U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > fasebeschrijvingen
  3.  > leven met: start herstelfase

Fase: Leven met de aandoening

Start herstelfase

De herstelfase begint zodra positieve effecten van de behandeling merkbaar worden en eindigt als men het gevoel heeft zichzelf weer te hebben hervonden. Het is voor zowel patiënt als familie belangrijk om te herstellen van het trauma van de psychose en wat daaraan vooraf is gegaan. Als zich steeds nieuwe psychoses voordoen, kan het lang duren voordat deze fase aantreedt.
Om te kunnen starten met de herstelfase zijn voor iedere betrokkene andere stappen te nemen, het verdient de voorkeur om zo veel mogelijk samen op te trekken. Naast herstel in medische zin heeft vooral herstel van sociaal en maatschappelijk functioneren en stigmabestrijding de aandacht.
Alle betrokkenen hebben veel behoefte aan informatie en begeleiding waarmee zij zich kunnen voorbereiden op de toekomst. Dat begint bij een beeld van wat er binnen én buiten de instelling aan ondersteuning kan worden aangeboden.

Patiënt

Heroriëntatie op levensloop op toekomst en relaties, langere  termijn. Activiteiten worden gericht op herstel in al zijn aspecten:

  • Herstel van gezondheid en vermindering van ziekte of ziekteverschijnselen
  • Herstel van persoon, waarbij herstel van zelfgevoel en zelfvertrouwen belangrijk zijn
  • Herstel van dagelijks functioneren, bijvoorbeeld op tijd opstaan, je huis bijhouden, boodschappen doen, mail beantwoorden, je rekeningen betalen
  • Herstel van rollen, bijvoorbeeld weer aan het werk komen, naar school gaan, relaties met familie en vrienden oppakken.

Doordat eerder vanzelfsprekendheden als eigen verantwoordelijkheid zijn weggevallen, wil de omgeving in deze fase nog wel eens te beschermend worden. Tegelijk is ook het zelfvertrouwen van de patiënt aangetast, waardoor hij geneigd kan zijn om in die bescherming mee te gaan. Maar hoe langer het duurt, des te meer die goedbedoelde bescherming beklemmend gaat aanvoelen. Iederéén immers moet toch risico’s nemen om vooruit te komen?
En los daarvan, de patiënt is toch nog veel meer dan zijn psychose alleen?

Vader/moeder

De hulpverlening wordt minder intensief en ouders krijgen, al dan niet in overleg, een rol toebedeeld in de zorg. Na een eerste psychose stoppen de ouders vaak nog verdere tijd in het opbouwen van kennis over de aandoening door het volgen van een cursus psychose-educatie of een training interactievaardigheden.
Tegelijk is voor hen de kunst om te leren juist weer een stap terug te doen. Enerzijds  om ruimte te geven aan hun kind, maar anderzijds om weer een eigen routine te vinden waarin de psychose minder centraal komt te staan.

Partner

De hulpverlening wordt minder intensief en de gezonde partner krijgt, al dan niet in overleg, een nieuwe rol toebedeeld in de zorg. Na de eerste psychose stopt de partner vaak nog verdere tijd in het opbouwen van kennis over de aandoening door het volgen van een cursus psychose-educatie of een training interactievaardigheden.
Tegelijk is voor hem of haar de kunst om te leren juist weer een stap terug te doen. Enerzijds  om ruimte te geven aan de partner, maar anderzijds om weer een eigen routine te vinden waarin de psychose minder centraal komt te staan. Rolverdeling, taakverdeling en relatie staan onder druk. Was sprake van een kinderwens, dan staat deze ter discussie. Welke toekomst hebben we onze nakomeling te bieden? En in hoeverre heeft ons kind de kans om later ook een psychose te krijgen?

Broer/zus

Moet wennen aan veranderde situatie binnen gezin. Relatie met broer/zus is definitief veranderd, zonder dat voor beiden altijd duidelijk is hoe dan. Soms is sprake van een rolwisseling als het de oudere broer of zus was die een psychose kreeg.
Identiteitsvragen komen op: wie ben ik eigenlijk? Wat zijn de gevolgen van het feit dat ik bijna altijd op de tweede plaats kwam in het gezin? Daarnaast speelt de erfelijkheidsvraag: in hoeverre maakt de ‘gezonde’ broer of zus kans om ook een psychose te krijgen?

Kind-van

Het beeld van de ouder is veranderd. Het gevoel van veiligheid binnen gezin is niet meer zoals voor de psychose. Ook de rolverdeling binnen gezin is veranderd. Soms wordt gezocht naar iemand (van buiten het gezin) die de rol van de ouder overneemt. Het kind is afhankelijk van een gezinssituatie waarbinnen een nieuw evenwicht moet worden gevonden.
Omdat de problemen die met de aandoening gepaard gaan wat minder acuut zijn kan en moet er werk gemaakt worden van het wennen aan een andere rolverdeling  in het gezin. Voor het kind is het soms moeilijk wennen aan veranderde situatie binnen het gezin. Het is duidelijk geworden dat ook het kind-van een rol heeft in het zorgnetwerk rond de ouder met een aandoening. Taken en verantwoordelijkheden die op het bordje van het kind belanden, komen vaak eerder dan bij de ontwikkeling van het kind past.
Ouder en kind moeten weer een nieuwe vorm vinden om met elkaar door te gaan. Met het eigen herstel is het kind, in tegenstelling tot de andere gezinsleden, vaak nog lang niet bezig. Overleven en anticiperen op eventuele nieuwe crises spelen in deze fase vaak een veel belangrijker rol.

sluit venster