U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > ervaringsverhalen
  3.  > Duidelijkheid. Daar heeft een kind behoefte aan

'Duidelijkheid. Daar heeft een kind behoefte aan'

"Volgens de verhalen waren mijn ouders dolblij met mij. Ze hadden al drie zonen en toen werd ik geboren. Een nakomertje, niet gepland. Vooral mijn vader vond het geweldig een dochter te hebben." Joke vertelt het met een bijna trotse blik in haar klare blauwe ogen. Ze heeft korte blonde haren, draagt een loshangende blauwe bloes en een spijkerbroek. Ze is 38 jaar. Zij is een ‘kind-van’ zoals we die groep bij Ypsilon noemen.

"Aan het begin van dit jaar heb ik na een lange strijd en na heftig, innerlijk verzet, het besluit genomen om me ziek te melden op mijn werk. De druk van mijn werk, naast alle problemen in mijn privéleven werd te groot. Allerlei lichamelijke klachten dienden zich aan. Ik was gewend om dit soort gevoelens te negeren, maar dat lukte me niet meer. Nooit had ik gedacht dat mij dit zou gebeuren. Ik in de ziektewet? Onvoorstelbaar." Haar blik is welhaast schuldbewust. Ze heeft er duidelijk nog moeite mee om haar "plichten te verzaken en zwak te zijn".
"Eigenlijk moet ik bekennen dat ik nu blij ben dat ik dit besluit heb genomen. Eindelijk heb ik de tijd en de ruimte om aandacht te schenken aan dat kleine bange meisje dat diep in mij verscholen zit." Een schaduw van pijn glijdt over haar gezicht. Maar ze lacht hem weg. Dat is ze zo gewend.

Waar komt dat bange meisje vandaan?

"Als klein meisje was ik vaak bang. Achteraf bezien was mijn jeugd heel moeilijk. Maar als kind wist ik niet anders. Ik dacht: 'zoals bij ons, zo is het gewoon'. Mijn vader had vaak zeer wisselende stemmingen. Hij schreeuwde soms heel erg en mijn moeder zei dat hij last had van zijn maag. Hij werd dan wel eens opgenomen en kwam een poosje later weer thuis. Zo gebeurde dat regelmatig. Als mijn vader het weer eens aan zijn maag had, mocht ik naar een oom en tante. Zij woonden een paar huizen bij ons vandaan en hadden zelf geen kinderen. Bij hen vond ik het heel fijn. Zij deden spelletjes met me en lazen me in bed verhaaltjes voor. Daar hadden mijn ouders geen tijd voor, want die hadden het altijd druk in hun winkel, waar hard in gewerkt moest worden. En, als mijn vader opgenomen was, stond mijn moeder er alleen voor."
"Aan die oom en tante heb ik heel gelukkige herinneringen, evenals aan een tante van mijn moeder. Zij was een soort oma voor mij. Ze ging met mij naar de eendjes, om brood te brengen en bij haar mocht ik in mooie tijdschriften bladeren. Toen deze tante overleed, was mijn moeder erg verdrietig. Ze huilde er vaak om. Als klein meisje begreep ik dat niet echt, maar later zag ik in, dat deze tante een van de weinigen was, bij wie mijn moeder terecht kon met haar zorgen over mijn vader. Mijn vader... die schizofreen is".

Hier stokt haar stem. Joke slikt een paar keer en buigt haar hoofd. Een paar tranen rollen stil over haar wangen en vallen op haar spijkerbroek. "Nog altijd voel ik het als verraad om dit over mijn vader te zeggen. Mijn vader, van wie ik zoveel houd, met wie ik zo'n sterke band voel, die ik zo graag heb willen helpen. Lang, te lang heb ik niet geweten wat er met hem was. Wanneer ik als kind bij hem op schoot zat gaf hij mij zo'n veilig gevoel. En hij verwende me wel eens met cadeautjes."
Een gulle lach ontdooit haar zo ernstige gezicht. "Ik vergeet het nooit", zegt ze. "Het was Sinterklaastijd. En nou moet je weten dat ik vier lange voornamen heb. Johanna Elizabeth Hendrika Marianne. Op een dag kwam mijn vader thuis met een groot pakket in zijn armen. 'Hier, voor jou, van Sinterklaas', zei hij. Ik haalde het papier eraf en wat denk je dat er in zat? Alle vier mijn voornamen in chocoladeletters! Tweeëndertig chocoladeletters! Ongelooflijk. Welk kind krijgt zoiets? Ik was er dolgelukkig mee en dat gevoel herinner ik me nog als de dag van gisteren."
"Mijn moeder reageerde heel anders op die chocoladeletters. Een beetje boos en paniekerig. Ze bestrafte mijn vader, zo van 'ga je nu weer allemaal geld uitgeven'. Stomverbaasd stond ik er bij en ik zei niets. Maar met grote letters stond er in mijn hart geschreven: 'Laat hem. Hij is toch mijn vader. Mijn held!'."

"Vele jaren later, toen ik zelf wat meer inzicht kreeg in de ziekte schizofrenie, begreep ik pas mijn moeder. Ze werd natuurlijk niet boos omdat ze mij die letters niet gunde, maar zij begreep dat mijn vader weer in extremiteiten verviel. Had ze mij maar eens echt iets verteld over wat er met mijn vader aan de hand was". Joke kijkt peinzend voor zich uit.
"In die tijd vond ik dikwijls dat mijn moeder verkeerd handelde. Nee, ik wil niets ten nadele van haar zeggen, want ik denk dat zij in haar onwetendheid meestal het goede heeft gedaan. Tenminste ten opzichte van mijn vader. Intuïtief deed ze dat, want toen was er niemand die haar vertelde hoe ze met een schizofrene man om moest gaan. Schizofrenie werd nog nauwelijks uitgesproken. Dat was blijkbaar een vies woord."
"Ik heb nu het grootste respect voor mijn moeder. Ze is hem altijd trouw gebleven en zorgde door alles heen voor hem en voor ons. Ik weet niet of ik dat in haar plaats had kunnen opbrengen, nu ik besef hoezeer zij tekort is gekomen en hoeveel verdriet zij heeft geleden. Door er tegen mij over te zwijgen en smoesjes te verzinnen dacht ze mij te beschermen. Maar ik wil wel uitroepen dat het noodzakelijk is dat kinderen op een voor hen begrijpelijke manier worden ingelicht. Dat zou wellicht veel onnodig leed en misverstanden kunnen voorkomen. Ik weet wel dat mijn moeder destijds te horen kreeg dat deze ziekte door het gezin ontstond. Vreselijk moet dat voor haar geweest zijn. Die uitspraken van de psychiaters hebben veel kwaad aangericht."

"Soms werd mijn vader als een misdadiger opgepakt om opgenomen te worden. In ons gereformeerde gezin was dat een schande. En ik? Als klein meisje zag ik dit aan en was diep bedroefd. Daar ging mijn vader, mijn held. Op die momenten joeg hij mij angst aan met zijn ogen."
"Een enkele keer nam mijn moeder mij in vertrouwen. Ze klaagde dan haar nood bij mij. De draagwijdte van haar zorgen en angst kon ik absoluut niet inschatten. Het gekke vond ik dat ik er nooit met mijn vader over mocht praten. 'Dat is niet goed voor je vader, kind, laat maar'. Daarna hulde ze zich in stilzwijgen. Maar ik, ik bleef dan zitten met angstige vragen en een bevend hart. Daarom zeg ik nogmaals, vertel het de kinderen. Geen smoesjes van maagpijn en zo, maar duidelijkheid. Dat is waar een kind behoefte aan heeft."

"Mijn moeder is nu dood. Zij was echt helemaal op. Moegestreden en ontgoocheld. In grote eenzaamheid heeft zij de moeilijkheden waar ze in haar leven voor geplaatst werd moeten verwerken en ondergaan. Had ze me maar eerder de waarheid verteld, dan hadden we wellicht samen een paar stormen kunnen doorstaan".

Joke draait een shagje. We zwijgen even. Dan pakt zij de draad weer op. "Het leuke van mijn vader zijn ziekte vond ik die logeerpartijen. Mijn oom en tante hadden dan altijd zo'n lieve blik in hun ogen. Ik zei hun wel eens dat ik soms hoopte dat mijn vader het nog eens aan zijn maag zou krijgen, want dan was het voor mij tenminste een beetje feest."
Eens, de ochtend na zo'n logeernachtje, liep Joke op weg naar school langs haar eigen huis. Ze zag dat de ruiten van de winkel kapot waren. Er waren grote platen hardboard voor gespijkerd. Een andere keer werd ze 's nachts uit bed gehaald en holde met haar moeder in de stromende regen naar de kliniek waar haar vader wel eens naar toe moest. Ze had haar mooie zondagse jurk aan, maar het voelde niet aan als feest. "Wat gebeurt er toch allemaal?" vroeg ze zich af. "Mamma, wat is er? Mamma, zeg eens tegen me wat er gebeurt." "Vraag het me niet, kind", zei haar moeder, "praat er maar niet over. Anders moet ik huilen. Praat er vooral niet over met anderen. Niemand hoeft te weten wat er bij ons gebeurt." Dus Joke vroeg maar niets meer…
"Het was voor mij allemaal erg verwarrend. Dan weer vloekte mijn vader, dan weer zong hij heel luid psalmen en ging hij bidden. Diep in mijn kinderhart was ik bang. Eigenlijk moest ik huilen, maar mijn moeder zei dat huilen niet goed was. Uit alle macht slikte ik dan mijn tranen weg. Dan huilde ik dus maar niet."

"Mijn vader kreeg op een bepaald moment pilletjes. Mijn moeder vond dat geweldig. Mijn vader niet. Strijd alom. Ik zag, want ik zag als kind al heel veel, dat mijn moeder die pilletjes stiekem in zijn koffie deed. Een enkele keer vroeg ze of ik hem die pilletjes wilde geven, omdat hij van mij meer kon hebben. Maar als ik eens iets moeilijks of spannends met mijn vader wilde bespreken, gebaarde ze achter zijn rug om dat ik zwijgen moest. 'Hij kan er niet tegen als je moeilijke of spannende dingen met hem bespreekt' zei ze. Dus deed ik het maar niet... Ja, het was voor mij allemaal erg verwarrend".

Wat heb jij veel van je gevoelens in moeten houden, zeg.

Joke knikt heftig. Ze vertelt hoe ze zo leerde altijd haar gevoelens op te kroppen. Ze kreeg het vermogen om bijna feilloos aan te voelen hoe een ander zich voelde. Haar gedrag paste ze dan aan aan dat van die ander. Ze ging zich bijna net zo voelen als die ander en aan diens probleem besteedde ze dan aandacht. Altijd zichzelf wegmoffelen.
Dat is een heel oud patroon bij haar, vertelt ze. Door de situatie in haar ouderlijk huis heeft ze zeer gevoelige antennes verkregen, voelsprieten, die altijd alles opvangen van anderen. Haar eigen gevoel, daar luisterde ze niet naar, dat was te bedreigend. Het is een heel lang proces geweest om dat te veranderen. Naast haar verdriet en pijn voelt ze nu ook woede en kwaadheid. Dat is haar duistere kant, zegt ze, die moest ze altijd verborgen houden.
In haar baan later, liep ze erop stuk. Men gaf Joke werk, waar een ander niet tegenop kon. Zij wel. Zij was gewend verantwoordelijkheid te dragen en te nemen, zichzelf weg te cijferen en dus over haar grenzen te gaan.

Toen ze een jaar geleden leerde haar kwaadheid toe te laten is dat wel het begin geweest van een omslag in haar leven. Vanaf dat moment kon ze eindelijk zeggen: "Mensen, ik wil naar jullie luisteren, ik wil helpen en werken, maar ik ben er ook nog. Hier sta ik met míjn pijn en mijn beperkingen."

Hoe kwam die ommekeer tot stand?

"Dat gebeurde in een therapie waar ik leerde dat ik ook belangrijk was. Dat ik niet over mijn angst en woede hoefde te zwijgen. Dat was een verrijking voor mij. Ik herkende ineens hoe ik functioneerde en kreeg als het ware contact met mijn eigen, diepere ik. Heel voorzichtig ging ik aan het werk om mijzelf serieus te nemen en dat oude gedrag af te leren. Dat ging niet zomaar. Dat was en is een lange, pijnlijke weg".
"Alles heeft twee kanten. Mijn ervaringen met schizofrenie leverden mij angst en onzekerheid op, maar ook een intense kracht. Ergens in mij voel ik die kracht. Daarom heb ik blijkbaar alle toestanden die plaats vonden in mijn leven, aangekund. Dat ik die kracht bezit, geeft me een bijna trots gevoel."

Wilt u verder lezen? Word lid van Ypsilon of log in!

Want leden hebben bij Ypsilon een streepje voor! Dankzij hun contributie dragen zij bij aan de instandhouding van deze website. Zij hebben daarom toegang tot meer informatie en service, kortingen, voorrang bij trainingen en nog veel meer!

Klik hier om lid te worden.
Bent u al lid? Klik dan hier om in te loggen

sluit venster