De Wet BOPZ in de praktijk

 

De Wet BOPZ brengt in de uitvoering veel problemen met zich mee. Op een aantal aspecten wordt hier nader ingegaan:

Interpretatie van het gevaarscriterium
Wie vraagt de gedwongen opname aan?
Welk aandeel levert de familie?
Welke gevolgen heeft het al dan niet doorgaan van zo'n opname?

Het gevaarscriterium

Een gedwongen opname is aan bepaalde criteria gebonden, waarvan de aanwezigheid van 'gevaar' de belangrijkste is. Menig Ypsilon- en Anoiksislid kan voorbeelden geven waarin een opname is uitgebleven, terwijl de betrokkene dermate ziek was dat deze dringend hulp behoefde. Om dit te voorkomen is het van belang met het volgende rekening te houden: Het gevaar hoeft zich nog niet te hebben voorgedaan. Wel moet sprake zijn van een ernstige vrees dat het onheil zal geschieden. Die eventuele dreiging van gevaar is nadrukkelijk in de wet opgenomen als reden voor (gedwongen) opname.

Ten onrechte wordt vaak alleen gedacht aan levensgevaar voor de patiënt of voor de omgeving. De wetgever heeft het begrip ruimer bedoeld.
De praktijk leert dat het begrip 'gevaar' door hulpverleners en rechters vaak te rigide wordt geïnterpreteerd, waardoor een noodzakelijke opname uitblijft. Het begrip biedt meer handvatten voor opname dan men zo op het eerste gezicht zou denken (zie ook de punten uit het Besluit Administratieve Bepalingen BOPZ).

Aangaande het gevaarscriterium noemt het 'Besluit Administratieve Bepalingen BOPZ' acht redenen voor (gedwongen) opname. Dit betreft situaties waarbij de patiënt:

  1. zich van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel toebrengt;
  2. maatschappelijk ten onder gaat;
  3. zichzelf ernstig zal verwaarlozen;
  4. door zijn hinderlijk gedrag agressie van anderen tegen zichzelf zal oproepen;
  5. een ander van het leven zal beroven of hem ernstig letsel zal toebrengen;
  6. de psychische gezondheid van een ander schaadt;
  7. een ander die nog aan zijn zorg is toevertrouwd zal verwaarlozen;
  8. gevaar veroorzaakt voor de algemene veiligheid van personen en goederen.

Hij kan dus een gevaar voor zichzelf zijn, voor anderen, of voor de algemene veiligheid van personen of goederen.

Of uiteindelijk tot opname wordt overgegaan, hangt momenteel helaas vooral af van de kwaliteit, de ervaring en de deskundigheid van de individuele hulpverlener.
De psychiater moet bepalen of er sprake is van een 'geestelijke stoornis' als bedoeld in de wet, en of er daardoor sprake is van 'gevaar'. Daarbij mag hij niet op de stoel van de rechter gaan zitten; de arts oordeelt op medische gronden. Als de arts een verzoek om IBS of RM kansloos acht, mag dat dus geen reden zijn om de officier van justitie niet te laten weten hoe de patiënt er aan toe is.

Wie verzoekt?

Familie / Hulpverleners / 'Buitenstaanders'

Vaak is het de familie van een patiënt die de noodzaak van een opname overweegt. Zij kunnen besluiten zelf naar de officier van justitie of de burgemeester te stappen.
Het komt er dan echter op neer dat je een eigen kind, partner, neef of anderszins verwante met een gedwongen opname opzadelt. Daar is natuurlijk niets mis mee is als dat familielid zelf niet meer in staat is waan en werkelijkheid te scheiden. Maar het is wel een grote en emotioneel belastende verantwoordelijkheid, die de vaak toch al zo wantrouwige patiënt je niet in dank af zal nemen.
De familie doet er daarom verstandig aan eerst te kijken of er geen hulpverleners zijn die de hete kolen uit het vuur kunnen halen. Ze staan er zonder opname-advies vanuit de hulpverlening sowieso veel zwakker voor.
Volledig op eigen kracht zal de familie aan moeten tonen wat er mis is met de betrokkene, en welk gevaar er daardoor dreigt. Ze moet ook hard maken dat er geen andere mogelijkheden zijn om het gevaar te doen wijken. Het is voor hen dan ook extra belangrijk de hieronder opgenomen tips en adviezen ter harte te nemen.

Idealiter zijn het hulpverleners die op een gedwongen opname aansturen. In praktijk ligt dit echter vaak moeilijk. Al is de situatie nog zo nijpend, hulpverleners zullen over het algemeen niet gauw bij de officier van justitie of burgemeester aan de bel trekken.

Als de patiënt al in behandeling is, moet de familie eerst met de behandelend arts of psychiater gaan praten en kijken hoe de meningen ervoor staan. Er is dan een reële kans dat de arts de familiezorg deelt en hij de burgemeester of officier van justitie inlicht; vanaf dat moment start de IBS- of RM-procedure.
De kans is echter minstens zo groot dat de arts de familiezorg niet deelt, of om andere redenen niet de officier van justitie wil inschakelen. Misschien ziet de arts bijvoorbeeld nog heil in een nieuwe behandelstrategie. En als dat enigszins reëel is, zal de familie daarmee in moeten stemmen. Immers: een gedwongen opname is niet mogelijk zolang er nog andere behandelmogelijkheden zijn.
Als het echter om onzinnige redenen gaat, of de behandelend arts sowieso niet geneigd is naar de officier of burgemeester te stappen, zal de familie alles moeten proberen om hem alsnog te overtuigen.
Pas als blijkt dat hulpverleners op onterechte gronden weigeren het initiatief tot gedwongen opname te nemen, moet de familie zelf een verzoek indienen bij de burgemeester of officier van justitie.

Anders ligt het als de patiënt nog niet eerder in behandeling was. Het is dan zaak eerst aan een verwijzing van de huisarts te komen. Deze is nodig om bijvoorbeeld naar een ggz-instelling te kunnen, of om de crisisdienst te kunnen inschakelen. Daarbij is de kans echter groot dat de patiënt niet bepaald genegen is naar de huisarts of het Riagg te komen; hem 'mankeert immers niets'.
Toch zal de psychiater hoe dan ook met de betrokkene in contact moeten zien te komen, voor hij over de situatie kan oordelen. Het is reëel daarbij te verwachten dat hij er als hulpverlener zelf op uit gaat. Helaas zijn er nog steeds psychiaters die vinden dat de patiënt maar bij hen moet komen. Een enkele keer menen ze zelfs dat een schriftelijke uitnodiging daartoe al afdoende is!
In een gunstiger scenario gaan de hulpverleners naar de betrokkene op zoek. Zij proberen zijn vertrouwen te winnen en beoordelen in eerste instantie vooral of er haast geboden is. Als het niet meteen tijd voor een IBS is, zullen zij het contact langzaam opbouwen en eerst proberen of de patiënt tot behandeling is over te halen. Dat kan lange tijd duren. Wie weet resulteert dat echter in een vrijwillige opname, waar iedereen en de patiënt in het bijzonder mee gebaat is.
De boel kan vroeg of laat natuurlijk ook escaleren, zodat de hulpverleners alsnog moeten besluiten de burgemeester of officier van justitie in te lichten; vanaf dat moment start de IBS- of RM-procedure.

Wat te doen als familie en hulpverleners het niet eens zijn? De familie ziet bijvoorbeeld het nut van allerlei nieuwe pogingen niet in, heeft zelf al zolang met de betrokkene 'gesold', of is het vertrouwen in de hulpverlening kwijtgeraakt. Er is dan een probleem, want om tot een gedwongen opname te kunnen komen is de instemming van een hulpverlener erg belangrijk.

Het is in eerste instantie de vraag of de hulpverlener gewoon onwillig is; hij kan daar verschillende redenen voor hebben. Het is zelfs de vraag of hij wel voldoende heeft gedaan om zich een goed beeld van de situatie te vormen. Schiet de hulpverlener daarin tekort, dan is het zaak hem daar tot vervelens toe op te wijzen. Mondigheid is voor de familie dan een groot goed.

De familie zal echter ook kritisch naar zichzelf moeten kijken. De emoties kunnen hoog oplopen. Juist vanuit die positie is het naar om tegen een muur van onbegrip of terughoudendheid aan te lopen, zeker als dit de spreekwoordelijke laatste strohalm is. Het is daardoor vaak moeilijk nog goed naar die hulpverlener te luisteren, of zinvol met elkaar te blijven communiceren. Dat vraagt een enorme inzet en om enige zelfreflectie als het niet zo soepel loopt.

De wet staat een onvrijwillige opname alleen toe als er werkelijk geen andere mogelijkheden meer zijn. De familie moet dus álles al hebben geprobeerd en ook de hulpverlener moet er eigenlijk geen heil meer in zien. Het is dus de vraag of zowel de familie als de hulpverlener daarvan overtuigd zijn, of te overtuigen zijn.

Als familie en hulpverlening het hier niet over eens worden, kan de familie natuurlijk altijd nog besluiten zelf een verzoek in te dienen bij de burgemeester of officier van justitie.

Tenslotte hier nog een heel ander scenario: het kan de familie  overkomen dat 'buitenstaanders' om een gedwongen opname verzoeken. Dat kan zelfs een geheel onverwachte en nare confrontatie zijn.
De politie, maatschappelijk werkers, boze buren, of wie dan ook, kan inzien dat betrokkene psychisch niet in orde is. Als dat enigszins overtuigend is, kan de officier van justitie besluiten een onderzoekje in te stellen. Hij zal zich daarbij laten adviseren door deskundigen en kan inderdaad tot de slotsom komen dat betrokkene moet worden opgenomen.
Ontstond dit naar aanleiding van een gevaarlijke situatie, dan zal het meteen een spoedgeval zijn waarin de burgemeester tot handelen overgaat. Als het erop aan komt geeft hij last tot een inbewaringstelling.

Dit kan voor de familie een grote schok zijn, zeker als zij niet op de hoogte waren van eventuele psychische problemen.
Het kan ook tot enige opluchting stemmen. Misschien was betrokkene al een tijd zoek of zwervend en is zo'n bericht eindelijk weer een levensteken. Misschien wist de familie al maanden dat er problemen waren, maar kon zij er geen vinger op leggen of durfde ze dat niet aan. Of wellicht werd er al lange tijd geknokt voor een opname, maar werd de patiënt daar alleen maar argwanender van.

In alle gevallen moet de familie het nodige weten over de inbewaringstelling (IBS) en de rechterlijke machtiging (RM). Bovendien zullen de betrokkenen moeten overwegen of ze mee willen werken aan zo'n opname.

Tips voor de familie

De rol van familie en anderszins verwanten is erg groot bij het traject van een gedwongen opname. Juist deze naaste betrokkenen weten vaak het best hoe de patiënt er aan toe is, wat er scheelt aan zijn gedrag et cetera; vaak ook beter dan de patiënt zelf. Die kennis kan belangrijk zijn bij een aantal beslismomenten in de aanvraag van een gedwongen opname. Andersom kan de familie risico lopen met juist te sterke betrokkenheid bij de patiënt. Als de rechter vindt dat de patiënt ook thuis kan worden opgevangen zal het van een gedwongen opname nooit komen.

Wat tips daarom:

  • Het is verstandig een uitgebreid dossier bij te houden, om de rechter gedetailleerd te kunnen informeren.
  • Zodra er problemen in justitiële sfeer zijn, altijd politiemutaties laten opmaken. Dit geldt voor zelfs de kleinste dingen. Er kan immers een moment komen dat alleen op basis van dit soort materiaal aangetoond kan worden hoe vaak en hoe lang er al problemen zijn.
  • Actief opstellen. Zorg er bijvoorbeeld zelf voor gehoord te worden; het is niet vanzelfsprekend dat de rechter daar om verzoekt.
  • Er is een grote dosis mondigheid en doorzettingsvermogen nodig, zeker als de hulpverlening zich terughoudend opstelt.
  • Het kan zinvol zijn om de patiënt een bereidheidsverklaring te laten tekenen wanneer hij inziet hoe het met hem gesteld is. Daarmee is in een volgende situatie de kans groter hem opgenomen te krijgen.

Wat ná de beslissing?

Als de rechter positief beslist, wordt informatie over opname van belang. Overigens betekent een gedwongen opname níet dat de patiënt ook tot behandeling kan worden gedwongen. Het kan in praktijk dus zo uitpakken dat betrokkene alleen maar wordt 'opgeborgen'. Als de rechter negatief beslist over voorliggend verzoek om een gedwongen opname, staat tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Er rest de familie of andere betrokkenen weinig anders dan:

  • proberen de patiënt te overtuigen van zijn ziekte en op een vrijwillige opname aan te sturen;
  • proberen nieuwe feiten te verzamelen en met hulpverleners te gaan praten om een nieuwe RM-aanvraag voor te bereiden;
  • afwachten.

 

Ervaringen met de Wet BOPZ


Laatste bewerking: 03-11-2008 15:10