Wat werkt wel, wat werkt niet

 

Omgaan met een psychose

Hoe beïnvloedt een psychose het contact met de patiënt? 

Omgaan met uw zieke familielid

Aandacht voor uzelf

Omgaan met de hulpverlener 

Het contact met de buitenwereld

 

Omgaan met een psychose

'Benader iemand zoals u zelf benaderd zou willen worden.' Dat is het meest basale -en beste- uitgangspunt voor contact met andere mensen; of iemand nu patiënt is, hulpverlener of groenteboer op de hoek. Goed luisteren, respect voor de ander hebben en geen verwijten maken zijn daarbij belangrijk. En 'ik' zeggen in plaats van 'jij' of 'ze'. Zeg dus geen: 'Zou je dat wel doen' als u bedoelt: 'Ik heb liever niet dat je dat doet'.

Dit alles is makkelijker gezegd dan gedaan. Dat blijkt ook uit de vele vragen die Ypsilon over dit onderwerp krijgt. Er bestaan niet voor niets vaardigheidstrainingen die zich speciaal richten op de omgang tussen hulpverleners, familieleden en patiënten.

Hoe beïnvloedt een psychose het contact met de patiënt?

Een psychose heeft tot gevolg dat uw familielid anders in de werkelijkheid staat dan u gewend was. Hoort hij stemmen dan kunnen die hem afleiden als hij met u in gesprek is. Heeft hij wanen dan bepalen die vaak zijn hele doen en laten. Zo zullen mensen die de waan hebben dat ze achtervolgd worden, zich angstig en bedreigd voelen. Ze kunnen hierdoor prikkelbaar en agressief reageren. Het is ook mogelijk dat bij uw familielid het denken niet vlot verloopt. Hij neemt de dingen minder goed in zich op en kan de lijn van het gesprek soms niet volgen. Hij vergeet erg veel, waardoor u de indruk kunt krijgen dat hij minder geïnteresseerd is in wat u hem vertelt.

Omgaan met uw zieke familielid

Zeg niet: Er is niets om bang voor te zijn Soms zou u het wel willen uitroepen: 'De stemmen die je hoort, zijn niet echt. Je wordt niet echt bedreigd'. De ervaring heeft echter geleerd dat het niet helpt om zo rechtstreeks in te gaan tegen de psychotische waarnemingen en gedachten van de patiënt. Integendeel zelfs. Uw familielid voelt zich door zo'n rechtstreekse aanpak vaak niet goed begrepen, waardoor hij het contact met u uit de weg kan gaan. Het is dan ook belangrijk om binnen redelijke grenzen te accepteren dat uw familielid zijn eigen werkelijkheid ervaart. Vergelijk het met iemand in uw kennissenkring die bijvoorbeeld een diep geloof heeft in een exotische godsdienst of zegt te beschikken over bijzondere gaven. Wilt u het contact met uw kennis niet kwijtraken, dan is het van belang dat u hem in zijn waarde laat en naar hem luistert zonder de discussie steeds opnieuw aan te gaan.

Het kan veel rust en wederzijds begrip brengen als men een persoon met een psychose ook op zo'n manier benadert. Zeg dus niet: 'Er is niets om bang voor te zijn', maar luister naar wat hij over die angst kan vertellen, want hij is bang.

Anderzijds is het niet verstandig om hem in zijn wanen of hallucinaties te bevestigen. Iemand die een psychose heeft, kan soms zo verward zijn dat u er maar weinig van kunt volgen. Zeg dat dan ook, maar ontken het gevoel van de ander niet.

 


 

Enkele adviezen voor de omgang met mensen die psychotisch zijn (geweest):

1. Ga na wat uw familielid denkt en voelt
Uw familielid kan tijdens een psychose erg in zichzelf gekeerd zijn. Dat u dan gevoelens en gedachten voor hem invult, lijkt zo voor de hand te liggen. Toch is het juist in deze situaties belangrijk te vragen wat uw familielid zélf ervaart. Het kan helpen om zijn mening te herhalen in uw eigen woorden en te vragen of dat is wat hij bedoeld had.

2. Blijf bij de kern van de zaak
Mensen met een psychose kunnen in de war zijn of moeite hebben om zich te concentreren. Het is daarom belangrijk uw boodschap zo duidelijk en kort mogelijk over te brengen.

3. Druk uw gevoelens eerlijk en direct uit
Door hun psychose zijn mensen vaak wat onzeker; het kan ze moeite kosten de gevoelens van anderen juist te plaatsen. Uit wat ze horen en zien, trekken ze soms verkeerde conclusies. Het is belangrijk dat u zo duidelijk en eerlijk mogelijk aangeeft wat u denkt en voelt.

4. Vermijd overbezorgdheid en betutteling
Het ligt voor de hand dat u bezorgd bent, maar probeer overbezorgdheid en betutteling te vermijden. Dat zou u zelf ook niet op prijs stellen. Gun uw familielid zijn eigen leven, zonder hem van minuut tot minuut in de gaten te willen houden. Wees wel alert als sprake is van gevaar.

5. Ontzie uw familielid niet te veel
Een psychose hoeft niet op alles invloed te hebben, maar het vergt tijd om te ontdekken wat u wel en wat u niet kunt bespreken. In veel gevallen kunt u over alledaagse zaken gewoon afspraken maken. U laat uw familielid daarmee in zijn waarde en voorkomt dat hij (terecht) het gevoel krijgt dat u over hem heenloopt.
Uw familielid kan zijn ziekte ook 'gebruiken' om dingen van u gedaan te krijgen. Probeer daar alert op te zijn, en wees duidelijk in het stellen van uw eigen grenzen.

6. Beloon op een effectieve manier
Tijdens een psychose raakt uw familielid de greep op het leven kwijt en voelt zich hierdoor soms erg onzeker. Gerichte bevestiging en beloning voor de zaken die goed gaan, kunnen helpen. Verlang niet te veel, maar moedig eigen initiatieven wel aan; wees met kleine stapjes tevreden.

Verleiden tot activiteiten?

7. Help mee de draad weer op te pakken
Het valt niet mee om na een psychose het gewone leven weer op te pakken. Een regelmatige dagstructuur en een rustige omgeving (niet te veel prikkels) zijn dan belangrijk. Probeer daar rekening mee te houden.
Mogelijk kunt u uw familielid 'verleiden' tot activiteiten waarvan u denkt dat ze goed voor hem zijn. Dit vereist de nodige vaardigheden en creativiteit. Het gevaar van betutteling is immers altijd aanwezig. En ook hier geldt: stel de eisen niet te hoog en wees met kleine stapjes tevreden.


Aandacht voor uzelf

1. Ga actief aan de slag
Het is nogal wat als je familielid een psychose krijgt. Gun uzelf de gelegenheid om uw ervaringen en verdriet te verwerken, ook al zou u het liefst willen ontkennen wat er gebeurd is. Stop het dus niet weg, maar ga er actief mee aan de slag. In de eerste plaats met de andere gezinsleden; zij hebben tenslotte hetzelfde meegemaakt als u. Bovendien hebt u elkaars steun hard nodig.
Respecteer dat ieder het op zijn eigen manier beleeft.
Aarzel niet om ook extern hulp te zoeken. Hulpverleningsinstellingen en familieledenorganisaties verzorgen geregeld bijeenkomsten. Er zijn bijeenkomsten speciaal voor ouders, voor partners, voor broers/zussen en voor 'kinderen-van'. Voor jongere kinderen organiseren sommige RIAGG's aparte bijeenkomsten (de zogenaamde KOPP-projecten).

2. Zoek geen schuldige
Niemand is gebaat bij het aanwijzen van een schuldige - als die er al zou zijn. Het heeft dus geen zin om de schuld bij uzelf of bij anderen te zoeken.

3. Kom voor uzelf op
Niemand is ermee geholpen als u niet meer vooruit kunt. Cijfer uzelf dus niet weg, stel grenzen, en probeer dingen te blijven doen waar u plezier in hebt.



Omgaan met de hulpverlener

Vraag door als u iets niet begrijpt

1. Onderschat de waarde van uw eigen inbreng niet
Het is lastig een gelijkwaardige gesprekspartner van de hulpverlener te zijn, als je er tegelijkertijd van afhankelijk bent. Toch is een gelijkwaardige relatie een voorwaarde voor een goed contact met de hulpverlener; ieder heeft zijn eigen waardevolle inbreng. Geef de hulpverlener dus de informatie waarvan u zelf denkt dat die van belang kan zijn. Vertrouw daarbij op uw eigen kennis over uw zieke familielid.

2. Zie de hulpverlener als bondgenoot
Hulpverleners doen wat binnen hun mogelijkheden ligt om een zo goed mogelijke zorg te bieden. Is dat naar uw gevoel niet genoeg, praat er dan met hen over. De hulpverlener iets verwijten is de snelste manier om van elkaar vervreemd te raken.

3. Accepteer de beperkingen van de hulpverlener
Om allerlei redenen kan de behandeling van een psychose niet optimaal verlopen. Een goede behandeling vergt van hulpverleners veel kennis, vaardigheden en deskundigheid. Niet iedereen heeft dat in huis. Bovendien is nog lang niet alles bekend. Maar het is ook mogelijk dat in uw regio de gewenste opvang voor uw familielid gewoonweg (nog) niet beschikbaar is.
Het kan dus goed zijn dat de hulpverlener zegt geen oplossing voor handen te hebben. Overleg dan samen over mogelijke alternatieven. Wellicht weet een collega-hulpverlener raad.

4. Ga niet op de stoel van de hulpverlener zitten
Neem geen taken op u die bij de hulpverlening thuishoren.

5. Laat eerlijk blijken wat er in u omgaat
Bespreek open wat u bezighoudt en stel alle vragen die u wilt. Als u iets niet begrijpt of ergens uw vraagtekens bij zet, vraag dan door.



Het contact met de buitenwereld

Verzwijgen werkt doorgaans meer onbegrip en speculaties in de hand dan open kaart spelen. Geef mensen in de omgeving (buren, collega's, school, familie) daarom relevante informatie en uitleg. Mensen die uw familielid tijdens zijn psychose hebben gezien, kunt u uitgebreider informeren dan degenen die dat niet hebben meegemaakt. Wees in ieder geval uiterst zorgvuldig in wat u vertelt. Overleg, als dat maar enigszins mogelijk is, hierover vooraf met uw familielid. Hij moet tenslotte straks weer met hen verder.
U kunt de hulpverlening om advies en ondersteuning vragen.


Laatste bewerking: 22-09-2008 12:04