U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > actueel
  3.  > Weblog
Politieke ontwikkelingen
Hein Koger beschrijft de gevolgen van de politieke ontwikkelingen voor Ypsilon.

Kritiek op Dannenberg

Sinds 2015 is de organisatie van het beschermd wonen veranderd en loopt de financiering via de WMO. Van de 390 gemeenten in Nederland kregen de 43 grootste, de centrumgemeenten,  de taak om de organisatie op zich te nemen. Vanaf het begin liep de decentralisatie niet soepel en de vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) besloot dat er eerst maar eens een goed onderbouwd plan voor verbetering moest komen. Van augustus tot november 2015 deden vijf onderzoekers onder leiding van Erik Dannenberg onderzoek naar de beste toekomst van beschermd wonen. Op 11 november presenteerde de commissie Dannenberg haar bevindingen en adviezen via het lijvige rapport ‘Van beschermd wonen naar een beschermd thuis’. In drie maanden tijd hadden ze een indrukwekkende hoeveelheid zaken geanalyseerd en adviezen geformuleerd. De reacties op het rapport waren behoorlijk positief. Zo betitelde het landelijk Platform GGz het rapport als een ‘lonkend perspectief’. Het LPGGz organiseerde een zestal goed bezochte bijeenkomsten waarin Dannenberg de gelegenheid kreeg zijn ideeën uitvoerig toe te lichten.

Inhoudelijke kritiek vanuit andere invalshoeken kwam er aanvankelijk niet. Daarvoor is de materie te omvangrijk en te complex. Eind april verscheen een kritische reactie vanuit de RIBW Alliantie, GGZ Nederland en de Federatie Opvang. Hun opvattingen verschillen sterk met die van de commissie Dannenberg  over de gewenste mate van decentralisatie, het samengaan met de maatschappelijke opvang en de toegang tot de Wlz.

Dannenberg wil, na een overgangsperiode, alle gemeenten in Nederland met de organisatie van beschermd wonen belasten. De Alliantie, GGZ-N en Federatie zijn hier op tegen. Het zou veel te duur worden.

Het in één organisatie onderbrengen van beschermd wonen en maatschappelijke opvang vinden ze ook geen goed idee. Mensen in de maatschappelijke opvang blijven daar gemiddeld veel korter en hebben een heel andere zorgvraag dan mensen in een beschermde woonvorm.
Dannenberg verwacht dat door meer en betere herstelmogelijkheden er maar weinig mensen in beschermd wonen vanuit de Wmo naar de wet langdurige zorg (Wlz) zullen verhuizen. De critici delen dit optimisme niet..
In feite is eigenlijk het hele gedachtegoed van Dannenberg min of meer op losse schroeven komen te staan door de kritiek van de drie organisaties.

Participatiewet

Ook de nieuwe participatiewet is in 2015 in werking getreden. Met deze wet probeert de overheid mensen die tot 1 januari 2015 onder de Wajong vielen - totaal 250.000, instroom: 15.000 per jaar - meer te laten participeren. Verreweg grootste verandering vond echter plaats bij de instroom vanáf 1 januari 2015. Door veel strengere toegangscriteria is die gedaald naar 3000. Alleen nieuw aangemelde jongeren die duurzaam geen enkele mogelijkheid tot betaalde arbeid hebben, komen voortaan nog in de Wajong. De 12.000 die geen toegang tot de Wajong kregen stroomden de participatiewet in. Zij komen onder de hoede van de gemeenten die voor hun uitkering zorgen (met veel slechtere voorwaarden dan die van de Wajong) en  die hen aan het werk proberen te krijgen.

In de sociale werkvoorziening is de instroom per 1 januari 2015 volledig stopgezet.  Gemeenten kunnen daar niet meer terecht om de aan hun toegewezen jongeren  met een arbeidsbeperking aan werk te helpen. De centrale overheid probeert de gemeenten te bewegen om zelf een vorm van beschut werk voor deze doelgroep uit de participatiewet te organiseren. Tot nu toe met bitter weinig succes. Er zijn er maar paar honderd beschutte werkplekken gerealiseerd terwijl het streefgetal 3000 was.

70 of 75

Een andere nog op te lossen kwestie vormen de 250.000 Wajongers die voor 2015 instroomden. Na politieke strubbelingen heeft men via het sociaal akkoord het volgende compromis bereikt:

1. de hele populatie blijft in de Wajong onder de hoede van het UWV

2. wie duurzaam arbeidsongeschikt is houdt zijn uitkering van 75 procent van het minimumloon.

3. de uitkering van wie nog enige betaalde arbeid zou kunnen verrichten wordt per 1 januari 2018 verlaagd naar 70 procent van het minimumloon.

Met dit compromis ontstond er een probleem voor de keuringsartsen van het UWV. Het is vrijwel onmogelijk om de tweedeling tussen wel of geen arbeidsvermogen te maken. Er is dan ook besloten de herkeuring te laten vervallen en de beslissing om de uitkering te verlagen op andere gronden te nemen. Welke gronden dat zijn is onbekend. Er  wordt gezegd dat ze goed naar het dossier kijken. Ik ken iemand aan wie het UWV vroeg of er een indicatie van het CIZ voor dagbesteding bestond. Omdat die er was, bleef de uitkering 75 procent.

Heeft u andere ervaringen? Ik hoor ze graag.


Reageer!


sluit venster