U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > fasebeschrijvingen
  3.  > leven met: zoeken naar nieuw evenwicht

Fase: Leven met de aandoening

Zoeken naar nieuw evenwicht

De aandoening is “gerijpt”, het verdere verloop van de aandoening is voorspelbaar en de verdere zorgbehoefte is duidelijk. Hoewel het leven alles behalve gladjes verloopt zijn grote, onverwachte gebeurtenissen niet meer aan de orde van de dag. Er kan sprake zijn van een zich herhalend patroon van crisis, psychose en opname of van een aandoening die onder controle is, al dan niet met behulp van medicijnen. Zowel de patiënt als de naastbetrokkenen zoeken een manier om met de aandoening om te gaan en de (zorg)taken rond de patiënt op een goede manier te verdelen tussen de betrokkenen, de patiënt en de hulpverlening. Het herstelproces loopt door maar komt langzaam in een rustiger vaarwater.

Patiënt

In deze fase wil de patiënt het liefst de periode die achter hem ligt afsluiten en verdergaan met zijn leven. Het blijft zaak om waakzaam te zijn omdat het risico van terugval altijd aanwezig blijft. Veranderingen in regelgeving of invulling van ondersteuning vanuit de instelling kunnen nog wel aanleiding zijn voor het opnieuw moeten maken van afspraken.
Samen met anderen kan de patiënt preventieve maatregelen nemen om een mogelijke volgende crisis tijdig te signaleren en het hoofd te bieden. Mogelijk heeft hij nog wel last van negatieve symptomen of bijverschijnselen van medicatie.

Vader/moeder

De periode van zoeken naar wegen om zaken rond de aandoening te regelen sluit af. Het is nu tijd voor herstel van de ouder-kind relatie. Er komt wat lucht waardoor er meer aandacht gegeven kan worden aan eventuele andere kinderen in het gezin. Het is nu tijd voor het verwerken van de achterliggende gebeurtenissen en het zich weer richten op de toekomst. Er moet worden gewerkt om spanningen die zijn opgebouwd in voorliggende fasen een plaats te geven.

Partner

Lang niet alle relaties bereiken deze fase intact. Mogelijk valt in deze fase de beslissing of de relatie nog wel voldoende perspectief biedt om samen verder te gaan.  Heeft de relatie standgehouden dan is er sprake van een nieuwe rol- en taakverdeling binnen het gezin. Rollen als opvoeder, kostwinnaar, regelaar en aanspreekpunt kunnen verschoven zijn naar de andere partner. Houdt de relatie niet stand, dan wordt toegewerkt naar een afscheid (zie fase ‘Naderend afscheid’)
Als de relatie niet heeft stand gehouden moeten er afspraken gemaakt zijn over zaken die ook spelen na het uit elkaar gaan van partners als er geen ziekte speelt. Afhankelijk van het niveau van herstel van de zieke partner zal het houden aan afspraken moeilijker of minder moeilijk of zelfs met behulp van dwang verlopen.

Broer/zus

De situatie in het gezin is wat tot rust gekomen, er is ruimte om bij de ouders aandacht te vragen voor de eigen situatie. De relatie met de patiënt komt in rustiger vaarwater en hieraan kan weer worden gewerkt. Eventuele meningsverschillen binnen het gezin over hoe om te gaan met de aandoening worden overbrugd. De broer/zus heeft de gevolgen van de aandoening verwerkt, maar is ze niet vergeten. Vanuit dit besef bouwt hij/zij aan een nieuw contact met de patiënt.
Dit wordt echter verstoord als de ouders komen te overlijden. De nieuwe rolverdeling kan de relatie tussen broers en zussen onder druk zetten. De een kan het de ander kwalijk nemen als deze zich ‘onttrekt’ aan de verantwoordelijkheid om de weggevallen mantelzorg van de ouders over te nemen.

Kind van

Tegen de tijd dat het kind-van volwassen is geworden en een zelfstandig bestaan wil gaan opbouwen, komen identiteitsvragen op waar het eerder niet aan toekwam: Wie ben ik eigenlijk? Wat zijn de gevolgen van het feit dat ik een deel van mijn jeugd heb overgeslagen en sneller voor mezelf moet zorgen? Hoe moet dat later als ik zelf kinderen krijg? Kán ik dat wel, kinderen opvoeden zonder dat ik een goed rolmodel heb gehad? Daarnaast speelt de erfelijkheidsvraag: in hoeverre maakt mijn eigen kind kans om ook een psychose te krijgen? Ook is er vaak boosheid naar de zieke ouder, en teleurstelling over de rol van de naaste omgeving en de hulpverlening.
Heel veel kinderen-van lukt het niet om daar op alleen eigen kracht uit te komen. Zij zoeken professionele hulp in het reguliere of alternatieve circuit om zich te herpakken.

sluit venster