U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > actueel
  3.  > Weblog
Politieke ontwikkelingen
Hein Koger beschrijft de gevolgen van de politieke ontwikkelingen voor Ypsilon.

Onzorgvuldige aanfluiting

Eind november toonde ik me nog verrast dat de vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) besloot de decentralisatie van beschermd wonen naar de gemeenten stil te leggen. De reden voor dit stilleggen bleek dat de Wmo-uitgaven voor beschermd wonen niet kónden kloppen. Volgens door het CBS verzamelde gegevens wonen er in bijvoorbeeld de centrumgemeente Amsterdam 0,3 mensen per 1000 inwoners in een beschermde woonvorm en in Apeldoorn 3,8. Twaalf keer zoveel. Deze onverklaarbare en onthutsend grote verschillen bestaan er tussen alle 42 centrumgemeenten van Nederland. Deze onbetrouwbare getallen zouden de door de commissie Dannenberg beoogde afbouw van bedden moeten bepalen. De VNG heeft de decentralisatie stilgelegd en er is nieuw onderzoek gestart om de echte cijfers boven water te halen. Dat het CBS zo in de fout is gegaan is niet verwonderlijk. Over beschermd wonen in de ggz is moeilijk overzicht te krijgen. Onder de koepelorganisatie RIBW-alliantie  valt maar een deel van beschermd wonen, 22 RIBW's. Honderden andere aanbieders zijn nergens bij aangesloten en gaan grotendeels hun eigen gang. Er speelt ook mee dat vanaf 2015 beschermd wonen niet meer door de twee centraal geleide organisaties, Inspectie Gezondheidszorg en  het CIZ, gecontroleerd wordt.
De gegevens over het aantal bedden hadden natuurlijk bekend moeten zijn vóórdat de overheid in 2014 de beslissing tot decentralisering nam. Het is een aanfluiting dat de overheid zo onzorgvuldig met deze kwetsbare doelgroep omgaat.
Staatssecretaris Blokhuis kondigde in januari 2018 aan dat hij in samenspraak met de RIBW-alliantie tot een overall toekomstplan voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang wil komen. Dit loopt gerede kans te mislukken omdat de meerderheid van de aanbieders niet onder een koepel valt.
De denkrichting van Dannenberg lijkt, ondanks dit gebrek aan onderbouwing, nog steeds omarmd te worden. Blokhuis deelde dit eind december in een brief aan de tweede kamer mede.

Dannenberg gaat er vanuit dat de instroom beperkt kan worden door mensen thuis te behandelen. De uitstroom naar een zelfstandige woning wordt  bevorderd door mensen te helpen hun eigen regie en kracht te versterken. Er heerst onder hervormers een flink vertrouwen in de mogelijkheid tot herstel.

De plannen tot afbouw van bedden dateren al van 2012, maar ieder jaar meldt het Trimbos-intituut: het lukt bij de klinieken, maar mondjesmaat bij beschermd wonen. Een knelpunt is de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor uitstromers. En de enorme verschillen per regio.
Proeftuinen zijn er te over en elke centrumgemeente  heeft zijn eigen totaal unieke visie beschreven. Concrete plannen ontbreken veelal.
In de proeftuinen gaat iedereen er vanuit dat de wijk een rol bij de ambulantisering  gaat spelen. In de regiogemeente Utrecht experimenteert men met een team in elke wijk. Met professionele ggz-kennis, een psychiater en een psycholoog, vergelijkbaar dus met de bemanning van een FACT-team, zo'n 14 man totaal. Men stuit echter op het probleem van de financiering. Wil je dit in elke wijk van elke gemeente doen, dan kom je op meer dan 1000 ‘ggz-in de wijk-teams’ uit, onbetaalbaar lijkt me. Die via drie verschillende bronnen gefinancierd worden, Zvw, Wmo en Wlz.
Andere proeftuinprojecten zijn Weer Thuis, Weer thuis in de Wijk en Platform 31. Deze acties lijken nog weinig concreets op te leveren. Om een decentralisatie bij beschermd wonen te laten slagen zal je toch eerst een doorzettingsmacht moeten creëren die de uitgangssituatie in kaart brengt. Er zijn al meerdere commerciële adviesbureaus, zoals Movisie, Andersson en APE aan het werk gezet maar de resultaten geven weinig aanknopingspunten hoe het nu verder moet.

Als psychiatrisch patiënt die beschermd wonen nodig heeft om een zo volwaardig mogelijk leven te kunnen leiden ben je waarschijnlijk in Zeeland het beste af. Met Vlissingen als centrumgemeente, die alle twaalf Zeeuwse gemeenten aanstuurt, is men daar  ambitieus met beschermd wonen bezig. (Zie pagina ..)
Waarom kan het daar wel? In Zeeland is Zeeuwse Gronden actief, indertijd opgericht door Ypsilon Zeeland. De bevlogen bestuurder, Jan van Blarikom, is de motor achter de woonvoorzieningen. Hij was in 2010 vrijwel de enige ggz-bestuurder die openlijk kanttekeningen zette bij opvatting dat Nederland ggz-beddenkampioen van Europa was, wat uiteindelijk tot de beddenafbouw leidde.
Daarnaast komt het Zeeland misschien wel goed uit dat Vlissingen, in tegenstelling tot andere centrumgemeenten, aan het CBS geen opgave levert van het aantal bedden beschermd wonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onzorgvuldige aanfluiting

 

Eind november toonde ik me nog verrast dat de vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) besloot de decentralisatie van beschermd wonen naar de gemeenten stil te leggen. De reden voor dit stilleggen bleek dat de Wmo-uitgaven voor beschermd wonen niet kónden kloppen. Volgens door het CBS verzamelde gegevens wonen er in bijvoorbeeld de centrumgemeente Amsterdam 0,3 mensen per 1000 inwoners in een beschermde woonvorm en in Apeldoorn 3,8. Twaalf keer zoveel. Deze onverklaarbare en onthutsend grote verschillen bestaan er tussen alle 42 centrumgemeenten van Nederland. Deze onbetrouwbare getallen zouden de door de commissie Dannenberg beoogde afbouw van bedden moeten bepalen. De VNG heeft de decentralisatie stilgelegd en er is nieuw onderzoek gestart om de echte cijfers boven water te halen. Dat het CBS zo in de fout is gegaan is niet verwonderlijk. Over beschermd wonen in de ggz is moeilijk overzicht te krijgen. Onder de koepelorganisatie RIBW-alliantie  valt maar een deel van beschermd wonen, 22 RIBW's. Honderden andere aanbieders zijn nergens bij aangesloten en gaan grotendeels hun eigen gang. Er speelt ook mee dat vanaf 2015 beschermd wonen niet meer door de twee centraal geleide organisaties, Inspectie Gezondheidszorg en  het CIZ, gecontroleerd wordt.

De gegevens over het aantal bedden hadden natuurlijk bekend moeten zijn vóórdat de overheid in 2014 de beslissing tot decentralisering nam. Het is een aanfluiting dat de overheid zo onzorgvuldig met deze kwetsbare doelgroep omgaat.

Staatssecretaris Blokhuis kondigde in januari 2018 aan dat hij in samenspraak met de RIBW-alliantie tot een overall toekomstplan voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang wil komen. Dit loopt gerede kans te mislukken omdat de meerderheid van de aanbieders niet onder een koepel valt.

De denkrichting van Dannenberg lijkt, ondanks dit gebrek aan onderbouwing, nog steeds omarmd te worden. Blokhuis deelde dit eind december in een brief aan de tweede kamer mede.

 

Dannenberg gaat er vanuit dat de instroom beperkt kan worden door mensen thuis te behandelen. De uitstroom naar een zelfstandige woning wordt  bevorderd door mensen te helpen hun eigen regie en kracht te versterken. Er heerst onder hervormers een flink vertrouwen in de mogelijkheid tot herstel.

 

De plannen tot afbouw van bedden dateren al van 2012, maar ieder jaar meldt het Trimbos-intituut: het lukt bij de klinieken, maar mondjesmaat bij beschermd wonen. Een knelpunt is de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor uitstromers. En de enorme verschillen per regio.

Proeftuinen zijn er te over en elke centrumgemeente  heeft zijn eigen totaal unieke visie beschreven. Concrete plannen ontbreken veelal.

In de proeftuinen gaat iedereen er vanuit dat de wijk een rol bij de ambulantisering  gaat spelen. In de regiogemeente Utrecht experimenteert men met een team in elke wijk. Met professionele ggz-kennis, een psychiater en een psycholoog, vergelijkbaar dus met de bemanning van een FACT-team, zo'n 14 man totaal. Men stuit echter op het probleem van de financiering. Wil je dit in elke wijk van elke gemeente doen, dan kom je op meer dan 1000 ‘ggz-in de wijk-teams’ uit, onbetaalbaar lijkt me. Die via drie verschillende bronnen gefinancierd worden, Zvw, Wmo en Wlz.

Andere proeftuinprojecten zijn Weer Thuis, Weer thuis in de Wijk en Platform 31. Deze acties lijken nog weinig concreets op te leveren. Om een decentralisatie bij beschermd wonen te laten slagen zal je toch eerst een doorzettingsmacht moeten creëren die de uitgangssituatie in kaart brengt. Er zijn al meerdere commerciële adviesbureaus, zoals Movisie, Andersson en APE aan het werk gezet maar de resultaten geven weinig aanknopingspunten hoe het nu verder moet.

 

Als psychiatrisch patiënt die beschermd wonen nodig heeft om een zo volwaardig mogelijk leven te kunnen leiden ben je waarschijnlijk in Zeeland het beste af. Met Vlissingen als centrumgemeente, die alle twaalf Zeeuwse gemeenten aanstuurt, is men daar  ambitieus met beschermd wonen bezig. (Zie pagina ..)

Waarom kan het daar wel? In Zeeland is Zeeuwse Gronden actief, indertijd opgericht door Ypsilon Zeeland. De bevlogen bestuurder, Jan van Blarikom, is de motor achter de woonvoorzieningen. Hij was in 2010 vrijwel de enige ggz-bestuurder die openlijk kanttekeningen zette bij opvatting dat Nederland ggz-beddenkampioen van Europa was, wat uiteindelijk tot de beddenafbouw leidde.

Daarnaast komt het Zeeland misschien wel goed uit dat Vlissingen, in tegenstelling tot andere centrumgemeenten, aan het CBS geen opgave levert van het aantal bedden beschermd wonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onzorgvuldige aanfluiting

 

Eind november toonde ik me nog verrast dat de vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) besloot de decentralisatie van beschermd wonen naar de gemeenten stil te leggen. De reden voor dit stilleggen bleek dat de Wmo-uitgaven voor beschermd wonen niet kónden kloppen. Volgens door het CBS verzamelde gegevens wonen er in bijvoorbeeld de centrumgemeente Amsterdam 0,3 mensen per 1000 inwoners in een beschermde woonvorm en in Apeldoorn 3,8. Twaalf keer zoveel. Deze onverklaarbare en onthutsend grote verschillen bestaan er tussen alle 42 centrumgemeenten van Nederland. Deze onbetrouwbare getallen zouden de door de commissie Dannenberg beoogde afbouw van bedden moeten bepalen. De VNG heeft de decentralisatie stilgelegd en er is nieuw onderzoek gestart om de echte cijfers boven water te halen. Dat het CBS zo in de fout is gegaan is niet verwonderlijk. Over beschermd wonen in de ggz is moeilijk overzicht te krijgen. Onder de koepelorganisatie RIBW-alliantie  valt maar een deel van beschermd wonen, 22 RIBW's. Honderden andere aanbieders zijn nergens bij aangesloten en gaan grotendeels hun eigen gang. Er speelt ook mee dat vanaf 2015 beschermd wonen niet meer door de twee centraal geleide organisaties, Inspectie Gezondheidszorg en  het CIZ, gecontroleerd wordt.

De gegevens over het aantal bedden hadden natuurlijk bekend moeten zijn vóórdat de overheid in 2014 de beslissing tot decentralisering nam. Het is een aanfluiting dat de overheid zo onzorgvuldig met deze kwetsbare doelgroep omgaat.

Staatssecretaris Blokhuis kondigde in januari 2018 aan dat hij in samenspraak met de RIBW-alliantie tot een overall toekomstplan voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang wil komen. Dit loopt gerede kans te mislukken omdat de meerderheid van de aanbieders niet onder een koepel valt.

De denkrichting van Dannenberg lijkt, ondanks dit gebrek aan onderbouwing, nog steeds omarmd te worden. Blokhuis deelde dit eind december in een brief aan de tweede kamer mede.

 

Dannenberg gaat er vanuit dat de instroom beperkt kan worden door mensen thuis te behandelen. De uitstroom naar een zelfstandige woning wordt  bevorderd door mensen te helpen hun eigen regie en kracht te versterken. Er heerst onder hervormers een flink vertrouwen in de mogelijkheid tot herstel.

 

De plannen tot afbouw van bedden dateren al van 2012, maar ieder jaar meldt het Trimbos-intituut: het lukt bij de klinieken, maar mondjesmaat bij beschermd wonen. Een knelpunt is de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor uitstromers. En de enorme verschillen per regio.

Proeftuinen zijn er te over en elke centrumgemeente  heeft zijn eigen totaal unieke visie beschreven. Concrete plannen ontbreken veelal.

In de proeftuinen gaat iedereen er vanuit dat de wijk een rol bij de ambulantisering  gaat spelen. In de regiogemeente Utrecht experimenteert men met een team in elke wijk. Met professionele ggz-kennis, een psychiater en een psycholoog, vergelijkbaar dus met de bemanning van een FACT-team, zo'n 14 man totaal. Men stuit echter op het probleem van de financiering. Wil je dit in elke wijk van elke gemeente doen, dan kom je op meer dan 1000 ‘ggz-in de wijk-teams’ uit, onbetaalbaar lijkt me. Die via drie verschillende bronnen gefinancierd worden, Zvw, Wmo en Wlz.

Andere proeftuinprojecten zijn Weer Thuis, Weer thuis in de Wijk en Platform 31. Deze acties lijken nog weinig concreets op te leveren. Om een decentralisatie bij beschermd wonen te laten slagen zal je toch eerst een doorzettingsmacht moeten creëren die de uitgangssituatie in kaart brengt. Er zijn al meerdere commerciële adviesbureaus, zoals Movisie, Andersson en APE aan het werk gezet maar de resultaten geven weinig aanknopingspunten hoe het nu verder moet.

 

Als psychiatrisch patiënt die beschermd wonen nodig heeft om een zo volwaardig mogelijk leven te kunnen leiden ben je waarschijnlijk in Zeeland het beste af. Met Vlissingen als centrumgemeente, die alle twaalf Zeeuwse gemeenten aanstuurt, is men daar  ambitieus met beschermd wonen bezig. (Zie pagina ..)

Waarom kan het daar wel? In Zeeland is Zeeuwse Gronden actief, indertijd opgericht door Ypsilon Zeeland. De bevlogen bestuurder, Jan van Blarikom, is de motor achter de woonvoorzieningen. Hij was in 2010 vrijwel de enige ggz-bestuurder die openlijk kanttekeningen zette bij opvatting dat Nederland ggz-beddenkampioen van Europa was, wat uiteindelijk tot de beddenafbouw leidde.

Daarnaast komt het Zeeland misschien wel goed uit dat Vlissingen, in tegenstelling tot andere centrumgemeenten, aan het CBS geen opgave levert van het aantal bedden beschermd wonen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Reageer!


sluit venster