www.schizofrenieplein.nl www.psychoseplein.nl www.anoiksis.nl
 
 
Home   
 

STELLINGNAME PLATFORM GGZ

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning
en het nieuwe zorgstelsel

Deelnemers platform
2 december 2004

1. Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)

Cliënten- en familieorganisaties in de GGZ staan positief tegenover voorstellen om de integratie van mensen met een (psychische) handicap in de samenleving te bevorderen, en om burgers zelf en de lokale gemeenschap daar meer verantwoordelijkheid voor te geven. Wij hebben plannen voor een WMO dan ook positief-kritisch tegemoet gezien. Naarmate de contouren van de WMO meer zichtbaar worden, groeien echter onze bezwaren.
Het platform GGZ i.o. mist in de WMO-voorstellen van het kabinet onder meer het recht op zorg, een onafhankelijke indicatiestelling, keuzevrijheid (PGB), waarborgen voor kwaliteit, waarborgen voor voldoende en geoormerkte middelen, en een wettelijke verankering van medezeggenschap voor cliënten en familieleden.
Voor een algemene reactie op de WMO-plannen verwijzen wij verder naar het LPR-Statement Genode Gasten en het manifest van organisaties van consumenten, patiënten, cliënten, mantelzorgers en vakbeweging d.d. 1 december 2004.

2. De verhouding AWBZ-ZVW-WMO

De geestelijke gezondheidszorg zal straks verdeeld worden over drie financieringsstromen: de AWBZ, de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO). Met deze driedeling zijn extra waarborgen noodzakelijk voor een goede (keten) zorg. Het afwentelrisico is immers groot. Voorkomen moet worden dat cliënten die om welke reden dan ook niet makkelijk in een hokje te stoppen zijn, straks tussen de wal en het schip vallen. Het Platform GGZ is hier vooralsnog niet gerust op:
  • Met de centralisering van de indicatiestelling AWBZ dreigt deze indicatiestelling ook verscherpt te worden, waardoor de druk op de ZVW en WMO (gemeenten) zal toenemen.
  • Mensen met een meervoudige, chronische problematiek (bijvoorbeeld een psychische handicap in combinatie met een lichamelijke of verstandelijke handicap) dreigen tussen AWBZ, WMO en ZVW heen en weer geschoven te worden
    hetzelfde geldt voor mensen met een ernstige psychische problematiek die niet (meer) onder behandeling (willen) zijn, maar wel behoefte hebben aan ondersteunende of activerende begeleiding.
  • Chronische cliënten dreigen het recht op AWBZ-zorg te verliezen, bijvoorbeeld doordat zij vanwege een sterk wisselend ziektebeeld soms wel en soms weer niet een indicatie verblijf hebben
    hier dreigen kieren te ontstaan tussen ZVW en AWBZ.
  • Specifieke voorzieningen zoals dagactiviteitencentra (DAC's) dreigen te verdwijnen. Alleen de aankondiging van een WMO heeft de DAC's al in een benarde positie gebracht.
  • Gemeenten krijgen binnen de WMO weinig prikkels om algemene voorzieningen ook toegankelijk te maken voor mensen met een psychische handicap
    een eventuele 'terugval' op duurdere individuele voorzieningen komt immers toch voor andermans rekening, namelijk die van de zorgverzekeraar.

Standpunt Platform GGZ i.o.

Het platform ziet graag een nadere uitwerking van de verhouding AWBZ-ZVW-WMO toegespitst op diverse groepen (potentiële) cliënten van de GGZ en verslavingszorg. Daarnaast willen het platform nadere afspraken over betrokkenheid van cliënten- en familieorganisaties bij de overheveling van GGZ-onderdelen naar de ZVW en WMO.

3. Vraagsturing en keuzevrijheid

Het persoonsgebonden budget en de onafhankelijke indicatiestelling zijn onmisbare instrumenten voor vraagsturing en dus van keuzevrijheid. Door aantasting van deze instrumenten dreigt de overheid weer te kiezen voor aanbodsturing.

Persoonsgebonden budget
Voor GGZ-cliënten zal met de overheveling van de extramurale zorg naar de ZVW het pgb voor de functies persoonlijke verzorging, ondersteunende en activerende begeleiding verdwijnen. Het Platform GGZ i.o. verzet zich sterk tegen deze inperking van keuzevrijheid. Wij geloven ook niet dat een restitutiesysteem binnen de ZVW een volwaardig alternatief voor het pgb kan zijn. Daarvoor kent het restitutiesysteem te veel haken en ogen, alleen al vanwege het feit dat een belangrijk deel van de GGZ-doelgroep niet in staat zal zijn om de benodigde bedragen voor te schieten..
Ondanks een motie die door de Tweede Kamer is aangenomen is er nog geen zekerheid of het recht op een pgb binnen de WMO wordt opgenomen. Wij pleiten voor dat recht en voor een onvoorwaardelijke uitvoering van de motie-Arib.
Zeer verontrustend is dat op korte termijn al aantasting van het pgb binnen de AWBZ dreigt. In het Convenant AWBZ 2005-2007 is een plafond voor het pgb ingevoegd. Wij vrezen dat de eerste wachtlijsten voor een pgb al ruim voor eind 2005 zullen ontstaan. Een ander groot punt van zorg is de dreigende afschaffing van het pgb voor activerende begeleiding. Het pgb heeft juist op het gebied van activerende begeleiding geleid tot een open markt met nieuwe vormen van zorg die op maat van cliënten gesneden zijn. De VWS-beleidsbrief 'Het pgb gewogen' stelt ons op dit punt voor de korte termijn gerust, maar neemt de zorgen voor de langere termijn niet weg.

Indicatiestelling
Ten aanzien van de indicatiestelling constateren wij dat het kabinet het uitgangspunt van onafhankelijkheid heeft losgelaten. Dit blijkt uit het Convenant AWBZ 2005-2007 en uit de WMO-plannen. Wij menen dat met het loslaten van de onafhankelijke indicatiestelling de weg naar aanbodsturing weer is ingeslagen.

Standpunt Platform GGZ i.o.

Het platform vraagt de staatssecretaris om:
  • uitvoering van de motie van de Tweede Kamer, waarin gevraagd is het recht op een pgb binnen de WMO vast te leggen;
  • opname van het pgb binnen de ZVW, minimaal voor die AWBZ-functies die naar de ZVW worden overgeheveld en waarvoor nu een pgb mogelijk is;
  • geen aantasting van het pgb binnen de AWBZ, zoals die bijvoorbeeld dreigt voor de functie activerende begeleiding en door het pgb-plafond in het AWBZ-convenant;
  • onafhankelijke indicatiestelling in de WMO.

4. Familieleden en mantelzorg

In de WMO zoals het kabinet die in de contourennota schetst, komen mensen pas in aanmerking voor ondersteunende voorzieningen, als ze geen beroep op hun sociale omgeving meer kunnen doen. De indruk wordt gewekt dat er nog wel rek zit in de mantelzorg. Die indruk is stellig verkeerd en doet geen recht aan het zware leven dat familie en naasten van psychiatrische patiënten al hebben, en aan de zorg die zij al verlenen. Eigen verantwoordelijkheid nemen familieleden van mensen met een psychiatrische aandoening allang, eerder te veel dan te weinig.
Familie moet vooral gewoon familie kunnen zijn. Familieorganisaties proberen hun leden te leren omgaan met de ziekte van hun kind, broer, zus, ouder, en hen weerbaar te maken, zodat zij grenzen leren stellen aan de zorg die zij op zich nemen. Aan het leven met een familielid met een psychische handicap zijn ook specifieke kenmerken verbonden. Schizofrenie bijvoorbeeld ontstaat meestal tussen het 16e en 26ste levensjaar, en niet pas op de oude dag. Voor familie en naasten betekent dit dat gedurende lange tijd er zorg verleend wordt, of er zorgen zijn. Familierelaties kunnen erg gespannen zijn. Gevoelens van achterdocht, vaak inherent aan het ziektebeeld, en van schuld kunnen een rol spelen. Als in die situatie cliënten nog eens extra afhankelijk worden gemaakt van (afgedwongen) mantelzorg, doet dat noch de cliënt noch de familie enig goed.

Voor mantelzorgers in de VG- en LG-sector is respijtzorg een gangbaar fenomeen. Voor mantelzorgers in de GGZ zijn deze faciliteiten vaak (nog) niet toegankelijk. 'Hoe kan ik mijn zoon die schizofrenie heeft nu overlaten aan een vreemde?' Uitbreiding van respijtzorg-faciliteiten die (ook) voor de GGZ geschikt zijn, is dan ook zeer gewenst.

Opvallend is dat de regering enerzijds de mantelzorg stimuleert, maar anderzijds een mogelijkheid om mantelzorg praktisch handen en voeten te geven dreigde af te pakken. Recent stond het pgb voor inwonende familieleden ter discussie. Het gaat vaak om familie en naasten die bereid zijn een deel van hun arbeidstijd in te leveren om hun zieke familielid de begeleiding of zorg te geven die nodig is. Wij wijzen bijvoorbeeld op een groot aantal gezinnen met autistische kinderen die op deze wijze mogelijk maken dat het kind thuis blijft wonen. Het pgb biedt dan een kleine compensatie voor het financiële offer dat men brengt. Daarnaast kan het pgb een welkome bijdrage zijn aan het - juist in een GGZ context -gelijkwaardig maken van de verhoudingen.
Inmiddels hebben wij de beleidsbrief pgb ontvangen waarin melding gemaakt wordt van behoud van het pgb voor inwonende familie. Opluchting hierover geldt slechts de korte termijn. Immers, voor de ambulante en kortdurende ggz vindt er in 2006 een overheveling plaats uit de AWBZ naar de nieuwe Zorgverzekeringswet. Het Platform pleit daarom nogmaals met kracht voor invoering van het pgb in de Zorgverzekeringswet.

Het Platform maakt zich zorgen over de berichten die zijn ontvangen over de rol van de mantelzorg bij de indicatiestelling. Vele berichten hebben ons bereikt dat momenteel 'te' terughoudend wordt geïndiceerd met het oog op de mogelijkheid van mantelzorg. Verdere belasting van mantelzorgers is volgens het Platform niet gewenst.

Standpunt Platform GGZ i.o.

Het platform vraagt:
  • een duidelijke uitspraak van de staatssecretaris waarin zij erkent dat de WMO niet mag leiden tot een zwaardere belasting van mantelzorgers (in de GGZ);
  • uitbreiding van faciliteiten voor respijtzorg op het gebied van de GGZ;
  • ook in de toekomst behoud van de mogelijkheid om (inwonende) familieleden met een persoonsgebonden budget in te schakelen.

5. Cliëntondersteuning

'Meer keuzevrijheid' en 'meer eigen verantwoordelijkheid' vragen beide om mondige burgers. Maar: sommige mensen zijn niet zo mondig, hebben meer nodig dan informatie, hebben behoefte aan ondersteuning in het vinden van de weg naar de nodige zorg en maatschappelijke ondersteuning. Naast goede cliëntinformatie, waar VWS zich hard voor maakt, is de verdergaande cliëntondersteuning voor veel mensen noodzaak. Voor mensen met een psychische problematiek is het aanbod aan cliëntondersteuning echter onvoldoende ontwikkeld, zowel kwantitatief als kwalitatief.

Met het project Steunpunt Cliëntondersteuning hebben cliëntenorganisaties GGZ en het Trimbos-instituut, verenigd in de Stuurgroep Cliëntondersteuning, de afgelopen twee jaar op het gebied van cliëntondersteuning veel expertise opgebouwd. Expertise over hoe cliëntondersteuning voor (potentiële) GGZ-cliënten eruit zou moeten zien.
Binnen het project wordt aan een groeiende groep regio's ondersteuning geboden bij het opbouwen van cliëntondersteuning, volgens landelijk uitgedachte modellen en kwaliteitscriteria. Het project genereert veel enthousiasme en inzet.
In 2003 werden zowel de cliëntenorganisaties als het Trimbos-instituut hierin financieel gesteund door VWS. In 2004 geldt dat helaas alleen voor het Trimbos-instituut.

Recent werd bekend dat ondanks uitgesproken waardering voor het project en concrete toezeggingen van ambtenaren van VWS aan het Trimbos-instituut voor het jaar 2005, op hoger ambtelijk niveau besloten is in 2005 'cliëntondersteuning' te schrappen uit de productbegroting van het Trimbos-instituut. In de Stuurgroep overheerst verbijstering over dit besluit, dat ook werkelijk niet meer uit te leggen is aan alle betrokkenen in de regio's.

Nu zit de Stuurgroep per 2005 geheel zonder middelen en zonder de steun en menskracht van het Trimbos-instituut. Dat betekent een voortijdig einde aan de inzet van de Stuurgroep. Voortijdig omdat de Stuurgroep een traject voor ogen heeft waarin de cliëntondersteuning GGZ haar plaats zal innemen in de cliëntondersteuning zoals die verder ontwikkeld zal worden in het kader van de WMO, samen met de cliëntondersteuning die reeds geboden wordt door de MEE en de ouderenadviseurs aan cliënten van de andere 'oude' AWBZ-sectoren.

Het is van groot belang dat de cliëntondersteuning voor mensen met een psychische problematiek straks een volwaardige plek krijgt binnen de lokale ondersteuningsstructuur. Daarvoor moet de Stuurgroep Cliëntondersteuning haar werk voort kunnen zetten. Gebeurt dat niet, dan gaat er expertise verloren en is er sprake van kapitaalvernietiging op landelijk en regionaal niveau. Met relatief weinig geld is op landelijk niveau een enorme inzet gepleegd, die zijn vertaalslag kreeg in veel initiatieven op regionaal niveau. Aan het streven van de landelijke Stuurgroep om door haar aansturing daarbij enige uniformiteit en een goed kwaliteitsniveau te bewerkstelligen komt een einde.

Standpunt Platform GGZ i.o.

Het platform GGZ vraagt de staatssecretaris om:
  • het besluit te herzien dat het Trimbos-instituut in 2005 geen middelen mag inzetten voor het verder ontwikkelen van cliëntondersteuning voor mensen met een psychische problematiek;
  • de cliëntenorganisaties die participeren in de Stuurgroep uit te nodigen een aanvraag te doen voor een projectsubsidie t.b.v. het werk voor de Stuurgroep voor het jaar 2005;
  • de toezegging dat de cliëntenorganisaties en het Trimbos-instituut zo nodig ook voor 2006 een beroep mogen doen op VWS, zodat de expertise niet verloren gaat en inbedding in de WMO kan plaatsvinden.

6. De rol van cliënten- en familieorganisaties

Cliënten- en familieorganisaties GGZ kunnen op drie manieren een belangrijke bijdrage leveren aan vormgeving van de WMO:
  • Cliëntinformatie en cliëntondersteuning (zie hiervoor)
  • Countervailing power / belangenbehartiging
  • Cliënteninitiatieven (zelfhulpgroepen, lotgenotencontact, cliëntgestuurde projecten)
Zij moeten echter wel de middelen en mogelijkheden krijgen om deze bijdrage werkelijk te kunnen leveren.

Countervailing power / belangenbehartiging
Het kabinet gaat in zijn plannen voor een WMO uit van een grote beleidsvrijheid voor gemeenten met horizontale verantwoording over het gevoerde beleid. De vraag is of in deze opzet kwetsbare groepen, zoals mensen met een psychische handicap, verslaafden, dak- en thuislozen, wel voldoende tot hun recht komen. Deze doelgroep is bij gemeenten (zowel B&W als ambtenaren als gemeenteraad) vaak nog weinig in beeld of slechts eenzijdig in beeld vanuit het perspectief van overlastbestrijding. Electoraal vormen ze een factor van geringe betekenis. Bovendien zijn zij op lokaal niveau over het algemeen nog slecht georganiseerd in vergelijking met andere (kwetsbare) groepen zoals ouderen en lichamelijk gehandicapten.
In de begroting 2004 heeft VWS zelf terecht geconstateerd dat de GGZ op dit punt nog een achterstand heeft ten opzichte van andere sectoren. Die achterstand zou worden aangepakt, maar het tegenovergestelde gebeurt.
De GGZ ontvangt als enige sector geen middelen in 2005 en 2006 voor versterking van het decentrale niveau.

Sector Programma en looptijd Financier /
omvang financiering (op jaarbasis)
Gehandicapten MJAZ/VPR structureel VWS: € 2,5 - 2,6 miljoen
Curatieve Zorg MJAZ en VPR 2000 t/m 2006 VWS: circa € 2 miljoen
Verpl & Verz MJAZ en VPR 2000 t/m 2006 VWS: circa € 2 miljoen
GGZ Programma Versterking
jan 2002 t/m juni 2003

Programma Versterking 2
juli 2003 t/m dec 2004

Vanaf 2005
Reserves Fonds PGO: € 1,23 miljoen
VWS: € 0,45 miljoen

VWS: € 0,6 miljoen
(incl. middelen onderbesteding 2001)

Nihil

Uit voorgaand overzicht blijkt dat het Programma Versterking GGZ niet vervolgd wordt. In dit programma is de afgelopen drie jaar door regionale cliëntenorganisaties GGZ - bundelingen van cliëntenraden, cliënten- en familieorganisaties - een schat aan kennis en ervaring opgebouwd. Bovendien is een infrastructuur gerealiseerd voor informatieoverdracht, uitwisseling en verspreiding van succesvolle praktijken, waarvan veel gebruik wordt gemaakt. Nu het Programma Versterking geen vervolg krijgt, dreigt kapitaalvernietiging. Cliënten- en familieorganisaties in de GGZ zullen zich in de cruciale jaren 2005 en 2006 niet goed kunnen voorbereiden op de WMO.

Cliënteninitiatieven
Cliënteninitiatieven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van maatschappelijke steunsystemen op lokaal niveau en wijkniveau. Het gaat om zelfhulpgroepen, lotgenotencontact en cliëntgestuurde projecten op het gebied van wonen, vrije tijd, arbeid e.d. Deze initiatieven bieden vaak een vorm van ondersteuning die er nog niet is of zijn een (goedkoop) alternatief voor reeds bestaande reguliere voorzieningen.
Het is teleurstellend dat in de WMO-plannen tot dusver geen aandacht is besteed aan de waardevolle betekenis van deze cliënteninitiatieven, die bij uitstek een beroep doen op eigen kracht, eigen verantwoordelijkheid en onderlinge steun. De overheid geeft blijk van weinig visie op dit gebied.
Het Platform GGZ vreest dat cliënteninitiatieven in de WMO onvoldoende benut zullen worden, tenzij er een stimulerend beleid komt. Anders zullen de meeste gemeenten, kiezend voor de gemakkelijkste weg, straks in zee gaan met enkele grote aanbieders, terwijl zij de kleinschalige cliënteninitiatieven links laten liggen.


Standpunt Platform GGZ i.o.

Countervailing power / belangenbehartiging
Het platform vraagt aan het ministerie van VWS om in aanloop naar de WMO een landelijk programma 2005-2006 te financieren voor versterking van de positie van cliënten GGZ, verslavingszorg en maatschappelijke opvang op decentraal niveau (analoog aan VPR/VCP-programma's in andere sectoren). Speerpunten van het programma zullen voorlichting, beeldvorming en belangenbehartiging zijn.

Cliënteninitiatieven
Het platform pleit bovendien voor een plan van aanpak voor:
  • het stimuleren van cliënteninitiatieven en het in beeld brengen van deze initiatieven bij gemeenten;
  • ontwikkeling van kennis over cliënteninitiateven en verspreiding van succesvolle praktijken;
  • invoeging van cliënteninitiatieven in de ketenzorg;
  • stroomlijning van beschikbare middelen voor cliënteninitiatieven die anders dreigen versnipperd te raken en/of te 'verdwijnen' in brede financierinsgsstromen.

Utrecht / Rotterdam, 2 december 2004.


Het Platform GGZ bestaat uit de volgende consumentenorganisaties:

  • Vereniging Ypsilon
  • Stichting Landelijke Patiënten- en bewonersraden in de GGZ
  • Vereniging Cliëntenbond in de geestelijke gezondheidszorg
  • Stichting Pandora
  • Stichting Regioconsult GGZ
  • Vereniging Anoiksis
  • Nederlandse Vereniging voor Autisme
  • Vereniging voor Manisch-Depressieven en Betrokkenen
  • Stichting Labyrint/In Perspectief
  • Stichting Borderline
  • Angst-, Dwang- en Fobiestichting Nederland
  • Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa
  • Regioberaad Nederland i.o.
  • Vereniging Balans/Impuls
  • Stichting Anonieme Gokkers en Omgeving Gokverslaafden
  • Stichting Landelijke Koepel Familieraden in de GGZ.



  • dot Klik hier voor een printversie van deze pagina
    dot Sitemap
    dot Naar het begin van deze pagina
    dot Laatste bewerking: 17 januari 2006