www.schizofrenieplein.nl www.psychoseplein.nl www.anoiksis.nl
 
 
Home   
 

Vervolgmanifest van organisaties van consumenten,
patiënten, cliënten, mantelzorgers en de vakbeweging

WMO? ECHT ALLEEN MAAR ZÓ!!!

Ondertekenaars van dit vervolgmanifest
17 januari 2006

Vooraf

17 maatschappelijke organisaties van consumenten, patiënten, cliënten, mantelzorgers en de vakbeweging met een achterban van 4 miljoen leden hebben u op 1 december 2004 laten weten aan welke voorwaarden een goede Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) moet voldoen. Dit aantal is inmiddels gegroeid tot 22 organisaties.

Uitgangspunten

In een goede Wmo kunnen alle burgers, jong en oud, werkelijk meedoen. De uitgangspunten voor een goede Wmo zijn:

  • volwaardige participatie en eigen regie over de persoonlijke situatie
  • vraagsturing, keuzevrijheid en zeggenschap
  • voldoende en adequate woon-, zorg- en welzijnsvoorzieningen
  • zorg en ondersteuning verleend door gekwalificeerde medewerkers
  • behoud kwaliteit en volume van werkgelegenheid voor medewerkers in de zorg
  • rol CAO partijen bij werkgelegenheidsgevolgen wordt vastgelegd.

10 voorwaarden

Een goede Wmo heeft een landelijk wettelijke kader dat voldoet aan deze 10 voorwaarden:

  1. Recht op zorg in de vorm van individuele aanspraken op zorg en ondersteuning.
  2. Wettelijke verankering van de strekking van de inhoud van het Wvg protocol.
  3. Onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling op basis van landelijk vastgestelde criteria.
  4. Wettelijke verankering van de keuzemogelijkheid voor cliënten voor een verstrekking in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget.
  5. Garantie op toereikende middelen, die zijn geoormerkt en jaarlijks worden bijgesteld in overeenstemming met de demografische ontwikkelingen binnen het provincie- en gemeentefonds.
  6. Kwantitatief en kwalitatief minimumniveau van voorzieningen, zowel op collectief als op individueel niveau, en beschikbaarheid en toegankelijkheid van voorzieningen voor burgers met een minimum inkomen .
  7. Toetsbare en uniforme prestatieafspraken door gemeenten, een klachten-, bezwaar- en beroepsprocedure in de Wmo en onafhankelijke en uniforme toetsing van de kwaliteit zorg en ondersteuning vanuit cliëntenperspectief .
  8. Wettelijke verankering van medezeggenschap zowel bij aanbieders van Wmo-voorzie­nin­gen als bij gemeenten van consumenten, cliënten, patiënten en mantelzorgers en hun vertegenwoordigende organisaties.
  9. Informatieplicht van gemeenten over het aanbod van zorg en voorzieningen en hun prestaties in dit kader.
  10. Voorzieningen ter erkenning, ondersteuning en benoeming van het werk en de diensten van mantelzorgers.

Het wetvoorstel WMO: meedoen zó niet mogelijk!!!

Hoewel er inmiddels een aantal veranderingen in de goede richting zijn aange­bracht is er nog steeds een grote kloof tussen dit wetsvoorstel en datgene wat wij verstaan onder een goede Wmo. Het huidige wetsvoorstel voldoet voor het overgrote deel niet aan onze voorwaar­den. Dit wetsvoorstel biedt geen goede Wmo want het maakt meedoen zó niet mogelijk.

De WMO? Echt alleen maar zó!!!

Wij, 22 maatschappelijke organisaties van consumenten, patiënten, cliënten, mantelzorgers en de vakbeweging met een achterban van ruim 4 miljoen leden, willen een Wmo die voldoet aan de uitgangspunten en voorwaarden. Dus een wet die beleids­vrijheid verbindt met rechts­zeker­heid; een wet met vrijheid voor gemeenten zodat zij zorg en ondersteuning aan burgers op maat kunnen bieden; een wet met rechten voor burgers zodat zij echt kunnen gaan meedoen. In de onderstaande toelichting op de 10 voorwaarden vindt u een uitwerking.



Toelichting 

Toelichting voorwaarde 1            Recht op zorg en ondersteuning

Wijzigingen in het Besluit Zorgaanspraken AWBZ en de Wvg zorgplicht dienen altijd gepaard te gaan met een wijziging van de reikwijdte van de zorgplicht in de Wmo. Een compensatieplicht zoals voorgesteld door de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg is onder voorwaarden, die nadere uitwerking behoeven, een aanvaardbaar alternatief voor de zorgplicht in de Wmo.

Toelichting voorwaarde 2            Toetsingskader Wmo

Bij het bepalen van de zorgplicht c.q. compensatieplicht baseert het college van burgemeester en wethouders zijn maatregelen op persoonskenmerken van de betrokkene, op wensen van de betrokkene, op zijn/haar individuele mogelijkheden, op de aard en de omvang van de beperking, als mede op de relevante levens­gebieden waaraan de betrokkene participeert. Ook dient getoetst te worden of er voldoende rekening is gehouden met de meerkosten die de betrokkene moet maken.  

Toelichting voorwaarde 3            Indicatiestelling

Het verlenen van de voorzieningen genoemd in artikel 1g, sub 5 en 6, dient op basis van onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling plaats te vinden.

De indicatiestelling dient plaats te vinden op basis van de ondersteuningsvraag van de betrokkene, gerelateerd aan de aard en mate van de beperkingen, waarin het zoveel mogelijk opheffen of compenseren van beperkingen en kwaliteit van leven centraal staan conform de International Classification of Functioning, Disability and Health (I CF). De indicatiestelling moet zijn geborgd door:

  • Helderheid over voor wie voorzieningen zijn bedoeld
  • Helderheid over wat wordt verstaan onder maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid
  • Helder afwegingen/toetsingskader Wmo (conform strekking van het Wvg protocol en zie toelichting voorwaarde 2)
  • Heldere omschrijving van voorzieningen

Toelichting voorwaarde 4           Keuzemogelijkheid persoonsgebonden budget

In de Tweede Nota van wijziging van het wetsvoorstel Wmo is het persoonsge­bonden budget (pgb) beperkt op­genomen voor drie voorzieningen. Wij willen dat in de Wmo voor alle individuele voorzieningen de keuze voor een pgb is opgenomen (zie ook amendement 30131, nr. 9). De keuzemogelijkheid is daadwerkelijk in te vullen als een pgb (of een financiële tegemoetkoming) gelijkwaardig is aan een voorziening in natura. Bij het vaststellen van de hoogte van de budgetten dient te worden uitgegaan van het aanbieden van een vergelijkbare keuze ten opzichte van zorg in natura. Ten aanzien van zorg in natura dient het maken van een eigen keuze voor een zorgaanbieder te zijn gegarandeerd.

Toelichting voorwaarde 5            Oormerking

Oormerking dient zekerheid te bieden dat de beschikbare middelen aan ondersteuning in het kader van de Wmo worden besteed. Het budget dient toereikende middelen te bevatten, die zijn geoormerkt en jaarlijks worden bijgesteld in overeenstemming met de demografische ontwikkelingen binnen het provincie- en gemeentefonds. Het budget dient gekoppeld te zijn aan de zorgplicht c.q. compensatieplicht.

Toelichting voorwaarde 6            Kwantitatief en kwalitatief minimumniveau

In het gewijzigde artikel 1, eerste lid, is toegevoegd onderdeel h. Daarin is opgenomen de definiëring van huishoudelijke zorg.

Het verlenen van alle huishoudelijke zorg op grond van de Wmo dient te vallen onder het regime van de Kwaliteitswet zorginstellingen. De gemeente dient de kwaliteit te borgen en de kwaliteitseisen en het toezicht na te leven in overeenstemming met de Kwaliteitswet zorginstellingen.

Toelichting voorwaarde 7            Toetsbare en uniforme prestatieafspraken en onafhankelijke toetsing vanuit cliëntperspectief

De kwaliteit van voorzieningen die op grond van de Wmo toegekend worden, dient te voldoen aan de normen voor verantwoorde maatschappelijke ondersteuning. Deze dienen onafhankelijk te worden vastgesteld vanuit cliëntperspectief. Aan deze normen worden de prestaties van gemeenten gemeten.

Toelichting voorwaarde 8            Formele medezeggenschap

Het wetsvoorstel Wmo dient een wettelijke verankering van de cliëntpartici­patie te omvatten waarin wordt geregeld dat aan lokale platforms advies moet worden gevraagd over het Wmo beleid in brede zin en faciliteiten moeten worden geboden.

Een formele klachten-, bezwaar- en beroepsprocedure dient te zijn verankerd in overeenstemming met de WMCZ.

Toelichting voorwaarde 9            Informatieplicht

Artikel 9 bepaalt dat gemeenten jaarlijks inzicht moeten geven in hun prestaties. De minister van VWS stelt bij ministeriële regeling vast om welke gegevens het in ieder geval gaat en draagt er zorg voor dat op basis van de door de gemeenten verstrekte gegevens een rapportage wordt opgesteld en gepubliceerd waarin de gegevens van de gemeenten worden vergeleken. Essentieel is dat gemeenten kunnen worden vergeleken op hun eindresultaten. De gegevens waarover inzicht moet worden gegeven dienen derhalve op uniforme wijze te worden beschreven, dienen zowel inhoudelijk als procesmatig te zijn en in iedergeval inzicht te geven in prestaties op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.

In artikel 21 wordt het verslag geregeld over de doeltreffendheid en de effecten van de Wmo in de praktijk. In dit verslag dient weergegeven te worden wat het bereikte resultaat is van de gemeentelijke maatregelen om burgers in een materiële gelijke uitgangspositie te krijgen inzake zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.

Toelichting voorwaarde 10         Mantelzorg

In de Wmo dienen voorzieningen ter erkenning, ondersteuning en benoeming van het werk en de diensten van mantelzorgers te zijn verankerd.

Dit vervolgmanifest wordt door de volgende organisaties onderschreven:

  • Landelijk Platform GGz
  • Astma Patiënten Vereniging VbbA/LCP Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV)
  • Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad)
  • Cliëntenbond in de Geestelijke Gezondheidszorg
  • Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (CSO)
  • De Alliantie voor Sociale Rechtvaardigheid (Sociale Alliantie)
  • De Nederlandse Woonbond
  • De Vereniging Nederlands Astma Fonds
  • Federatie Nederlandse Vakbeweging (FNV)
  • Federatie van Ouderverenigingen (FvO)
  • Landelijk Federatie Belangenverenigingen Onderling Sterk
  • Landelijke Organisatie Cliëntenraden (LOC)
  • Landelijke Organisatie Regionale Patiënten Consumenten Platforms (LOREP)
  • Lot, vereniging van mantelzorgers en Xzorg, vereniging van Steunpunten Mantelzorg en organisaties voor Vrijwillige Thuishulp en Buddyzorg
  • Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF)
  • Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV)
  • Stichting Hoofd Hart en Vaten (SHHV)
  • Stichting LPR, belangenorganisatie cliënten GGz
  • Stichting Pandora
  • Vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel (MHP)
  • Vereniging van budgethouders Per Saldo



  • dot Klik hier voor een printversie van deze pagina
    dot Sitemap
    dot Naar het begin van deze pagina
    dot Laatste bewerking: 17 januari 2006