U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > actueel
  3.  > Weblog
Politieke ontwikkelingen
Hein Koger beschrijft de gevolgen van de politieke ontwikkelingen voor Ypsilon.

Beschermd Wonen en de gemeenten

december 2016

De gemeenten trekken steeds meer zeggenschap over het beschermd wonen naar zich toe

Op 1 januari 2015 vond de grote transitie plaats van het beschermd wonen in de langdurige GGZ, van de landelijke overheid met financiering via de AWBZ naar de gemeenten met financiering via de WMO. Deze decentralisatie was vooralsnog nog maar gedeeltelijk, niet vanaf de centrale overheid naar alle 393 Nederlandse gemeenten maar naar 43 z.g. Centrumgemeenten, de 43 grootste gemeenten van ons land.

In het najaar 2015 stelde de overkoepelende organisatie van alle gemeenten in Nederland, de VNG, een onderzoek in naar de mogelijke alternatieve toekomstscenario’s van het beschermd wonen, de commissie werd genoemd naar zijn voorzitter Dannenberg. Eén van de conclusies van de commissie Dannenberg was dat niet alleen slechts centrumgemeenten maar in principe alle 393 gemeenten in Nederland het beschermd wonen voor hun eigen burgers moeten gaan organiseren. Een van de andere conclusies was dat beschermd wonen het beste geïntegreerd met de Maatschappelijke opvang  georganiseerd kan worden.

De organisaties die het meest dicht bij de praktijk van zowel het beschermd wonen als de maatschappelijke opvang staan, de RIBW alliantie, de Federatie Opvang en GGZ Nederland brachten nogal wat bezwaren in tegen de door Dannenberg voorgestelde veranderingen. Het belangrijkste aangevoerde bezwaar was dat door een verder doorgevoerde decentralisatie de kosten van de ambtelijke bemoeienis flink zouden stijgen. Voor 2015 hield één centrale organisatie zich met de organisatie van beschermd wonen bezig, vanaf 2015 zijn er 43 centrumgemeenten met ieder een flink aantal ambtenaren bij betrokken en als Dannenberg zijn zin krijgt gaan vanaf 2020 zelfs alle 393 gemeenten deze beslist niet gemakkelijke klus op zich nemen.

Tegen de integratie van de organisatie van beschermd wonen met de maatschappelijke opvang is als bezwaar ingebracht dat de kenmerken van de  populatie bij  beschermd wonen toch wel veel te veel verschillen met de kenmerken van mensen die in de maatschappelijke opvang terechtkomen om ze als één groep te zien. Zo is b.v. de kans op doorstroming in de maatschappelijke opvang vele malen groter dan in het beschermd wonen.

Deze geopperde bezwaren waren voor de VNG aanleiding alles nog eens flink te bestuderen en haar leden te raadplegen. In november 2016 kwamen ze met hun conclusie naar buiten, de verdere decentralisatie van 43 centrumgemeenten naar zo veel mogelijk gemeenten in Nederland moet doorgang vinden en in 2020 gerealiseerd zijn. Voor wat het samengaan van beschermd wonen met de maatschappelijke opvang betreft wachten ze nog even met een besluit. Vereist het komende jaar nog nadere studie.

Wat is de onderliggende gedachte in 2014 geweest bij onze regering bij de decentralisatie van beschermd wonen?

Meteen vallen hier overeenkomsten op met de ook in 2015 ingevoerde decentralisatie van de jeugdzorg. Beide sectoren zijn naar de gemeenten overgeheveld met het achterliggende idee dat gemeenten veel dichter bij hun kwetsbare burgers staan en daardoor beter dan de centrale overheid inzicht hebben wat de beste aanpak is en daardoor er ook uiteindelijk voor  zorgen dat hun burgers beter af zijn. Zij worden geacht maatwerk te kunnen leveren. Een veel geuite kritiek op de centrale overheid was dat hun aanpak van zowel de jeugdzorg als het beschermd wonen te veel gemedicaliseerd was en vaak tot een te zware vorm van zorgverlening had geleid waardoor het perspectief op herstel verminderd zou kunnen worden

Bij beschermd wonen resulteerde dit in totale afschaffing van elke bemoeienis van de centrale overheid met o.a. het afgeven van indicaties door  het CIZ voor de instroom en uitstroom. Ook het toezicht op de kwaliteit van beschermd wonen, door de Inspectie Gezondheidszorg, werd geheel afgeschaft.

Stuk voor stuk taken die beter door de gemeenten zelf kunnen worden uitgevoerd. Zou de zorg zo beter en goedkoper maken dachten de centrale overheid en de gemeenten zelf.

Vergelijkbaar waren de ingrepen bij de jeugdzorg. Ook hier een streven om de zorg zo veel mogelijk uit het medische circuit te halen en over te laten aan de regie en inzichten van de gemeenten. Er rezen direct bij deskundigen al grote bedenkingen bij deze decentralisatie van de jeugdzorg.  Veel meer nog dan bij de decentralisatie van het beschermd wonen. Kinderpsychiaters waarschuwden er voor dat gemeenten veel te weinig expertise hebben om de juiste zorg, vooral voor de zwaardere problemen, beschikbaar te stellen. Inmiddels is deze decentralisatie van de jeugdzorg zo'n kleine twee jaar gaande en neemt de kritiek alleen maar toe.  Het zou mij niet verwonderen wanneer straks door een nieuwe regering besloten wordt deze decentralisatie geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken.

De decentralisatie van het beschermd wonen  is ook zo'n 2 jaar aan de gang. Hier lijken de problemen vooralsnog minder groot. Ten dele komt dit doordat voor het toegangsbewijs, de CIZ-indicatie, een overgangsrecht van 5 jaar geldt. Mogelijke problemen bij de verblijfsduur worden zo vaak nog een tijdje vooruitgeschoven.

In tegenstelling met de jeugdzorg zijn er weinig psychiaters met een heel uitgesproken expertise van de populatie die voor beschermd wonen in aanmerking komt. Heeft tot gevolg dat er ook minder kritiek uit psychiatrische hoek komt op hoe de decentralisatie nu verloopt.

De 43 centrumgemeenten proberen heel serieus met een grote inspanning expertise over beschermd wonen op te bouwen.

Iedere gemeente doet dit op zijn geheel eigen manier en inmiddels zijn er tientallen dikke rapporten verschenen. De inhoud en strekking verschillen enorm. Voorbeeld uit mijn omgeving: Amsterdam heeft een 70 blz. dik rapport geschreven over de richting die ze met het beschermd wonen op willen. De komende jaren een beperkte afbouw is hun doelstelling. Mijn woongemeente Haarlem daarentegen wil binnen afzienbare tijd beschermd wonen met maar liefst 50 % afbouwen (uitspraak van de verantwoordelijk wethouder Jur Botter in het Haarlems Dagblad van 9 nov. j.l.).


Reageer!


sluit venster