Risicogroepen
Iedereen loopt in principe de kans om schizofrenie te krijgen. Er bestaat geen bloedproef of laboratoriumtest waarmee schizofrenie kan worden aangetoond. Ook hersenscans geven geen uitsluitsel. Maar met de huidige kennis weten we wel dat de kans op schizofrenie niet voor iedereen gelijk is. Sommige groepen lopen een verhoogd risico:
Schizofrenie in de familie
In de ene familie komt schizofrenie meer voor dan in de andere. Hoe directer de bloedband, des te groter is de kans: Kinderen van iemand met schizofrenie lopen meer risico dan ‘kleinkinderen-van’, broers of zussen meer dan neven en nichten, etc. Maar relativeer de cijfers wel: Als de helft van een eeneiige tweeling schizofrenie heeft, heeft de ander nog altijd 50 procent kans dat hij het niet krijgt. Als uw broer of zus schizofrenie heeft dan is de kans 9 procent dat u ook schizofrenie ontwikkelt en de kans bij uw kinderen nog maar 2 procent - en dus 98 procent dat het niet gebeurt.
Drugsgebruik
Drugsgebruik komt veel voor bij mensen met schizofrenie. Vooral hasj en wiet zijn populair: maar liefst 70 procent van de mensen met schizofrenie gebruikt het, met de bedoeling om zich wat prettiger te voelen. Maar de schadelijke gevolgen winnen het altijd van de baten. De meeste mensen weten niet van zichzelf dat ze een gevoeligheid hebben voor het ontwikkelen van psychosen. Zij kunnen door het gebruik van drugs zonder het te beseffen de eerste psychose uitlokken of maken dat nieuwe psychoses heftiger en dieper worden.
Migranten
Marokkanen in Nederland van de tweede generatie krijgen zes tot zeven keer zo vaak een psychotische stoornis als mensen van Hollandse komaf. Ook Surinamers, Antillianen en sommige andere immigranten lopen een verhoogd risico. Opvallend genoeg geldt dat vooral voor mensen van de tweede generatie, die dus in Nederland geboren en getogen zijn. Een verklaring kan zijn dat mensen met een verhoogd risico het best functioneren in een goed gestructureerde omgeving. Juist tweede generatie immigranten voelen zich vaak nog geen volwaardig Nederlander, maar zijn ook geen oorspronkelijke bewoner meer van hun land van herkomst.
Er zijn sterke aanwijzingen dat het risico op schizofrenie toeneemt naarmate je meer een eenling/een minderheid bent. Ook het wonen in een achterstandswijk kan meespelen.
Problemen tijdens zwangerschap of geboorte
Ondervoeding van de moeder tijdens de eerste maanden van de zwangerschap vergroot het risico op schizofrenie. Ook baby’s die met een moeilijke bevalling ter wereld kwamen en bijvoorbeeld last hadden van zuurstofgebrek, krijgen vaker schizofrenie. Dat geldt tevens voor baby’s van wie de moeder besmet was met toxoplasmose, een aandoening die het gevolg kan zijn van een kattenkrab.


(nog) geen diagnose