Crisis

Het is crisis thuis…

Het is crisis thuis.  Als geen ander weten we hoe zwaar, hoe spannend, hoe belastend dat kan zijn. Maar dan? Hoe moet je verder?

Je overweegt misschien om melding te doen om verplichte zorg (dwangbehandeling) voor jouw familielid of naaste te kunnen krijgen, of je hebt dat misschien al gedaan. Daarvoor gelden de regels van de Wet verplichte ggz (Wvggz).

Met deze toolkit hopen we je hierbij te kunnen helpen. Aan de hand van vragen nemen we je mee door de procedure . Je hoeft niet per se bovenaan te beginnen: je kunt op elk moment in de procedure ‘instappen’ in onze uitleg. Klik op de vraag die op jouw situatie van toepassing is. Het antwoord klapt naar beneden uit.

Je bent waarschijnlijk op deze pagina terecht gekomen omdat je vermoedt dat jouw naaste in een psychische crisis verkeert. Maar wat is dat precies? Er is sprake van een psychische crisis wanneer iemand in psychische nood verkeert en er (nog) geen passende steun of middelen beschikbaar zijn. Voorbeelden van (veelvoorkomende) crisissituaties zijn:

  • Door psychische problemen vormt iemand een gevaar voor zichzelf of voor anderen in zijn omgeving;
  • Gevoelens van pijn, angst en depressie kunnen soms zo hoog oplopen dat iemand niet meer wil leven;
  • Door een plotselinge, overweldigende gebeurtenis kan iemand zo van slag zijn dat hij zijn eigen emoties niet meer onder controle heeft.


Grote kans dat je even niet weet wat je met deze situatie aan moet. Helemaal als het de eerste keer is dat dit gebeurt. Belangrijk is: hoe eerder je erbij bent hoe beter. Mogelijk kan verplichte zorg dan nog voorkomen worden. Zoek dus op tijd hulp, bijvoorbeeld bij de huisarts, het sociaal wijkteam, een familievertrouwenspersoon of de betrokken ggz-hulpverlener.

Verplichte zorg, ook wel dwangbehandeling genoemd, kan volgens de Wet verplichte ggz bestaan uit heel verschillende maatregelen. Daaronder:

  • beperken van bewegingsvrijheid;
  • opname;
  • ontnemen van vrijheid bij voorbereiding op crisismaatregel;
  • beperken in de vrijheid om het eigen leven in te richten;
  • uitoefenen van toezicht.


Daarnaast noemt de wet nog:

  • insluiten;
  • onderzoek aan lichaam of kleding;
  • onderzoek van de woning op gedrag beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
  • controleren op aanwezigheid van gedrag beïnvloedende middelen;
  • beperken recht op ontvangen bezoek;
  • toedienen van vocht, voeding of medicatie.


Binnen de Wvggz zijn 4 manieren waarop verplichte zorg kan worden opgelegd:

  • Zorgmachtiging (ZM), afgegeven door de rechter, verzocht door de geneesheerdirecteur of Officier van Justitie;
  • Crisismaatregel (CM) voor de duur van maximaal drie dagen, afgegeven door de burgemeester;
  • Tijdelijk verplichte zorg voorafgaand aan een crisismaatregel; voor de duur van maximaal 12 uur;
  • Tijdelijk verplichte zorg in een noodsituatie waarin de zorgmachtiging of crisismaatregel niet voorziet voor de duur van maximaal 3 dagen.


Alle 4 deze manieren zullen in de vragen die volgen worden besproken.

In geval van een crisis kan er een melding worden gemaakt als er sprake is van ‘ernstig nadeel’. Er kan op verschillende manieren sprake zijn van ernstig nadeel. Zo noemt de wet:

  • levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, psychische, materiële, immateriële of financiële schade, verwaarlozing of niet meer deel kunnen nemen aan de maatschappij, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander;
  • bedreiging van de veiligheid van betrokkene;
  • hinderlijk gedrag dat agressie bij anderen oproept;
  • gevaar van de algemene veiligheid van personen of spullen.


Let op: Het ‘ernstig nadeel’ hoeft zich niet al te hebben voorgedaan. Volgens de wet is ook het risico erop al reden om in te grijpen. Bij een dreigende zelfdoding of zelfbeschadiging ga je niet wachten tot het te laat is, is de gedachte.

Iedereen die vindt dat iemand onmiddellijk gevaar veroorzaakt kan een melding doen. Je kunt dit dus zelf doen, maar je kunt ook hulp vragen van een hulpverlener (al dan niet via de huisarts).

Iedereen kan een melding doen bij het college van burgemeesters en wethouders (college van B en W). Je kunt dit dus zelf doen, maar je kunt ook hulp vragen van een hulpverlener, bijvoorbeeld een familievertrouwenspersoon (al dan niet via de huisarts). De melding moet wel worden gedaan in de woonplaats waar de persoon die zorg nodig heeft woont of het grootste gedeelte van de tijd verblijft. Hoe je precies een melding doet, verschilt per gemeente. Zie hiervoor het onderdeel ‘Sociale kaart’.

Het college van B en W heeft twee weken de tijd om onderzoek te doen in hoeverre verplichte zorg echt nodig is. Deelt het college de mening dat dit nodig is, dan dient het een aanvraag in. Je krijgt hierover bericht als jij degene bent die de melding heeft gedaan en familie of naaste bent van degene om wie het gaat.

Ben jij:

  • Een partner, echtgenoot of degene met wie een samenlevingscontract is gesloten;
  • Een ouder;
  • Een wettelijk ‘vertegenwoordiger’;
  • Een ander familielid of naaste die belangrijk is voor de zorg van de betrokkene?


En vind jij dat verplichte zorg noodzakelijk is? Dan is het college van B en W verplicht om tóch een aanvraag in te dienen.

De aanvraag die het college van B en W heeft gedaan komt bij de officier van justitie terecht. Deze gaat een verzoek voor een zorgmachtiging voorbereiden. Voordat hij hiermee begint moet hij eerst een ‘geneesheer-directeur’ aanwijzen. De geneesheer-directeur is een psychiater die de taak heeft om te zorgen dat de wet goed wordt uitgevoerd. De geneesheer-directeur krijgt van de officier van justitie de volgende informatie:

  • de zelfbindingsverklaring, oftewel de crisiskaart (als die er is);
  • informatie over eventuele eerdere verplichte zorg;
  • politiegegevens die mogelijk belangrijk zijn voor de beoordeling van de aanvraag.


Vervolgens informeert de geneesheer-directeur de betrokkene en zijn omgeving over dat er een zorgmachtiging wordt voorbereid. Ook informeert hij de betrokkene dat die zich kan laten bijstaan door een familielid of naaste bij het schrijven van het plan van aanpak om verplichte zorg te voorkomen, de zorgkaart en het zorgplan (behandelplan).

Ben jij:

  • Een partner, echtgenoot of degene met wie een samenlevingscontract is gesloten;
  • Een ouder;
  • Een wettelijk ‘vertegenwoordiger’;
  • Een ander familielid of naaste die belangrijk is voor de zorg van de betrokkene?


En vind jij nog steeds dat verplichte zorg noodzakelijk is? Dan kun je nog een laatste keer zelf beargumenteerd aan de officier van justitie voorleggen waarom je vindt dat hij/zij het tóch aan de rechter moet voorleggen. Maar de officier van justitie beslist zelf of hij of zij daarin meegaat.

De betrokkene heeft de mogelijkheid om samen met familie of naasten een plan van aanpak te schrijven om verplichte zorg te voorkomen. Hij moet binnen drie dagen na ontvangst van de informatie van de geneesheer-directeur aangeven dat hij dit wil gaan schrijven. De geneesheer-directeur overlegt hierover met officier van justitie en moet binnen 2 dagen laten weten of dit mag. Redenen waarom dit niet zou mogen zijn:

  • het ‘ernstig nadeel’ is te groot;
  • de betrokkene heeft eerder al een plan van aanpak geschreven en dat is niet gelukt;
  • de betrokkene heeft eerder al een plan van aanpak geschreven, maar verplichte zorg is hiermee niet voorkomen en de omstandigheden zijn niet voldoende veranderd om aan te nemen dat verplichte zorg deze keer wel voorkomen kan worden door een plan van aanpak te schrijven.


Mag er wel een eigen plan van aanpak worden geschreven, dan wordt de procedure twee weken ‘geschorst’. Het is verstandig om je bij het opstellen van het plan van aanpak te laten bijstaan door een familievertrouwenspersoon.

Om te helpen bij het opstellen van een eigen plan van aanpak hebben MIND en Ypsilon samen met alle andere organisaties een handreiking opgesteld, die wordt uitgereikt op het moment dat dat aan de orde is.

De geneesheer-directeur kan de procedure weer hervatten als hij vindt dat er te weinig voortgang wordt gemaakt met het schrijven van het plan van aanpak of als het ‘ernstig nadeel’ toch te groot blijkt. Dit moet hij wel in overleg doen met de betrokkene en vertegenwoordiger.

In een zorgkaart worden de voorkeuren van de betrokkene vastgelegd. Het zorgplan vermeldt vervolgens de wijze waarop rekening wordt gehouden met deze voorkeuren.

De zorgverantwoordelijke helpt de betrokkene met het opstellen van de zorgkaart. Ook naasten of de patiëntvertrouwenspersoon kunnen hierbij helpen als de betrokkene dat zelf wil. Het ook kan ook zijn dat de betrokkene helemaal geen voorkeuren vast wil leggen. Als dat zo is dan wordt dat vermeld op de zorgkaart.

In het zorgplan (onder de wet Bopz nog: behandelplan) staat welke zorg een betrokkene krijgt. Het zorgplan is gebaseerd op de behoeften en wensen van de betrokkene zelf, zodat de zorg goed past bij zijn situatie. Het zorgplan omvat onder meer:

  • de diagnose;
  • de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren op de zorgkaart;
  • de zienswijze en de contactgegevens van familieleden en naasten die belangrijk zijn voor de zorg van de betrokkene;
  • de essentiële voorwaarden voor deelname aan het maatschappelijk leven van de betrokkene, voor zover deze ontbreken.


De hulpverlener stelt het zorgplan op, in overleg met de betrokkene en/of de vertegenwoordiger. Ook naasten of de patiëntvertrouwenspersoon kunnen helpen bij het opstellen van het zorgplan als de betrokkene dat zelf wil. Naasten kunnen hierbij ondersteuning krijgen van de familievertrouwenspersoon.

Voor het vaststellen overlegt de zorgverantwoordelijke met:

  • de zorgverleners, en zo mogelijk met de huisarts
  • én de familieleden en naasten die belangrijk zijn voor de zorg van de betrokkene.

In afwachting van de beslissing voor verplichte zorg kan in bepaalde situaties een zogenaamde ‘crisismaatregel’ worden afgegeven. Dit kan in de volgende situaties:

  • er is sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel;
  • dit is zeer waarschijnlijk het gevolg van een psychische stoornis;
  • dit kan met de crisismaatregel worden weggenomen.


Een crisismaatregel duurt maximaal 3 dagen. De crisismaatregel kan vervolgens nog eens met 3 dagen worden verlengd.

Is het vermoeden groot dat er een crisismaatregel gaat worden afgegeven? Dan kan er van tevoren ook tijdelijk verplichte zorg worden opgelegd (maximaal 12 uur).

Onder de oude wet Bopz was verplichte zorg alleen mogelijk in een psychiatrisch ziekenhuis. Met de nieuwe Wvggz moet verplichte zorg meer op maat kunnen worden gegeven. Dit kan bijvoorbeeld ook buiten een instelling zijn, aan huis of in een polikliniek.

Over hoe die zorg er bijvoorbeeld thuis gaat uitzien, is nog weinig te zeggen. Dat zal de praktijk moeten leren zodra de wet van kracht is. Tot de inwerkingtreding op 1 januari 2020 wordt in 4 regio’s al met de wet proefgedraaid. Mogelijk bieden deze proeven al een eerste beeld.

De duur van de verplichte zorg ligt niet van tevoren vast, maar is afhankelijk van de situatie. De duur van de zorgmachtiging is maximaal 6 maanden. Hierop zijn twee uitzonderingen:

  • Als de zorgmachtiging volgt op een crisismaatregel is de duur van de zorgmachtiging maximaal 12 maanden.
  • Als er de afgelopen 5 jaar ook al aaneengesloten verplichte zorg is verleend is de duur van de zorgmachtiging maximaal 2 jaar.

In tegenstelling tot de wet Bopz is familie bij de Wvggz nadrukkelijk in beeld. In de wet staat hierover het volgende:

Artikel 2:1 lid 7
‘Bij de voorbereiding, de uitvoering, de wijziging en de beëindiging van een crisismaatregel, machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel of zorgmachtiging worden de familie, de directe naasten van betrokkene en de huisarts zoveel mogelijk betrokken.’

In de wet staat ook dat naasten zich daarbij kunnen laten ondersteunen door een familievertrouwenspersoon.

Op de volgende manieren zijn de familie/naasten nadrukkelijker in beeld:

  • Familie en andere voor de continuïteit belangrijke naasten hebben nu meer rechten bij het maken van een melding (zie: Ik heb na mijn melding bericht gekregen dat het college van B en W de noodzaak niet inziet van verplichte zorg en Ik heb bericht gekregen dat de officier van justitie de noodzaak niet inziet van verplichte zorg).
  • De betrokkene heeft de mogelijkheid om samen met familie of naasten een plan van aanpak te schrijven om verplichte zorg te voorkomen (zie: Wat is een eigen plan van aanpak?)
  • Familie heeft indien de betrokkene dat wil inbreng bij opstellen én vaststellen zorgplan (zie: Wat is een zorgplan?)

Checklist: waar moet je aan denken?

Een crisis thuis is een stressvolle gebeurtenis. Je hoofd zit vol en misschien weet je even niet meer hoe of wat precies. Waar moet je nu allemaal aan denken? En wat moet je niet vergeten? Wij hebben wat zaken voor je op een rijtje gezet. Pik hier de tips uit die op jouw situatie van toepassing zijn en maak zo een persoonlijke checklist. 

Situatie in kaart brengen

  • Beschrijf de situatie voor jezelf op een A4-tje. Wat is er precies aan de hand? En wat heeft je naaste nodig op dit moment?
  • Wat is precies een crisis? Hoe herken je die bij je naaste? Dit kun je het beste beschrijven aan de hand van gedragsveranderingen. Denk aan zaken als terugtrekgedrag, verwaarlozing, stemmen horen, drugs- en drankgebruik, schelden en vloeken, agressie, achterdocht, slecht omgaan met geld, (niet) innemen van medicatie. Breng eventuele signalen in kaart.
  • Houd een dagboek/logboek bij. Maak hierin korte aantekeningen over gebeurtenissen. Noteer bijvoorbeeld: datum, tijd, aanleiding, gevolg, hoe lang duurde het, wie waren er betrokken etc. Maar ook bijvoorbeeld met welke hulpverleners wanneer je contact hebt gehad.
  • Breng in kaart welke medicijnen je naaste op dit moment gebruikt.
  • Zorg samen met je naaste voor een korte beschrijving van de levensgeschiedenis van je naaste. Klik hier voor een vragenlijst hierover.


Contact

  • Maak een overzicht met belangrijke contactgegevens. Zorg dat je 24/7 weet wie je kan bereiken indien je hulp nodig hebt. Belangrijke nummers zijn bijvoorbeeld:
    • 112 (politie, ambulance)
    • Huisarts of huisartsenpost
    • Spoedeisende hulp (EHBO- meestal via huisartsenpost)
    • POH-GGZ (praktijkondersteuner huisartsenzorg ggz)
    • Behandelaar(s)
    • Bemoeizorgteam
    • Politie/wijkagent
    • Andere voor zorg belangrijke familieleden/naaste
  • Zorg dat er één vast aanspreekpunt vanuit de familie/naasten is.
  • Informeer je omgeving over de situatie. Denk aan familie, vrienden en bijv. buren (indien wenselijk).


Voorwaarden

  • Maak een overzicht van wat voor jou de voorwaarden zijn waaronder dwangbehandeling thuis mogelijk is. Denk bijvoorbeeld aan voldoende back-up, bereikbaarheid van hulpverleners en het bepalen van grenzen (bijv. bij agressief gedrag). Welke ondersteuning heeft het thuisfront nodig?
  • Communiceer deze voorwaarden duidelijk naar jouw naaste én naar de hulpverleners.
  • De Wvggz is nieuw en de praktische invulling hiervan is in bepaalde situaties nog onbekend, niet alleen voor jou, maar ook voor hulpverleners en andere betrokkenen. Win dus voldoende informatie in over rechten en plichten voor verplichte zorg thuis. Zaken als:
    • Hoe ziet de procedure eruit?
    • Wat is mijn positie als familielid/naaste?
    • Als het niet volgens de regels gaat, waar kan ik dan heen? Bij wie kan ik terecht?

Zie hiervoor ook de tool Handleiding.

Op de been blijven

  • We kunnen het niet vaak genoeg vermelden: blijf goed voor jezelf zorgen! Je eigen structuur en ritme aanhouden is hierbij erg belangrijk. Tips vind je bij het onderdeel Hoe blijf je zelf overeind?
  • Zorg dat je zelf iemand hebt om mee te praten – dit kan een vriend of vriendin zijn, maar bijv. ook een hulpverlener, familie-ervaringsdeskundige of familievertrouwenspersoon¹. Of neem contact op met de adviesdienst van Ypsilon.

Sociale kaart

Wie kan je helpen als er crisis thuis is of dreigt? Waar kun je informatie vinden, wie kun je bellen en waar kun je naartoe? En waar moet je beginnen? Op deze sociale kaart zie je welke instanties, organisaties en diensten je kunt benaderen in geval van crisis en op welke manier.

  • Bel direct 112
  • Neem contact op met de huisarts/eerstehulppost zodat deze de crisisdienst in kan schakelen.


Voor overig overleg en advies:

  • Op werkdagen kun je van 11:00 en 12:00 uur bellen naar 020-311 38 88. Je kan dan direct met één van de psychologen van 113 spreken.
  • Via het afsprakenformulier kun je een afspraak maken.
  • Heb je een korte adviesvraag? Stel deze dan via het contactformulier. Of kijk bij de veelgestelde vragen, misschien staat jouw vraag hier wel tussen.

De Familievertrouwenspersoon (FVP) ondersteunt familieleden en naasten in het contact met de hulpverlener, behandelaar of instelling. In de Wvggz worden naasten betrokken bij de beslissing of verplichte zorg nodig is. Ook hier hebben familievertrouwenspersonen een rol. Zij steunen familie of naasten van een persoon voor wie de commissie een verzoek voor een zorgmachtiging of een crisismaatregel in behandeling neemt, of voor wie een zorgmachtiging is afgegeven of crisismaatregel is genomen.


De FVP verleent bijstand en geeft advies bij:

  1. de voorbereiding van een zorgmachtiging of crisismaatregel;
  2. de uitvoering van een zorgmachtiging of crisismaatregel;
  3. de beëindiging van een zorgmachtiging of crisismaatregel;
  4. een klachtprocedure.


Meer informatie over de rol van de FVP in de Wvgzz? Klik hier.


Op de website van de LSFVP staan de contactgegevens per provincie vermeld. Klik hier om de FVP in uw regio te vinden.

Bij (dreigende) crisis kun je de huisarts inschakelen. De huisarts kan zelf behandelen of de crisisdienst inschakelen.

In minder dreigende situaties kan de huisarts overleggen met de crisisdienst, ambulant team of sociaal wijkteam.

De huisarts mag aan de naasten geen medische informatie geven. Wel mag de naaste melden en ondersteuning vragen. De huisarts of assistente kan in elk geval naar uwverhaal luisteren. Door de informatie van de naaste kan de huisarts beter inschatten wat gepaste maatregelen zijn op dat moment. Huisartsen kunnen informatie en tips geven over hoe u met de situatie kunt omgaan.


Klik hier
voor meer informatie over de rol van de huisarts in crisissituaties.

De officiële website vanuit de overheid over de Wet verplichte ggz is deze: www.dwangindezorg.nl.

Als u zich zorgen maakt om iemand in uw omgeving kunt u dat melden via: www.vooreenveiligthuis.nl¹⁰ of 0800-2000 (gratis en 24/7 bereikbaar)

Meldpunt gemeente
Zoek op internet naar de gemeente waar je naaste verblijft en vervolgens op termen als: meldpunt, wvggz, sociaal wijkteam, veilig thuis, of ‘verward gedrag’ en neem contact op. Tips voor als je contact opneemt met meldpunt:

Maak een lijstje met de belangrijkste punten zoals:

  • Om wie gaat het (familielid of buurman? leeftijd, man/vrouw)
  • Is hij/zij alleen
  • Is hij/zij al bekend bij ggz of zorg
  • Heeft hij/zij een crisiskaart of crisissignaleringsplan
  • Beschrijf waarom hij/zij niet zelf in staat is hulp te zoeken of waarom hulp nu tekortschiet
  • Wat wil hij/zij wel (dat kan een manier zijn om in contact te komen)
  • Is er acuut zorg nodig? Hoe snel moet het? Binnen uren, dagen of weken?
  • In hoeverre ben je zelf iemand die essentieel is voor de continuïteit van zorg voor deze persoon?

Je mag je melding ook anoniem doen. Je gegevens worden dan wel genoteerd, maar ze komen niet terecht in de stukken die later naar de rechter gaan.

Wil je weten hoe het meldpunt jouw melding registreert, dan vind je hier¹¹ het formulier dat voor de melding wordt gebruikt.


Wmo, wet maatschappelijke ondersteuning

Mantelzorgondersteuning valt onder de Wmo. Vraag je gemeente waar je terecht kunt.


Sociaal wijkteam

Gemeenten hebben steunpunten ingericht om zorg dicht bij de burger te organiseren. Medewerkers wijzen je de weg naar Wmo-verstrekkingen als huishoudelijke hulp, dagbesteding, zorg onder de Wmo, mantelzorgondersteuning, e.d. Mantelzorgers kunnen hier terecht om hun zorgbehoefte in kaart te brengen.


(Dreigend) dakloos

Bij dreigende dakloosheid: bespreek de situatie met de behandelaar. Zoek op de website van je gemeente op Wmo-loket, advies- en meldpunt, veilig thuis of ‘verward gedrag’.

Familie-ervaringsdeskundige in de ggz
Een familie-ervaringsdeskundige (FED) is zelf familielid van iemand met een psychische kwetsbaarheid. De FED is geschoold om eigen ervaringen in te zetten voor andere naasten. Een FED biedt een luisterend oor of denkt mee over jouw mogelijkheden.


In Den Haag, Utrecht en Amersfoort kun je een beroep doen op familiecoaching via de ggz-instelling. In Eindhoven kan je hen bereiken via Groeirijk, steunpunt van ervaringsdeskundigen. Bij andere instellingen is er soms een FED, maar die kun je alleen benaderen via de hulpverleners van de instelling. Niet iedere afdeling heeft een FED om te raadplegen.


Je kunt ook een mail sturen of bellen met de instelling, of de familieraad van de instelling.


MIND-atlas

Ypsilon maakt deel uit van MIND¹². MIND verenigt diverse cliënten-en familie-organisaties. Op de website van MIND vind je een overzicht van het aanbod op de MIND-atlas¹³.

Ervaringsverhalen en inspiratie

Hoe doen andere naasten het? Aan de ervaringen van anderen kun je veel hebben. Ze geven je het gevoel dat je niet de enige bent. Ze brengen je op ideeën. Ze bieden steun, troost en inzicht. Hieronder vind je verhalen van naasten over de periodes die vertellen over de crisis in hun leven, met hun naasten. Klik op de titel om ze te lezen. En misschien wil je ook jouw verhaal met anderen delen? 

Mijn moeder lijdt al aan schizofrenie sinds 1985. We hebben diverse crisissituaties doorgemaakt. De laatste was twee jaar geleden. Na haar laatste psychose is ze op minimale medicatie ingesteld, haar wens omdat ze er zo duf van wordt. Mijn vader heeft er mee ingestemd. Mijn moeder droomde dat ze de koningin was. Een teken dat ze psychotisch wordt, en dan ook vaak agressief. Mijn vader heeft, met medeweten van mijn moeder, een afspraak met de psychiater gemaakt. Deze gaf tijdens hun bezoek aan dat het allemaal wel mee viel. Naar mijn vader luisterde hij niet. Mijn ouders zouden een week later met het vliegtuig naar Berlijn gaan. Op de vraag van mijn vader of dit verantwoord was, was het antwoord van de psychiater: ‘dat moet u zelf inschatten’. Mijn zus en ik hebben toen de psychiater gebeld en onze zorgen aangegeven. Hij zei dat hij niets aan de situatie kon doen. Vlak erna werd dit telefoontje, ondanks ons uitdrukkelijk verzoek om dat niet te doen en de toezegging van de psychiater, met mijn moeder besproken. Door de verpleegkundige. Tussen mijn moeder en mij is dit vreselijk geëscaleerd, mijn vader zat tussen twee vuren. Dat mijn zus ook had gebeld, weet ze gelukkig niet.

Uiteindelijk zijn mijn ouders toch naar Berlijn gevlogen, er is niets gebeurd. 
Het was voor ons alle drie heel spannend. Voor het zelfde geld was het in het vliegtuig verkeerd gegaan. Het heeft nog twee maanden geduurd voordat mijn moeder weer ‘zichzelf’ was. De psychiater heeft, ook na de reis, weinig steun geboden. Mijn vader heeft de zoveelste boze brief geschreven, de psychiater gaf toe dat er fouten zijn gemaakt, maar daar heb je achteraf niet veel aan.

Ik probeer mijn vader te ondersteunen. Ik heb contact gezocht met Ypsilon en met de psychiater. Mijn zus en ik spreken hier regelmatig over. Achteraf hebben we het ook met onze broer gedeeld. Hij heeft ook schizofrenie. Elke keer als het met onze moeder slecht gaat, gaat het met hem ook minder. Dus we proberen hem te sparen.

Ik heb er geen vertrouwen meer in, dat ik in vertrouwen iets kan aangeven over mijn moeders situatie. En dit terwijl mijn vader het moeilijker krijgt. Zij zijn beide in de zeventig. Mijn moeder gaat langzaam achteruit. Dit is voor mijn vader zwaar.

Wat helpt:

  • Vertrouwelijke gesprekken met naasten respecteren.
  • Luisteren naar naaste.
  • Meedenken met naasten, vooral na uitdrukkelijke vraag.
  • Steun bieden.
  • Plan maken: Hoe voorkom je de volgende crisis?

Mijn zoon Tom had de diagnose schizofrenie en was al tijden psychotisch. De crisisdienst was al verschillende keren langs geweest. Wanneer het team aan de deur belde, was hij weg. Hij klom over het dak of sprong uit het raam.

Het was een prachtige dag. Ik had boodschappen gedaan. Toen ik in de buurt van mijn huis kwam klonk er muziek. Ik dacht nog: wat gezellig, zeker een feestje.

Thuis stonden alle ramen en deuren wagenwijd open en de radio op de hardste stand. Alle meubelen stonden buiten, de gordijnen woeien om de ramen. Er was een fles cola omgevallen waar de hond doorheen had gelopen. De plavuizen waren één plakkende troep.
Met de buren samen, zij kwamen toevallig net thuis, heb ik de vloer schoongemaakt. Twee sterke mannen sjouwden het bankstel weer naar binnen. We begrepen niet hoe Tom dit in zijn eentje voor elkaar had gekregen. Tom lag ondertussen in bed met winterjas en sneeuwlaarzen aan. Het was snikheet in zijn kamer. Hij lag lekker te slapen, we hebben hem laten slapen. Toen hij uren later wakker werd was hij stomverbaasd. ‘Wat doen jullie nou, lekker bezig met de grote schoonmaak?’ Hij wist er helemaal niks meer van.

Ik belde de crisisdienst. Het was de zoveelste actie van Tom. We waren zo moedeloos.

Wat in die tijd het beste hielp, was om Tom te koesteren. Als hij in bed lag wreef ik over zijn rug. Dan kon hij mij vertellen over zijn angsten en zijn wanhoop. Daardoor besefte ik hoe ziek hij eigenlijk was. Door zijn openheid kon ik het volhouden. Die openheid had hij niet naar de hulpverleners toe.

Nu, jaren later, na vele moeilijkheden te hebben overwonnen, is mijn conclusie dat je moed moet houden. Hou je naaste vast, blijf bij hem of haar. Ik had het geluk van een goede vriendin die elke dag belde en zei: ‘effe zeuren’. Het luchtte op om er elke dag even over te praten, niet te lang, maar ik kon het kwijt.

Wat helpt:

  • Samenwerking met crisisdienst: samen plan maken.
  • Fantastische buren, een goede vriendin. Er met iemand over praten.
  • Nabij blijven, contact houden.

Mijn zoon werd drie keer opgenomen. De eerste keer gedwongen, de tweede keer is hij in een crisissituatie van straat gehaald, de derde keer zette de politie hem uit huis. Een zorgmijder zonder ziekte-inzicht, gebruiker van soft drugs en alcohol, psychotisch en met wanen.

Hij vertrok uit de tweede opname, waar hij ‘vrijwillig’ zat, naar een ongezonde, slechte omgeving. De zorgverleners probeerden hem wel te volgen, schakelden ook het bemoeizorgteam in, maar mijn zoon maakte hun werk onmogelijk. Met een beroep op zijn recht op privacy werd ik, zijn moeder, niet ingelicht over de nazorg. De situatie verslechterde. Ik kon enkel moedeloos toekijken en op een volgende escalatie wachten.
Die volgde na negen maanden. Zijn verhuurder wilde van mijn totaal verwarde en psychotische zoon af. De politie moest er aan te pas komen. Die zette hem op straat zonder tussenkomst van de crisisdienst. Hij was niet verward genoeg! Na een week van zwerven op straat kreeg ik hem met behulp van de huisarts weer opgenomen. Toen had ík het gedaan. Hij keerde zich tegen mij, agressief en dwingend. De kliniek vroeg een rechterlijke machtiging aan. Mijn zoon werkte op alle mogelijke manieren tegen. Ondertussen werd ik gehoord noch betrokken bij de behandeling omdat hij dat niet wilde. Als iemand zo verward, zo psychotisch is, denk ik dan. Dwangmedicatie volgde. Hij kwam een beetje terug op aarde, aanspreekbaar, maar meteen ook depressief en suïcidaal. Enkele maanden later vond de instelling dat een andere woonplek beter voor hem zou zijn. Na twee verhuizingen in een paar weken tijd, liet hij zich opnemen na een poging tot zelfdoding.

Ik heb me suf gebeld met alle instanties waarvan ik dacht ze hem konden helpen, of die in contact met hem stonden. Ondanks dat hij niet wilde dat er met mij gesproken werd, heb ik elke week gebeld met de afdeling. Ik wist dat het personeel niet in kon gaan op mijn vragen, maar ik wilde gewoon weten hoe het met hem ging, of er al meer contact was, of hij sliep, at, dronk. Na verloop van tijd kreeg ik iets meer informatie. Mijn zoon kwam toen wat meer in de realiteit. Daarvoor moest ik het zelf maar ontdekken.

Onze eigen huisarts hielp me meteen en zonder aarzeling. Zette haar tanden erin om hem (ook haar patiënt) te helpen. Veel lieve medewerkers van de afdeling en het FACT-team stonden me te woord. Doordat ze me, elke keer weer, probeerden uit te leggen wat ze wel en niet mochten en konden voelde ik me geholpen.

Na maanden zonder enig contact wilde mijn zoon mij weer zien. Hij heeft mij uren toegesproken: dat hij het zo zat was, dat hij niet meer verder kon. Toen wist ik dat ik hem kwijt was, al bleef ik hopen. Vier weken later, na een periode van bijna dagelijks contact met zijn hulpverleners, is hij uit het leven gestapt. Op en 4 juli ben ik mijn zoon verloren. Hij was 23 jaar.

Wat helpt:

  • Hulp, aandacht en vertrouwen huisarts.
  • Luisteren door hulpverleners.
  • Beroep op privacy: welke inspanningen deed de hv om dit op te lossen, contact is wel mogelijk.
  • Dwangopname en dwangmedicatie omdat hij niet oordeelsbekwaam is, maar dat hij moeder niet wil zien is wel een ‘rationele’ beslissing?
  • Privacywetgeving biedt ruimte. Goed hulpverlenerschap.

Als moeder van een 24-jarige zoon met last van psychoses heb ik van het crisisteam – voor de tweede keer in 7 maanden – hun grenzen te horen gekregen in plaats van hun mogelijkheden.
Mijn zoon zakte weg in een psychose, bij mij op de bank. Ik wist niet wat ik moest doen om hem rustig te krijgen, mijn onmacht steeg met zijn verwardheid.

Ik belde het crisisteam: zij kwamen niet. ‘Bel de politie maar als de situatie gevaarlijk wordt.’
Ik was wanhopig. Wie kon mij helpen? Ik bracht mijn zoon door mijn radeloze telefoontjes nog verder in crisis. (Ik bewoon een studio, bijna alles in een ruimte.)
Anderhalf uur later belde het crisisteam: ’We komen, het kan toch.’ Helaas was mijn zoon al de deur uitgerend. ‘Oh, dan komen wij niet, wij gaan niet zoeken!’

Verbijsterd belde ik toch maar de politie. Die reageerde zoals ik eigenlijk van het crisisteam verwacht had: ‘Wat erg voor u mevrouw, Ik begrijp dat u radeloos bent, Wij gaan u helpen. Hoe ziet hij eruit? Wat zeggen we het best tegen hem als hij gevonden is? Oh, hij is al gevonden, een van onze collega’s zag een verwarde jongen lopen. Mevrouw hij kan niet bij u blijven vannacht, waar kunnen we hem heenbrengen? Ik stelde Mentrum voor, want zijn afdeling op het AMC neemt ’s avonds geen mensen op. Een dag later ging hij naar het AMC. Daar zit hij nog en wordt goed en zorgvuldig behandeld. De politie overlegde met Mentrum, want ik was té verdrietig. Voelde me zo alleen gelaten.

Door uitstel en niks doen, kwam hij precies in de crisis die ik maanden had proberen te voorkomen.

En dan geen contact opnemen met de huisarts, die de situatie kent. Mijn huisarts, die zelf bij het crisisteam heeft gewerkt was verbijsterd. Ze kende het zo helemaal niet, had me ook verteld dat het team met mij contact op zou nemen. Blijkbaar zijn de tijden veranderd.

Op dit moment zit mijn zoon in het AMC. Hij wil graag iets zinnigs omhanden hebben. Hoe geef je iemand het gevoel dat hij waardevol is, dat het goed komt? Door zinvolle bezigheden. Ik probeer dat te doen door naar hem toe te gaan, ons leven een beetje om hem heen te bouwen. Zodat hij voelt dat hij bij ons hoort, van betekenis is voor ons. Zijn broer doet hier ook veel in, naast zijn drukke baan van 50 uur. Ik voel me heel erg mantelzorger, naast mijn werk en studie. Hier zou toch samengewerkt moeten worden.

Wat helpt:

  • De invoelende reactie en het begrip van de politie.
  • Iemand die het initiatief even overneemt.
  • Als de hulpverlener samenwerkt met de naasten.

Ik ben trots op jou, weet je dat

hoe verwarrend jouw wereld ook is

voor mij om te begrijpen

ik heb er een wending aan willen geven

mijn draai aan jouw wereld

om het inpasbaar te maken

in een niet pasbare context

hoe kan ik je bereiken

je laten beseffen dat wij

er onvoorwaardelijk zouden

willen zijn

maar ik besef dat hoe hard

ik, mijn best ook doe

ik altijd zal blijven proberen

je de weg te wijzen

naar mijn wereld.

 

Harderwijk, 17 februari 2012

Kitty van Elst

Wij werden als ouders mishandeld door onze dochter die soms agressief gedrag vertoont. Ze was opgenomen en plompverloren kregen we te horen:’ Uw kind gaat het weekend naar huis’. Het was een mededeling. Zonder overleg met ons besloten. Het is gelukkig toen niet doorgegaan.

We weten nu dat we het recht hebben om aan te geven dat zoiets niet kan omdat wij er niet aan toe zijn.

Wat helpt:

  • Kennis, van rechten en plichten

Onze zoon is al meer dan 20 jaar vatbaar voor psychoses, waarvoor gemiddeld iedere zes jaar een opname nodig is. Helaas komen deze opnames vrijwel steeds te laat.

Het patroon: hij geeft tijdig aan vrijwillig opgenomen te willen worden. Dat wordt ofwel niet noodzakelijk gevonden, of er blijkt geen bed voor vrijwillige opname beschikbaar. Gevolg: een diepe psychose, crisisopname, een aantal dagen isoleercel en een langdurige opname.

Toen er één keer wel tijdige medewerking was, was een opname van een week voldoende.

In totaal is onze zoon 4 keer beoordeeld door het crisisteam alvorens opgenomen te worden. Ook toen was het nog vrijwillig, maar al na enkele uren moest dit in een IBS omgezet worden. De schade voor hem en zijn omgeving is nu weer extra groot geworden.

Wat helpt:

  • Voldoende plek voor mensen die vrijwillig opgenomen wensen te worden. Om te voorkomen dat ze later en dus veel zieker binnenkomen.
  • Snelle actie na waarschuwing van patiënt en/of naasten. Om de schade zoveel mogelijk te beperken.

Deel je verhaal

Wil je ook je verhaal delen ter inspiratie en steun voor anderen?

Voor andere mensen die in een soortgelijke situatie zitten is dit zeer waardevol; het geeft herkenning en erkenning en kan helpen bij het omgaan met een crisissituatie. Bij het opschrijven van je verhaal helpen we je op weg met een aantal vragen. Bij elke vraag staat een indicatie van de lengte. Uiteraard is dit maar een richtlijn; het is jouw verhaal en jij bepaalt hoeveel woorden je daarvoor nodig hebt. Als je wilt dat je verhaal anoniem geplaatst wordt dan kun je verzonnen namen gebruiken. 

Uiteraard mag je ervan uitgaan dat we discreet met je verhaal en contactgegevens zullen omgaan.

Heb je nog vragen? Neem gerust contact met ons op via adekruif@ypsilon.org of 088 000 21 20

Hartelijk dank en veel succes!

Ja, dit mag per e-mail (vul onderaan de pagina contactgegevens in)

Ja, dit mag telefonisch (vul onderaan de pagina contactgegevens in) 

Nee, dit wil ik liever niet

Ja, ik hoef het niet goed te keuren daarna

Ja, maar ik wil het daarna wel graag lezen

Nee, dit wil ik liever niet

Mijn echte naam mag vermeld worden bij het verhaal

Mijn naam en contactgegevens mogen worden vermeld bij het verhaal zodat mensen contact met mij op kunnen nemen

Ik wil anoniem blijven: mijn naam mag nergens worden vermeld

Ypsilon gebruikt deze gegevens uitsluitend om contact met je op te nemen over je verhaal als je hier toestemming voor hebt gegeven. Wij verstrekken deze gegevens nooit zonder jouw toestemming aan derden.

Dhr/Mw
Voorletters
Tussenvoegsel (evt.)
Achternaam
E-mailadres
Telefoonnummer
Ypsilon-lid ja/nee


Ervaringenmonitor

Zelf Wvggz-ervaring als cliënt of naaste? Vertel het ons!¹⁴

Hoe ga je met de situatie om?

Een crisis thuis gaat je niet in de koude kleren zitten. Je voelt je overvallen en zit mogelijk met de handen in het haar. In deze tool geven we je praktische tips over hoe je kunt omgaan met de situatie. Deze tips komen van andere ‘naasten van’, ervaringsdeskundigen en hulpverleners. We hebben de tips ingedeeld in drie categorieën: hoe blijf ik zelf overeind, hoe ga ik om met mijn naaste en hoe ga ik om met de hulpverleners. Klik op één van de categorieën om verder te gaan.

Tijdens een crisis kan het zijn dat je het contact verliest met je naaste, bijvoorbeeld omdat je hem of haar niet kunt bereiken of begrijpen. Het kan ook zijn dat je naaste zelf niet inziet dat hij of zij ziek is. Dit is heel lastig. Jij ziet dat het niet goed gaat en wilt daarover praten en hulp zoeken. Jouw naaste ervaart de situatie heel anders. Hij maakt dingen mee waarover hij niet kan of wil praten. Hij voelt zich niet gehoord en niet begrepen. Dat kan erg pijnlijk zijn. Hoe ga je hier mee om? Wat is goed om te doen en wat kan je juist beter niet doen? Onderstaande tips helpen je misschien een stapje verder.


Wat kun je doen?

  • Probeer rustig te blijven en rust uit te stralen.
  • Oordeel niet. Vraag naar wat je naaste meemaakt en waar hij last van heeft. Leef mee en toon empathie en begrip.
  • Toon werkelijke interesse.
  • Laat je naaste weten dat je er voor hem bent. Vraag bijvoorbeeld: wat kan ik voor je doen?
  • Probeer het vertrouwen te winnen van je naaste. Laat merken dat jij als moeder, partner of vriend snapt wie hij is, wat hij meemaakt en waar hij last van heeft. Luister geïnteresseerd naar zijn ervaringen. Je hoeft het niet te geloven, maar je kunt het je misschien voorstellen. Je kunt het er samen over eens worden dat ieder zijn eigen ideeën heeft. Vraag om elkaars respect daarvoor.
  • Stel grenzen. Je schept daarmee duidelijkheid over wat jij voor je naaste kunt doen en waar hij een ander voor moet inschakelen.
  • Gebruik informatie uit het (crisis)signaleringsplan of uit de crisiskaart.
  • Gebruik de app ‘Mijn oplossingen’¹⁵.


Wat kun je beter niet doen?

  • Pushen, aandringen, je naaste op de huid zitten.
  • De problemen van je naaste wegwuiven.
  • Zijn verhaal ontkennen.
  • Ompraten, overtuigen of chanteren.
  • Meepraten.
  • Je eigen interpretatie geven.
  • Bevestiging zoeken van je eigen mening.
  • Beschuldigen.
  • Is iemand onder invloed van middelen? Ga pas met elkaar in gesprek als het betreffende middel is uitgewerkt. Een aantal middelen, zoals alcohol en wiet, versterken de stemming.


Hoe ga je om met suïcidaliteit?

Toegenomen gevoelens van pijn, angst of depressie kunnen tijdens een crisis zorgen voor suïcidale gedachten. Dit is niet alleen voor je naaste heel moeilijk, maar ook voor jou. Hoe kan je hier het beste mee omgaan? Wat kun je beter wel doen en wat niet?


Wat kan je doen als iemand suïcidale gedachten heeft?

  • Blijf rustig
  • Luister naar jouw naaste
  • Probeer erover te praten met jouw naaste. Vaak willen mensen niet echt dood, maar willen ze niet op deze manier verder leven. Ze willen af van de angst, pijn of depressie.
  • Vraag: ’hoe kan ik helpen?’
  • Schakel professionele hulp in, zoals de huisarts (avond-en/of weekenddienst) of bel 0900-113.


Wat kan je beter niet doen?

  • Word niet boos.
  • Probeer niet in te stress te schieten (hoe moeilijk ook).
  • Oordeel niet.
  • Zeg niet: ‘doe niet zo gek’ of ‘morgen schijnt de zon weer’. Neem je naaste serieus.
  • Draag de last niet in je eentje, neem iemand in vertrouwen. Dit kan bijvoorbeeld een vriend of familielid zijn, maar ook een professional of iemand die hetzelfde doormaakt.
  • Ga geen psycholoog spelen, schakel professionele hulp in.
  • Beloof niet aan jouw naaste dat je het geheim zal houden.

Behoefte aan meer informatie of heb je vragen? Ga dan naar www.113.nl. Je vindt hier meer informatie over hoe je om kunt gaan met de situatie. Bovendien kan je (anoniem) bellen, chatten of een afspraak maken met één van de psychologen.


Hulpmiddelen bij het omgaan met je naaste in crisis

  • Zoek naar algemene informatie: wat kan er aan de hand zijn? Zie bijvoorbeeld de psychipedia¹⁶ van MIND.
  • Kijk bij welke organisaties je allemaal terecht kunt. Klik hier¹⁷ voor een overzicht.
  • Wil je met iemand over de situatie praten? Neem dan contact op met Mind Korrelatie¹⁸. Je kunt bellen, chatten of mailen met één van de psychologen of maatschappelijk medewerkers.
  • Je kunt baat hebben bij de workshop verbindende gespreksvaardigheden voor familieleden als jouw naaste zelf niet inziet dat hij ziek is. Tijdens deze workshop leer je hier mee om te gaan en in gesprek te blijven met jouw naaste.
  • De brochure Ziek? Hoezo ziek?¹⁹ geeft informatie en uitleg psychose, hoe het komt dat patiënten soms zelf niet inzien dat ze ziek zijn en hoe je hier mee om kunt gaan. Je leest bijvoorbeeld tips hoe je in gesprek kunt blijven met jouw naaste.
  • Directe hulp/advies bij suïcidaliteit: 113 zelfmoordpreventie: 0900-0113
  • E-learning module suïcidaliteit²⁰: De e-learning is eenvoudig en laagdrempelig en geeft je antwoorden op vragen als: “Op welke signalen moet ik alert zijn? Hoe maak ik het onderwerp ‘zelfmoord’ bespreekbaar? En hoe en wanneer kan ik doorverwijzen, vanuit mijn rol als naaste?” Voor jou als naaste is het fijn dat je de e-learning in je eigen vertrouwde omgeving kunt doen.
  • Andere naasten hebben baat gehad bij de cursus ‘Mental Health First Aid’²¹. In deze cursus van 4 bijeenkomsten leer je eerste hulp bieden bij psychische problemen.

Een crisis is een aangrijpende situatie. Zeker een eerste crisis kan je enorm overvallen en misschien vergeet je daardoor wel goed voor jezelf te zorgen. Dit is echter wel belangrijk. Maar hoe doe je dat als je hoofd hier helemaal niet naar staat? Naar aanleiding van gesprekken met andere naasten hebben we een aantal tips op een rijtje gezet:

  • Probeer rustig te blijven, hoe moeilijk ook. Haal diep adem.
  • Deel je ervaringen en vragen met anderen. Dit kan bijvoorbeeld met een vriend of familielid, maar je kunt ook via de familieorganisaties, steunpunt mantelzorg of ggz-instelling contact zoeken met lotgenoten. Soms is het fijn om contact te hebben met iemand die in eenzelfde situatie zit en begrijpt hoe het is om een naaste met crisisgevoeligheid te hebben.
  • Zoek geen schuldige. Niemand is gebaat bij het aanwijzen van een schuldige – als die er al zou zijn. Het heeft dus geen zin om de schuld bij jezelf of bij anderen te zoeken.
  • Durf hulp voor jezelf te vragen. Dit is voor veel mensen lastig, omdat we graag zelf onze boontjes willen doppen of anderen niet op willen zadelen met onze problemen. We noemen dat ‘vraagverlegenheid’. Ypsilon ontwikkelde de toolkit Vraagverlegenheid²² vol met gereedschappen waarmee zij mantelzorgers wil helpen hun vraag zo te stellen dat ze ook daadwerkelijk de hulp krijgen die ze nodig hebben.
  • Doe het niet alleen! Verdeel de lasten over meer schouders. Breng je eigen netwerk in kaart en kijk of er andere mensen zijn die ook een taak op zich willen nemen.
  • Stel grenzen voor jezelf. Dit is niet altijd makkelijk, maar wel belangrijk om hier oog voor te houden. Bijvoorbeeld over hoeveel zorg je kan dragen. Als je naaste in crisis thuis behandeld wordt, is het van belang deze grenzen te bespreken met alle personen die bij de zorg betrokken zijn.
  • Probeer je gedachten op papier te zetten. Dit kan helpen om je hoofd leeg te maken en overzicht te houden.
  • Onderhoud zoveel mogelijk je dagelijkse routine. Zowel voor jezelf als je naaste geeft dit rust.
  • Neem de tijd om iets voor jezelf te doen. Denk bijvoorbeeld aan sporten, een wandeling maken of koffie drinken met een vriend of vriendin.
  • Probeer sociale contacten te onderhouden.
  • Vraag bij de hulpverlening ook ondersteuning voor jezelf. Die is er ook voor jou. In de generieke module²³ samenwerking en ondersteuning naasten is vastgelegd wat je van de hulpverlening mag verwachten.


Hulpmiddelen om zelf overeind te blijven:

  • Neem contact op met de familievertrouwenspersoon. De familievertrouwenspersoon luistert naar jouw kant van het verhaal. Hij kan de weg wijzen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) en geeft antwoord op je vragen over de behandeling van jouw naaste.
  • Sommige instellingen in de ggz hebben een familie-ervaringsdeskundige in dienst. De familie-ervaringsdeskundige biedt een luisterend oor en geeft advies vanuit zijn perspectief als ervaringsdeskundige. Hij kan tips geven over hoe je je staande houdt en eventueel in contact brengen met lotgenoten.
  • Bij welke (familie)organisaties kan ik allemaal terecht? Kijk hiervoor op de website van MIND.
  • Maak gebruik van de Triadekaart²⁴. De Triadekaart helpt om afspraken te maken over de taakverdeling tussen cliënt, naaste en hulpverlener in de GGZ. Door met de Triadekaart te werken krijg je als naaste goed zicht op wat je zowel aan ondersteuning kan bieden als krijgen.
  • Veel naasten hebben baat bij mindfulness. Mindfulness richt je aandacht op het hier en nu, zonder te oordelen. Het kan je helpen met minder angst en stress te ervaren, minder te piekeren en beter in je vel te zitten. Kijk bijvoorbeeld eens naar de VGZ Mindfulness app²⁵. Deze app bevat oefeningen waarmee je leert ontspannen en mediteren.
  • Toolkit vraagverlegenheid
  • Maak een ‘ecogram’ van je netwerk.

Als er crisis thuis is zul je veel contact hebben met hulpverleners. Dit contact kan heel soepel verlopen en prettig zijn, maar mogelijk heb je ook vragen of ervaar je problemen. Hieronder staat een aantal tips beschreven die je kunnen helpen in het contact met de hulpverlener.

  • Onderschat de waarde van je eigen inbreng niet! Geef de hulpverlener informatie waarvan jij denkt dat die van belang kan zijn. Vertrouw op je eigen kennis over je naaste.
  • Bespreek open wat je bezighoudt en stel alle vragen die je wilt. Begrijp je iets niet? Vraag dan door.
  • Ga niet op de stoel van de hulpverlener zitten. Wel kun je aan de hulpverlener tips vragen hoe je je zieke familielid als naaste zo goed mogelijk kunt steunen.
  • Accepteer eventuele beperkingen van de hulpverlening. Om allerlei redenen kan de behandeling niet optimaal verlopen. Misschien zijn er bij de ggz-instelling wel onvoldoende kennis, vaardigheden en deskundigheid in huis of is de gewenste opvang in de regio gewoonweg (nog) niet beschikbaar. Het kan dus goed zijn dat de hulpverlener zegt geen oplossing voorhanden te hebben. Overleg dan samen over mogelijke alternatieven. Wellicht weet een collega-hulpverlener raad.
  • Zie de hulpverlener als bondgenoot. De hulpverlener doet er alles aan om binnen zijn mogelijkheden zo goed mogelijke zorg te bieden. Voelt dat niet zo? Praat erover met de hulpverlener. De hulpverlener iets verwijten is de snelste manier om van elkaar vervreemd te raken.
  • Het komt heel soms voor dat hulpverleners, zich verschuilend achter privacyregels, niet met de familie willen praten. Dat is niet terecht. In sommige gevallen is het delen van informatie in het belang van de patiënt zelfs verplicht. Probeer de hulpverlener ervan te overtuigen dat jullie samen staan voor hetzelfde doel, namelijk het belang van de patiënt. Vraag de instelling naar het familiebeleid.


Hulpmiddelen bij het omgaan met hulpverleners:

  • Heb je vragen over het contact met de hulpverlener of ervaar je problemen? Dan kun je terecht bij de familievertrouwenspersoon. Kijk op de website van de Landelijke Stichting Familievertrouwenspersonen.
  • Ben je al bekend met de familieraad? In veel ggz-instellingen is er een familieraad actief. De familieraad behartigt de collectieve belangen van jou als naastbetrokkene. Vaak vind je informatie over de familieraad op de website van de instelling. Zie voor meer informatie de MIND Familie- en naastenraden²⁶.
  • In het boek Bondgenoten²⁷ van Henk-Willem Klaassen lees je hoe familieleden en hulpverleners in de psychiatrie met elkaar kunnen samenwerken.
  • De Ypsilonbrochure ‘Wie zorgt praat mee’²⁸ beschrijft hoe patiënt, hulpverlener en familie met elkaar om kunnen gaan om optimale zorg mogelijk te maken.
  • Om te lezen hoe de samenwerking tussen jou als naaste en de hulpverlener eruit zou moeten zien en hoe de hulpverlener jou zou kunnen ondersteunen, zie de generieke module ‘Samenwerking en ondersteuning naasten van mensen met psychische problematiek’.

Meer informatie

  • Op zoek naar ervaringsverhalen over crisis? Kijk op Naasten in Kracht en vink in het menu links de optie ‘Crisis’ aan  
ANBI logo