U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > fasebeschrijvingen
  3.  > overmand: aanloop naar de psychose

Fase: Overmand door de aandoening

Aanloop naar de psychose

Deze fase wordt ook wel de ‘kritieke periode’ genoemd. Omdat er in deze fase vaak nog geen sprake is van een herkende aandoening is het niet juist om al van ‘patiënt’ te spreken. We spreken daarom hier van ‘betrokkene’.
De signalen worden sterker maar zijn nog niet permanent aanwezig. De betrokkene zoekt en vindt manieren om de verschijnselen te verbergen, onder controle te houden of te verklaren. Naarmate de betrokkene zich minder op zijn gemak voelt, worden de verschijnselen zichtbaar voor anderen. In deze fase is het mogelijk en moeilijk om hulpverlening in te zetten. De patiënt herkent geen probleem bij zichzelf dus houdt hulp af. Als naastbetrokkene kan het moeilijk zijn om toegang te krijgen tot de hulpverlening. Waar moet je zijn? En voorkom je dat privacy wordt gebruikt als drogreden om niets te hoeven doen?
Studie en werk lijden onder de oplopende psychische problemen en voor de omgeving wordt de betrokkene moeilijker in de omgang.

Patiënt

Ervaart dat functioneren moeilijker gaat, maar herkent niet de problemen zoals zijn omgeving die beschrijft. Hij probeert verschijnselen voor anderen te verbergen. Hij twijfelt of en hoe hulp moet worden ingeroepen.

Vader/moeder

Naarmate het contact intensiever is wordt de ernst van de verschijnselen duidelijker zichtbaar. Ouders proberen in deze fase vaak hulp in te schakelen, maar kloppen soms aan bij instanties die weinig of geen expertise hebben op dit gebied: schooldecaan, huisarts, jeugdzorg. Adequate doorverwijzing kan lang uitblijven, mede doordat de betrokkene gedurende het consult de verschijnselen wonderbaarlijk kan weten te verbergen.

Partner

Toenemende ongerustheid. Merkt steeds vaker en heviger veranderingen in gemoedstoestand op. Symptomen kunnen door derden worden uitgelegd als voortkomende uit problemen in de relatiesfeer. Heeft behoefte aan vertrouwenspersoon om ervaringen mee te delen.

Broer/zus

Merkt veranderingen bij betrokkene en ongerustheid bij ouders op. Voelt de spanning in het gezin oplopen en heeft hieronder vaak te lijden. Mogelijk herkenning signalen van andere familieleden. Kan in vertrouwen worden genomen door broer/zus of ouders.

Kind-van

De betrokkene zal minder goed in staat zijn om de verzorgende rol goed te vervullen, terwijl de andere ouder in toenemende mate in beslag zal genomen worden door de zieke partner. Kind merkt dat vader/moeder onvoorspelbaar wordt. Kind kan angstig worden en onzeker over eigen aandeel in de stemming van vader/moeder.

sluit venster