U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > peer2peer
  3.  > visie

Peer2Peer

online magazine voor professionals met eigen familie-ervaring 


Familie-ervaring onder hulpverleners:

Vertellen nodigt uit tot openheid en nieuwe inzichten

Een op de vier Nederlanders kampt in zijn leven met een psychische aandoening. Gaan we uit van de voorzichtige schatting dat zij minimaal twee familieleden hebben, dan is of wordt dus de helft(!) van alle Nederlanders familielid van iemand met een psychische aandoening. Toch zijn deze familieleden nauwelijks zichtbaar, zelfs niet op de plek waar de bekendheid met psychische aandoeningen het grootst is: in de GGZ. Dit houdt het stigma in stand en staat optimale familiebetrokkenheid in de weg.

Wat speelt?

Het kan niet missen dat veel GGZ-hulpverleners ook privé betrokken zijn bij psychische aandoeningen. Daarbij doelen we niet op familie-ervaringsdeskundigen, die prachtig werk doen, maar in aantal een druppel op de gloeiende plaat vormen. Het gaat ons om de overgrote
meerderheid van de ‘gewone’ hulpverleners die niet als familielid herkenbaar zijn. Zolang zij zelf over hun betrokkenheid zwijgen, lijkt het of psychische aandoeningen kennelijk overal voor kunnen komen, behalve in de eigen (werk)omgeving. Openheid in de GGZ is een eerste stap in het doorbreken van het stigma.
Stilzwijgen heeft nog een tweede negatief effect: het staat een adequaat familiebeleid in de weg. De collega’s die het beste weten waar familieleden écht op zitten te wachten, praten er niet over. Een gemiste kans, want de GGZ-professional met eigen ervaring weet als geen ander wat het is om naastbetrokkene te zijn van een persoon met een psychiatrische aandoening.

Wat vindt Ypsilon?

We ondervroegen 500 familieleden en 200 hulpverleners-met-familiebetrokkenheid. 93 procent van de hulpverleners heeft de eigen familie-ervaringen wel eens met collega’s gedeeld. Bij de overgrote meerderheid was de reactie positief. ‘Ik ervaar meestal begrip.’ ‘Mensen reageren over het algemeen een beetje verwonderd, maar zeker niet negatief.’ ‘Dat is binnen ons team heel normaal. Iedereen kent wel iemand met een psychische aandoening!’ 84 procent zou het collega’s aanraden om ook open te zijn. Wat Ypsilon betreft wordt het delen van familieervaringen
ook op de GGZ-werkvloer heel gewoon. Zoals iemand zei: ‘Er zijn meerdere collega’s die naastbetrokkene zijn. Vertellen nodigt anderen uit tot openheid, delen en nieuwe inzichten.’

Familie-ervaring maakt je een betere hulpverlener

De resultaten uit de enquête spreken boekdelen. Driekwart van de familieleden vindt dat een hulpverlener die zelf naastbetrokkene is doorgaans prettiger reageert. Zij verwachten dat het contact met de naaste én de cliënt beter is als de hulpverlener zelf naastbetrokkene is.
Familie-ervaring maakt mensen tot een betere hulpverlener, zeggen ze. Ypsilon deelt die visie, zonder te willen zeggen dat alleen mensen met familie-ervaring een goede hulpverlener kunnen zijn.

Openheid als het meerwaarde heeft

Pleiten voor openheid betekent niet dat iedereen er verplicht mee naar buiten moet komen en ook niet op elk moment. Het is altijd aan de betrokkene zelf om daarover te beslissen. Als familielid heb je rekening te houden met de gezondheidstoestand van je naaste en diens ideeën en gevoelens. Daar komt bij dat je als familielid diverse fasen doorloopt. Is de problematiek nog vers, dan is waakzaamheid geboden. Een goede professional zet zijn eigen ervaring alleen in als het meerwaarde heeft. Maar is dat het geval, dan spreekt hij er ook open over.

Actie nodig van bestuurders en beleidsmakers

Ypsilon gelooft in de meerwaarde van professionals met eigen familie-ervaringen en ziet zich daarin bevestigd door de uitkomsten van de enquête. Maar deze professionals voelen zich pas vrij om ermee naar buiten te komen als sprake is van een veilig werkklimaat. Hier ligt een voortrekkersrol voor bestuurders van zorginstellingen, personeelsfunctionarissen en beleidsmakers. Bestuurders zullen de meerwaarde van familie-ervaring van hun medewerkers moeten inzien, omarmen, uitdragen en incorporeren in beleid. Net zolang tot medewerkers
zich vrij voelen om erover te praten.

Meer dan de helft (57%) van de ondervraagde professionals vindt dat de werkgever (de GGZ-instelling) het kenbaar maken van eigen familie-ervaringen door een hulpverlener moet stimuleren. Een even grote groep verklaart zich bereid om daaraan zelf een bijdrage te leveren. Bij drie locaties is Ypsilon daarom een proeftuin gestart om te onderzoeken hoe die openheid kan worden bevorderd: GGZ Friesland, Pro Persona en het Vincent van Gogh instituut. Samen gaan we na op welke wijze familie-ervaringen benut kunnen worden om het taboe te slechten en de instelling familievriendelijk te maken.

Conclusie

Op het naar buiten brengen van eigen familie-ervaringen door professionals rust een taboe, waardoor het stigma in stand blijft. Lukt het hen om dit te doorbreken, dan zijn meerdere doelen gediend. Als gelijken onder elkaar (‘peer to peer’) zijn ze een rolmodel voor hun collega’s én familieleden. Bovendien kunnen ze bijdragen aan een beter familiebeleid. Voorwaarde is dat ze maximale steun krijgen van directie en management. Op diverse plekken in het land stimuleren instellingen hun medewerkers inmiddels om eigen familie-ervaring actief in te zetten.


© Ypsilon – 15 december 2014

sluit venster