U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > actueel
  3.  > Weblog
Wat houdt mij bezig?
Weblog van Ypsilonvoorzitter Jan Zandijk

Dagje meelopen

Ik vind dat ik als voorzitter van Ypsilon moet weten wat er in de praktijk van de GGz aan de orde is. Dat kan ik het beste te weten komen door die praktijk mee te maken. Ik accepteerde daarom graag de uitnodiging om een dag mee te lopen met een sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV), die het werken-met-families in zijn DNA heeft zitten.

Vorige week was het zo ver. Uiteraard bleef ik in alle gesprekken met patiënten en hun naasten op de achtergrond. Maar het verbaasde me toch dat niemand problemen  had met mijn aanwezigheid. Kwam dat omdat ze hun SPV volledig vertrouwen?

De dag begint met het bespreken van de cliënten in het FACT-team. Ze staan allemaal vermeld op een digitaal bord. Hoe gaat het met ze? Welke steun hebben ze nodig? Wie van ons is er geweest? Nog specifieke aandachtspunten?

Daarna een bespreking in een GGz-instelling. Aanwezig: de patiënt (net weer opgenomen), zijn moeder en zus, vier hulpverleners (of zijn het er vijf?) onder wie SPV en psychiater. Moet er een RM komen als stok achter de deur? De patiënt vindt van niet, loopt boos en verdrietig weg en komt even later terug. De moeder en zus vinden van wel. Ze spreken dat echter niet uit en worden nauwelijks in het gesprek betrokken. Hun lichaamstaal spreekt boekdelen, maar dat wordt niet opgemerkt. Er is iemand bij die alsmaar iets opschrijft, en tijdens het gesprek ineens tegen de patiënt zegt: ‘Ik wil je graag de komende tijd twee keer per week zien. Is dat oké?’ Waarop deze adequaat reageert met: ‘Mag ik vragen, wie bent u eigenlijk?’

De volgende patiënt is een ‘bipolaire’, zoals hij zichzelf noemt. Een vertegenwoordiger van de woningbouwvereniging is aanwezig bij dit bezoek. De patiënt vertelt goed te zijn met computers. Hij had in het verleden slecht voor zijn flatje gezorgd. Het was er een puinzooi, vies en smerig. Het gaat nu veel beter. Ook bij onaangekondigd huisbezoek. Alles is opgeruimd, redelijk schoon. Iedereen blij. Hij heeft dagbesteding. Nog wel. Ter plekke wordt afgesproken dat hij in zijn flat mag blijven wonen. De ambulante begeleiding blijft.

We gaan naar een ‘engel’ (‘Ik ben een engel en ‘ik’ besta niet meer’). Zijn moeder is er ook bij, heeft de sleutel van de voordeur. Zij is ten einde raad: ‘Er moet iets gebeuren!’ huilt ze. ‘Hij heeft ook diabetes. Ik kan het niet meer dragen!’ We bellen aan. Tevergeefs. Dan opent moeder  met bange voorgevoelens de voordeur. Gelukkig, de hond komt kwispelend aanlopen, dus hij is er ook. Binnen blijkt dat hij te veel heeft gedronken en daarmee doorgaat. Twee volle limonadeglazen met rosé in een kwartier. Ik raak met hem in gesprek over de kunstwerken die aan de muur hangen. Een paar zijn prachtig. ‘Die heb ik gemaakt tijdens mijn psychotische periode’, zegt hij. Duidelijk is dat hij opgenomen moet worden. Na tijdrovend heen-en-weer-getelefoneer met instellingen om noodbedden, blijkt dat nergens plek is. ‘Dan maar in het weekend twee keer op bezoek gaan. Dat is het minste dat we kunnen doen’, zegt de SPV.

We gaan naar iemand die medicijnen moet krijgen. Ze is bij haar moeder. ‘Hoe zeker ben jij dat het in het weekend goed zal gaan met het innemen van je medicijnen?’ vraagt de SPV. Het antwoord: ‘90 procent.’ ‘Zal ik ze dan maar aan je moeder geven?’ Na aarzeling: ‘Nee, geef ze maar aan mij.’ De SPV volgt de mens voor wie de medicijnen zijn. Intuïtie?

Op kantoor praten we met ouders die hun zorgen met de SPV delen. Dat vinden ze fijn, dat hebben ze nodig. Het zijn mensen van goud. Zij is geëmotioneerd, praat honderduit, hij heeft meer afstand, houdt zijn gevoelens in bedwang? Telkens als er iets met hun volwassen kind is draven ze op, doen wat ze moeten doen, maar het is zo zwaar. Na drie kwartier zie ik ze beneden in de auto stappen.

Ook praten we met een moeder die zonder haar man komt. Die vindt dat er niets aan de hand is met hun kind. Terwijl er van alles aan de hand is. Zij ervaart veel steun uit een gespreksgroep met familieleden die onder begeleiding staat van de SPV.

Als ik aan het einde van de dag naar huis rij is mijn hoofd vol van de ervaringen van vandaag. En ook van herinneringen aan hoe het - al weer jaren geleden - voor mijn broer en mijn ouders was. Wat een veelbewogen dag! Wat goed dat de SPV’er telkens weer schakelde, hoe hij zichzelf bij ieder contact 'afstemde' op wat voor zijn gesprekspartners aan de orde was. En dat vele keren op een dag!


Reageer!


sluit venster