U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > crisis thuis
  3.  > Ervaringsverhalen
  4.  > Ik ben hem kwijt

Ik ben hem kwijt

 

Mijn zoon werd drie keer opgenomen. De eerste keer gedwongen, de tweede keer is hij in een crisissituatie van straat gehaald, de derde keer zette de politie hem uit huis. Een zorgmijder zonder ziekte-inzicht, gebruiker van soft drugs en alcohol, psychotisch en met wanen.

Hij vertrok uit de tweede opname, waar hij ‘vrijwillig’ zat, naar een ongezonde, slechte omgeving. De zorgverleners probeerden hem wel te volgen, schakelden ook het bemoeizorgteam in, maar mijn zoon maakte hun werk onmogelijk. Met een beroep op zijn recht op privacy werd ik, zijn moeder, niet ingelicht over de nazorg. De situatie verslechterde. Ik kon enkel moedeloos toekijken en op een volgende escalatie wachten. 
Die volgde na negen maanden. Zijn verhuurder wilde van mijn totaal verwarde en psychotische zoon af. De politie moest er aan te pas komen. Die zette hem op straat gezet zonder tussenkomst van de crisisdienst. Hij was niet verward genoeg! Na een week van zwerven op straat kreeg ik hem met behulp van huisarts weer opgenomen. Toen had ík het gedaan. Hij keerde zich tegen mij, agressief en dwingend. De kliniek vroeg een rechterlijke machtiging aan. Mijn zoon werkte op alle mogelijke manieren tegen. Ondertussen werd ik gehoord noch betrokken bij de behandeling omdat hij dat niet wilde. Als iemand zo verward, zo psychotisch is, denk ik dan. Dwangmedicatie volgde. Hij kwam een beetje terug op aarde, aanspreekbaar, maar meteen ook depressief en suïcidaal. Enkele maanden later vond de instelling dat een andere woonplek beter voor hem zou zijn. Na twee verhuizingen in een paar weken tijd, liet hij zich opnemen na een poging tot zelfdoding. 

Ik heb me suf gebeld met alle instanties waarvan ik dacht ze hem konden helpen, of die in contact met hem stonden. Ondanks dat hij niet wilde dat er met mij gesproken werd, heb ik elke week gebeld met de afdeling. Ik wist dat het personeel niet in kon gaan op mijn vragen, maar ik wilde gewoon weten hoe het met hem ging, of er al meer contact was, of hij sliep, at, dronk. Na verloop van tijd kreeg ik iets meer informatie. Mijn zoon kwam toen wat meer in de realiteit. Daarvoor moest ik het zelf maar ontdekken.

Onze eigen huisarts hielp me meteen en zonder aarzeling. Zette haar tanden erin om hem (ook haar patiënt) te helpen. Veel lieve medewerkers van de afdeling en het FACT-team stonden me te woord. Doordat ze me, elke keer weer, probeerden uit te leggen wat ze wel en niet mochten en konden voelde ik me geholpen.

Na maanden zonder enig contact wilde mijn zoon mij weer zien. Hij heeft mij uren toegesproken: dat hij het zo zat was, dat hij niet meer verder kon. Toen wist ik dat ik hem kwijt was, al bleef ik hopen. Vier weken later, na een periode van bijna dagelijks contact met zijn hulpverleners, is hij uit het leven gestapt. Op en 4 juli ben ik mijn zoon verloren. Hij was 23 jaar.


Wat helpt:

  • Hulp, aandacht en vertrouwen huisarts.
  • Luisteren door hulpverleners.
  • Beroep op privacy: welke inspanningen deed de hv om dit op te lossen, contact is wel mogelijk.
  • Dwangopname en dwangmedicatie omdat hij niet oordeelsbekwaam is, maar dat hij moeder niet wil zien is wel een ‘rationele’ beslissing?
  • Privacywetgeving biedt ruimte. Goed hulpverlenerschap.

ervaringsverhalen

sluit venster