niet goed
aangepakt kunnen worden, zoals geweld, onrust, zelfverwaarlozing en
depressiviteit. In deze gevallen volgt doorgaans een opname in een
psychiatrisch ziekenhuis. Ook als de behandeling thuis onvoldoende
resultaat heeft of als de patiënt zich extreem terugtrekt kan
opname in een ziekenhuis zinvol zijn.
In een enkel geval kan een patiënt een gevaar zijn voor
zichzelf of zijn omgeving. Als hij in deze toestand geen opname
wil, kan hij soms tegen zijn wil worden opgenomen met een
rechterlijke maatregel (een inbewaringstelling of een rechterlijke
machtiging).
Wat doen medicijnen?
Bij de behandeling van een psychose kunnen verschillende
medicijnen worden gebruikt. De belangrijkste groep medicijnen
vormen de zogenaamde antipsychotica. Dat zijn middelen die
de psychose tegengaan. Ze reguleren de informatie-overdracht tussen
de hersencellen en zorgen ervoor dat de psychotische verschijnselen
afnemen. Daarnaast hebben ze een algemeen kalmerende werking
(opwinding en agressie kunnen verminderen). De antipsychotica
beïnvloeden in de hersenen de werking van verschillende
overdrachtstoffen (neurotransmitters).
Antipsychotica helpen niet alleen tijdens een acute psychose,
maar ook om het optreden van een nieuwe psychose te voorkomen. De
medicijnen zijn behoorlijk effectief, maar gaan gepaard met soms
lastige bijwerkingen. De mate waarin mensen last hebben van
bijwerkingen, verschilt sterk.
Bijwerkingen van de oudere, zogenaamde 'klassieke'
antipsychotica zijn vaak te merken aan de bewegingen van de
patiënt: stijfheid, beven, spierkrampen, rusteloos heen en
weer lopen. Om die bijwerkingen te verminderen kan de behandelaar
de dosering verlagen of nog een extra middel voorschrijven (een
anticholinergicum) danwel het antipsychoticum vervangen door een
ander antipsychoticum.
In een aantal gevallen schrijft de psychiater een nieuwer,
zogenaamd 'atypisch' antipsychoticum voor. Dit heeft minder invloed
op de beweging, maar kan wel weer andere bijwerkingen tot gevolg
hebben. Soms neemt de eetlust sterker toe dan bij de 'klassieke
antipsychotica'. Als dit gepaard gaat met minder activiteit kan de
gewichtstoename fors zijn. Bij sommige atypische antipsychotica
hebben patiënten bijzonder veel moeite om 's ochtends op te
staan.
Er is een antipsychoticum dat soms uitkomst biedt als andere
medicijnen niet werken of te veel bijwerkingen geven: clozapine
(Leponex). Wie dit middel gebruikt, moet regelmatig zijn bloed
laten controleren omdat bij ongeveer 1 procent van de gebruikers de
witte bloedlichaampjes onvoldoende worden aangemaakt. Als dit
gebeurt moet het gebruik van clozapine worden gestaakt. Hierna
neemt het aantal witte bloedlichaampjes weer toe tot een normaal
niveau.
Het is niet te voorspellen of en hoe uw familielid op een
bepaald antipsychoticum zal reageren. Door gericht te variëren
in soort en hoeveelheid, zoekt de behandelaar in samenwerking met
uw familielid uit wanneer het effect maximaal en de bijwerkingen
minimaal zijn. Vaak is het eerste medicijn ook meteen het goede,
maar het komt voor dat een aantal middelen beproefd moeten worden,
voordat het juiste medicijn is gevonden. Over het algemeen is bij
een eerste psychose een lage dosering voldoende.
Het kan soms meerdere weken duren alvorens duidelijk wordt of
een gunstig effect optreedt. Bij het 'instellen' van een
antipsychoticum is dus geduld nodig. Dat is vanzelfsprekend
moeilijk omdat de problemen vaak groot zijn.
Behalve antipsychotica en anticholinergica kan uw familielid ook
medicijnen tegen depressie (antidepressiva) voorgeschreven
krijgen.

Bron: 'Voor het eerst een psychose' |
Kies een ander hoofdstuk:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
|
Bestel hier uw eigen exemplaar van deze
brochure.
Klik hier voor een printversie van deze pagina
Sitemap
Naar het begin van deze
pagina
Laatste bewerking: 9 september 2005
|