U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > zorg en herstel
  3.  > YN-publicaties over wonen
  4.  > Kick Wilstraplantsoen
  5.  > Martijn heeft weer een toekomst YN - 2009

Bron: YN Succesnummer - 2009

Kick Wilstraplantsoen - Almere

Martijn heeft weer een toekomst

In de Stripheldenbuurt in Almere wordt flink gebouwd. Maar er zijn ook al straten helemaal klaar. Een van deze straten is het Kick Wilstra Plantsoen. Daar staan vier rijen woningen die met hun achtertuinen een hofje omsluiten waar alle bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Er is een poort naar het hofje waardoor de bewoners naar binnen kunnen. Er wonen zevenendertig mensen. Eén van de huizen is niet vast bewoond. Dat is het DAC, het dagactiviteitencentrum waar veel van de bewoners van het Kick Wilstraplantsoen regelmatig binnen lopen. Het DAC biedt de mogelijkheid voor gezelligheid of een beetje ruggespraak. De koffie staat er altijd klaar. De bewoners van het Kick Wilstraplantsoen wonen zelfstandig, maar omdat ze allemaal gediagnosticeerd zijn met schizofrenie of psychose is het fijn om te weten dat hulp nooit ver is.
 
In één van de huizen woont door Martijn (34). Martijn loopt wat onrustig door zijn huis, want hij wacht op zijn broer Walter die iedere maandag en dinsdag bij hem komt eten. “Hij is altijd laat”, zegt Martijn. Maar toch went hij daar maar niet aan en blijft hij onrustig tot zijn broer er is. Veel bewoners van het Kick Wilstraplantsoen komen intussen thuis. Ze lopen langs Martijns raam en Martijn zwaait naar iedereen. Ze komen terug van bezoekjes aan familie, van kleine reisjes en van dagbesteding. Martijn is niet naar een dagbesteding geweest. ”Eigenlijk moet ik vrijwilligerswerk doen”, zegt hij. Honden uitlaten voor het asiel aan de rand van Almere lijkt hem wel wat. Het is alleen te ver weg om er te kunnen komen. Ja, hij zou wel met de fiets willen gaan. Maar dat zit er even niet in, omdat het wiel van zijn fiets eruit is gejat. Hij laat de fiets zien in het schuurtje achter zijn huis. Een degelijke sportieve fiets is het, maar zonder wiel heb je er niet veel aan. Martijn hoopt dat hij een omafiets voor zijn verjaardag krijgt, die zijn niet zo duur. Martijn biedt mij koffie aan. Hij is erg sociaal en een uitstekende gastheer. ”Daaraan kun je nog wel zien wat mijn achtergrond is”, erkent Martijn. Na de havo deed hij anderhalf jaar hotelschool in Amsterdam. Een heftige studententijd met veel alcohol. Hij leerde er veel, maar het was achteraf gezien geen leuke tijd. Zijn medestudenten waren geen aardig volk. Hij werd buiten de groep gehouden en had het gevoel dat hij gepest werd. En, zegt hij nu, hij dronk veel te veel bier. Hij kreeg rare ideeën, werd wantrouwig. De connectie met medestudenten verdween meer en meer. Achteraf gezien werd hij psychotisch.
 
Gehaktballen
Martijn bereidt vast de gehaktballen voor het avondeten, ondertussen loopt hij steeds naar het raam om te kijken of zijn broer er al aan komt. Opeens ziet hij hem. ”Hij is er”, roept Martijn enthousiast. ”Kom nou”, wenkt hij. Zijn broer staat met de auto schuin voor de deur en zit te bellen. Uiteindelijk komt hij binnen. Walter (39) is vijf jaar ouder dan Martijn. Ze groeiden samen op in Lelystad, waar hun ouders nog steeds wonen. Walter werkt in Almere als projectleider. Op maandag en dinsdag eet hij bij Martijn. ‘s Maandags kookt Walter en dinsdags Martijn. ”Het is wel handig”, vindt Walter. Hij kan dan ’s avonds nog werkafspraken in Almere maken en Martijn vindt het gezellig.
 
Martijn beweegt de hele tijd zijn kaak heen en weer. Het is een tic die hij heeft overgehouden aan de ontgroening. Hij moest toen bier drinken uit een glas op een bewegend plankje; steeds volgde zijn kaak het glas. Dat was in de tijd van zijn eerste psychose. Het was, zeker de eerste jaren, een grote stap voor Walter om te accepteren dat Martijn ziek was. Heel lang zei hij tegen zichzelf dat het wel meeviel en dat het wel over zou gaan. Martijn dacht dat zelf ook. Maar op een gegeven moment moesten ze als gezin wel toegeven dat het niet goed ging met Martijn. Hij was ziek en had hulp nodig.
Martijn kwam in een lang traject van hulpverlening en psychiatrie. In de loop der jaren kreeg hij meerdere psychoses en de diagnose schizofrenie. Vaak was hij erg verward. Hij ging napraten en woorden of zinnen herhalen. Zelf zegt hij daarover dat hij ‘zijn eigen ik’ een beetje kwijtraakte. Hij werd opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis in Ermelo. Daarna kwam hij daar in een sociowoning terecht. Maar nergens was hij echt op zijn plek. Hij bleef verward en onrustig en sociale contacten verwaterden, omdat het moeilijk was om contact te onderhouden.
 
Stoppen met roken
De ouders van Martijn lazen in Ypsilon Nieuws over de plannen voor het Acomplex. In het Acomplex, de werktitel van het Kick Wilstraplantsoen, zouden mensen met schizofrenie zelfstandig kunnen wonen en leven, terwijl hulp nooit ver is. Er zouden patiënten gaan wonen met gelijksoortige interesses en achtergronden en een gestabiliseerd ziektebeeld. Meteen dachten Martijns ouders dat dit wel eens iets voor Martijn zou kunnen zijn. Martijn zat op dat moment in een woonvorm waar hij alleen een eigen kamer had. Hij kwijnde er weg en kon zich niet ten goede ontwikkelen. Walter zegt daarover: ”De meeste woonvormen hebben gedeelde voorzieningen, terwijl de bewoners alleen een eigen kamer hebben. Doordat ze als mens vaak erg van elkaar verschillen is dit lang niet voor alle bewoners een goede oplossing.”
In overleg met alle deskundigen, bij wie Martijn onder behandeling is, wordt besloten dat het de moeite waard is om te proberen voor hem een huis aan te vragen in het Acomplex.
 
Martijn komt in aanmerking en gaat in 2005 in het Kick Wilstraplantsoen, zoals het inmiddels heette, wonen. Vanaf toen heeft zich een licht stijgende lijn ingezet. Martijn kreeg meer grip op zichzelf en ging steeds meer zelf doen. Hij werd rustiger en stopte met roken. Dat hij daarmee zou stoppen had niemand van de familie van hem verwacht, want hij rookte een pakje per dag. Walter zegt dat ze daar ontzettend trots op zijn. ”Echt heel goed van je, dat je dat gedaan hebt”, zegt hij tegen Martijn. ”Hoe ben je uiteindelijk gestopt?”, vraagt hij. Martijn vertelt dat hun overleden oom Jan hem eens zei, dat hij moest stoppen met roken, dat het slecht voor hem was. ”Waarom luisterde je dan wel naar hem?”, vraagt Walter. ”We vonden het toch allemaal slecht voor je?“ ”Oom Jan had een beetje meer levenservaring, daar kon ik het wel van aannemen”, zegt Martijn. Nu rookt hij niet meer, drinkt hij niet; zelfs geen koffie. Al drinkt hij met zijn broer wel één kopje mee na het eten. ”Met mate, af en toe een kopje, dat kan wel”, zegt Martijn. Maar niet teveel, dat gaat ook niet goed samen met zijn medicijnen. Want hij slikt nog wel veel medicijnen.
 
Toen Martijn net in het Kick Wilstraplantsoen woonde maakten zijn ouders en broer zich nog wel zorgen. Zou het goed genoeg met Martijn gaan om zichzelf te redden? Maar al snel zagen ze vooral de voordelen. Vooral het feit dat er altijd hulp in de buurt is als dat nodig is, is een geruststellende gedachte. De mensen die in het Kick Wilstraplantsoen wonen vormen een leuke groep, vinden zowel Martijn als Walter. Ze zijn open en welkom en dat creëert een gezellige woonsituatie. Ze zijn heel dankbaar dat Martijn hier zelfstandig kan wonen.
Het Kick Wilstraplantsoen is bijzonder, omdat het initiatief is genomen door familieleden, onder andere leden van Ypsilon. De gemeente Almere heeft het maatschappelijk belang en de behoefte aan zelfstandige woonruimte erkend voor deze mensen die ziek zijn en langdurig zorg nodig hebben. De woningen worden gehuurd van een woningbouwvereniging en de zorg wordt geleverd door Triade.
 
Rust en ruimte
Martijn is een stuk minder verward geworden. En hij brengt stukje bij beetje meer structuur in zijn leven. Zo probeert hij gezonder te leven, te sporten, minder te eten en minder geld uit te geven. Hij wil zijn zorgen langzaam kwijtraken en zijn leven weer oppakken. Hij heeft een lange tijd stilgestaan en kan, nu hij zichzelf weer een beetje heeft teruggevonden, zich weer verder ontwikkelen.
 
De zorg voor Martijn blijft. Zijn moeder komt elke woensdag langs. Ze kijkt hoe het met hem gaat en helpt met schoonmaken. Daarna brengt ze de avond met hem door en soms blijft ze logeren. Hij woont op zichzelf, maar zijn familieleden houden hem in de gaten en helpen waar nodig. Dat vinden ze vanzelfsprekend. Uiteindelijk is het Kick Wilstraplantsoen mogelijk dankzij familie en vrienden. Niet alleen omdat ze ervoor strijden om dergelijke woonvormen te realiseren, maar ook omdat ze weer op een ongedwongen manier kunnen langskomen, gewoon familie kunnen zijn. Martijn heeft een vriend, die hij nog kent van de middelbare school. Het contact tussen hen was eerst moeilijk. Martijn woonde op een kamertje waar bezoek ontvangen gewoonweg niet prettig was; niet voor Martijn en niet voor het bezoek. Nu is er rust en ruimte om contacten weer aan te halen. Die vriend komt regelmatig langs. Dan drinken ze wat en kijken samen een film of een voetbalwedstrijd. Soms blijft hij logeren, dat kan gemakkelijk.
 
Martijn heeft een vaste ondersteuner, Marcel. En vanmiddag heeft Martijn zijn huis schoongemaakt samen met Mariska. Zij komt iedere week en dan doen ze allebei een taak. Je kunt wel zeggen dat het goed gaat met Martijn. Hij kan zich zijn laatste psychose niet meer herinneren en kijkt op een positieve manier naar de toekomst. Hij gaat zijn medicijnen afbouwen en is daar vandaag mee begonnen. Hij heeft dan ook, zegt hij “altijd een ijzeren wil gehad dat het weer goed komt, dat het weer over gaat”. Over een paar weken gaat hij met zijn moeder naar Moskou, waar hij erg naar uit kijkt. Martijn en Walter beseffen terdege dat Martijn familie heeft die zich om hem bekommert. ”Er wonen genoeg mensen die het alleen moeten zien te rooien.“
Martijn vindt, terugkijkend op zijn eigen studententijd, dat ouders beter op hun kinderen zouden moeten letten, ook als ze net gaan studeren. Dan kunnen ze eerder ingrijpen. Want toen Martijn zelf inzag dat hij ver over zijn eigen schreef was gegaan, was het al te laat. De schade had hem ingehaald. Hij had toen al medicijnen nodig.
Op het Kick Wilstraplantsoen is hij opnieuw begonnen. ”Je kunt er leren op jezelf te wonen. Het is rustig en solide.“ ”Het is een must om er te wonen”, vindt Martijn.
 
Aline Horlings
 
Informatie:
www.kickwilstraplantsoen.nl
 
sluit venster