STELLINGNAME PLATFORM GGZ IN HET KORT
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning
en het nieuwe zorgstelsel
Deelnemers platform
11 april 2005
Geachte leden van de Vaste Kamercommissie VWS,
Met het oog op het AO over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) van 20 april a.s. brengen wij graag de standpunten van het Landelijk Platform Cliënten- en Familieorganisaties in de GGZ opnieuw onder uw aandacht. Wij doen dit zo beknopt mogelijk en verwijzen voor een nadere toelichting naar onze WMO-standpuntennotitie van 2 december j.l., die als bijlage bij deze brief is toegevoegd.
Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Tijdens het WMO-debat dat u op 9 december jl. met de staatssecretaris heeft gevoerd, is veelvuldig verwezen naar het WMO-manifest van organisaties van consumenten, patiënten, cliënten, mantelzorgers en vakbeweging. Wij stellen dat zeer op prijs. Wij zien dit manifest ook in het verdere debat als dé toetssteen waaraan de kabinetsplannen beoordeeld moeten worden.
Het Platform vraagt zich af of invoering van de WMO per 1 januari 2006 wel realistisch en wenselijk is. De door de staatssecretaris beoogde taakverruiming voor gemeenten per 2006 gaat veel verder dan alleen de enkelvoudige huishoudelijke hulp en raakt ook een veel grotere doelgroep. Wij vrezen dat gemeenten hiervoor nog onvoldoende zijn toegerust. VWS en VNG lopen in het implementatietraject al achter op de krappe tijdschema's. Bovendien hebben zij op essentiële punten zoals de financiering tot op heden nog geen overeenstemming bereikt.
De verhouding AWBZ-ZVW-WMO
Voor cliënten GGZ is de komst van de WMO niet los te zien van de overheveling van grote delen van de GGZ naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) en de knip in de bemoeizorg. Het betreft een zeer ingrijpende en complexe operatie voor de sector.
Over de Zorgverzekeringswet zijn nog veel vragen onbeantwoord: welke onderdelen van de GGZ worden nu precies overgeheveld naar de ZVW? En komt de overgehevelde GGZ-zorg geheel in het basispakket of gaat (op termijn) toch een deel naar de aanvullende verzekering?
Ook over de toekomstige positie van de GGZ in de WMO is nog weinig helderheid. Gemeenten krijgen per 1 januari 2006 al extra taken voor de GGZ-doelgroep, onder meer door de overheveling van subsidieregelingen. Welke taken daar later nog bij komen, bijvoorbeeld door overheveling van AWBZ-voorzieningen naar de WMO, is nog onbekend.
Het Platform GGZ verwacht van de overheid als systeemverantwoordelijke een heldere regie, die erop gericht is de samenhang in het totale GGZ-pakket te waarborgen. Het Platform vindt die regie nu onvoldoende zichtbaar. Tekenend is dat het Platform zelf geen vast aanspreekpunt heeft op het ministerie van VWS.
Het Platform GGZ ziet graag een nadere uitwerking van de verhouding AWBZ-ZVW-WMO toegespitst op diverse groepen (potentiële) cliënten van de GGZ en verslavingszorg. Deze uitwerking moet helderheid geven over:
- toegankelijkheid en bereikbaarheid van GGZ-voorzieningen in de toekomst;
- waarborgen voor goede ketenzorg en garanties tegen onderlinge afwenteling van risico's door zorgkantoren, zorgverzekeraars en gemeenten; aandacht is vooral gewenst voor mensen met een meervoudige problematiek en/of een sterk wisselend ziektebeeld;
- de samenhang tussen algemene en individuele voorzieningen;
- garanties voor behoud van het huidige voorzieningenniveau.
Vraagsturing en keuzevrijheid
De staatssecretaris weigert tot dusver om uitvoering te geven aan de wens van de Tweede Kamer om het recht op een persoonsgebonden budget binnen de WMO vast te leggen. Het Platform GGZ gaat ervan uit dat de Kamer op dit punt voet bij stuk houdt.
Voorts is het Platform van mening dat de onafhankelijke indicatiestelling binnen de WMO dient te worden vastgelegd.
Familieleden en mantelzorg
Het Platform GGZ vreest dat de WMO zal leiden tot een zwaardere belasting van familieleden. Uitbreiding van faciliteiten voor respijtzorg op het gebied van de GGZ is gewenst. Daarnaast moet ook in de toekomst de mogelijkheid behouden blijven om (inwonende) familieleden met een persoonsgebonden budget in te schakelen.
Doordat in de WMO zo'n zware nadruk ligt op mantelzorg, dreigt vergeten te worden dat familieleden ook gewoon familie moeten kunnen zijn. Zij worden alleen nog gezien als mantelzorgers.
In de brief over implementatie van de WMO wordt vermeld dat de staatssecretaris samen met de betrokken organisaties wil onderzoeken hoe de ondersteuning van mantelzorgers op lokaal niveau goed gestalte kan krijgen. Zij heeft de mantelorganisaties gevraagd een kwaliteitslabel voor ondersteuning te ontwikkelen. Het Platform is verbaasd dat kennelijk niet overwogen wordt de familieorganisaties in de GGZ hierbij te betrekken. Het Platform pleit er nadrukkelijk voor om als het gaat om mantelzorg meer gebruik te maken van de expertise die bij familieorganisaties al aanwezig is.
Cliëntondersteuning
Op het gebied van cliëntondersteuning GGZ is de afgelopen twee jaar veel expertise opgebouwd. De staatssecretaris verwijst hier ook naar in de notitie Implementatie WMO. Qua capaciteit is echter sprake van een grote achterstand op de ouderenadviseurs en de MEE (LG- en VG-sector).
Het Platform GGZ pleit voor de financiering van een doorbraaktraject om de cliëntondersteuning GGZ op een gelijkwaardig niveau te brengen met de cliëntondersteuning in andere sectoren.
De rol van cliënten- en familieorganisaties
De GGZ-cliënten- en familieorganisaties verkeren op landelijk, regionaal en lokaal niveau in een structurele achterstandspositie en dit bemoeilijkt een succesvolle implementatie van de WMO voor de GGZ-doelgroep. Op lokaal niveau zijn GGZ-cliënten momenteel nog nauwelijks vertegenwoordigd en verenigd, en op landelijk en regionaal niveau worden zij onvoldoende gefaciliteerd om het lokale niveau te versterken.
De staatssecretaris en medewerkers van het ministerie hebben de afgelopen maanden meermalen erkend dat er sprake is van een structurele achterstand van de GGZ. Concrete stappen om iets aan die structurele achterstand te doen, blijven echter uit. Het ministerie is in het kader van de WMO-implementatie hooguit bereid om een enkele GGZ-specifieke handreiking te financieren.
Het Fonds PGO stelt dat het vanwege langlopende verplichtingen de komende jaren nog niet in staat is de achterstand van de GGZ structureel aan te pakken.
Ten slotte geldt dat de GGZ als enige sector geen middelen van VWS meer ontvangt om de positie van cliënten op decentraal niveau te versterken (zie onze notitie van 2 december jl.).
Wij verzoeken de Kamer actie te ondernemen om de cliëntenparticipatie GGZ structureel te versterken. Tevens pleit het Platform voor een apart traject om de GGZ-doelgroep in het kader van de WMO beter in beeld bij gemeenten te brengen. Het Platform heeft hiervoor al voorstellen gedaan aan het ministerie van VWS.
Cliënteninitiatieven en de subsidieregeling zorgvernieuwingsprojecten GGZ
In december 2004 plaatsten wij reeds vraagtekens bij een snelle overheveling van de subsidieregeling Zorgvernieuwingsprojecten (zvp-regeling) naar de WMO. Sindsdien zijn onze bezwaren alleen maar toegenomen. Op 10 maart jl. schreef de VNG een brief aan de staatssecretaris, waaruit blijkt dat de gemeenten de zvp-gelden per 1 januari 2006 geheel willen inzetten voor de bemoeizorg. Uit de brief spreekt geen enkel besef van de betekenis van de projecten die nu uit de regeling gefinancierd worden.
De VNG bevestigt in de brief de eenzijdige associatie van GGZ-cliënten met overlast en verloedering. Met deze opstelling schaadt de VNG ook in algemene zin het vertrouwen van het Platform GGZ in een succesvolle uitvoering van de WMO voor onze achterban.
Het Platform GGZ wil dat de overheveling van de zvp-regeling naar de WMO tot minimaal 2008 wordt uitgesteld.
Wij hopen op uw steun.
Met vriendelijke groet,
namens het Landelijk Platform Cliënten- en Familieorganisaties in de GGZ i.o.
drs. G. de Wilde, voorzitter
Utrecht / Rotterdam, 11 april 2005.
Het Platform GGZ bestaat uit de volgende consumentenorganisaties:
Vereniging Ypsilon
Stichting Landelijke Patiënten- en bewonersraden in de GGZ
Vereniging Cliëntenbond in de geestelijke gezondheidszorg
Stichting Pandora
Stichting Regioconsult GGZ
Vereniging Anoiksis
Nederlandse Vereniging voor Autisme
Vereniging voor Manisch-Depressieven en Betrokkenen
Stichting Labyrint/In Perspectief
Stichting Borderline
Angst-, Dwang- en Fobiestichting Nederland
Stichting Anorexia en Boulimia Nervosa
Regioberaad Nederland i.o.
Vereniging Balans/Impuls
Stichting Anonieme Gokkers en Omgeving Gokverslaafden
Stichting Landelijke Koepel Familieraden in de GGZ.
|
|
Klik hier voor een printversie van deze pagina
Sitemap
Naar het begin van deze
pagina
Laatste bewerking: 11 april 2005
|
|