U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > actueel
  3.  > Weblog
Wat houdt mij bezig?
Weblog van Ypsilonvoorzitter Jan Zandijk

‘Als het mijn kind was, zou ik hem hier weghalen!’

Verpleegkundigen en SPV-ers, hulpverleners op de werkvloer, zijn de kurk waarop de zorg drijft. Zíj werken met de patiënt en met zijn familie. Zij verlenen zorg.
Bestuurders, wetenschappers, ‘toonaangevende’ psychiaters, en ook ambtenaren, politici en financiers zijn ook kurken, maar dan ter ondersteuning van de uitvoerende werkers. Althans, dat zouden ze moeten zijn. Zij bepalen het systeem waarin goede, menslievende zorg moet kunnen gedijen. Maar zij meten zich een toonaangevender rol toe.

“Als het mijn kind was zou ik het weghalen uit de kliniek. Hij hoort hier niet!”, zei een begeleider van Martijn op 20 april jl. in de Zembla-uitzending ‘Martijn wil een huis met een tuintje’. De moeder van Martijn had bij Zembla aan de bel getrokken. Ik vraag: waarom schreeuwt deze begeleider dat niet van de daken? Dat het onmenselijk, moreel verwerpelijk en eigenlijk schandalig is wat Martijn overkomt. Waarom pakt hij zijn bestuurder niet bij de schouders, kijkt hem recht in de ogen en zegt dat-ie zo zijn werk niet goed kan doen? En dat ‘u, meneer bestuurder, daar eindverantwoordelijk voor bent’.

Aan Martijn, opgenomen in een kliniek vanwege autisme en verslaving, wordt gevraagd: 'Wat doe jij in de kliniek?” Hij antwoordt: “Koffie drinken, achter de computer zitten, roken!” En ook: “Ieder gesprek met de psychiater is hetzelfde. Daarom wil ik daar mee stoppen.”
Hij zegt niet: ‘Ik heb contact met mijn medebewoners en de dagelijkse begeleiders. Is wel moeilijk hoor! Gelukkig zijn er goede hulpverleners die aandacht voor mij hebben. Die mij willen begrijpen. Maar ja, als ik in een psychose zit ben ik natuurlijk niet de gemakkelijkste!’

Een bestuurder zegt in dezelfde Zembla-uitzending: “Iedereen zit met de handen in het haar. Maatwerk kunnen we niet goed bieden, dus we doen patiënten tekort. Dat is de consequentie daar van”. Maar doet hij er iets aan? Wat zou deze bestuurder doen als zijn eigen kind in zijn eigen instelling zou verblijven?

In het Model kwaliteitsstatuut GGZ dat van kracht wordt op 01-01-2017 (www.zorginzicht.nl) staat het volgende: “De zorgaanbieder richt de zorg zodanig in dat de patiënt/cliënt in staat wordt gesteld zelf maximaal regie te voeren over de behandeling, ook binnen de kaders van gedwongen zorg. Gezamenlijke besluitvorming door de patiënt/cliënt en professional over de behandeling en de wijze waarop samenwerking met en ondersteuning van familie en/of naasten wordt ingevuld, is hiervoor een essentiële voorwaarde.”

Mooie woorden, ‘winst’ ook voor familie en/of naasten. Maar wat moet er gebeuren voordat professionals, verpleegkundigen of bestuurders, die het oneens zijn met het systeem waarin zij werken zelf hun mond opentrekken om misstanden zoals hierboven beschreven aan de kaak te stellen? Waarom doen ze dat niet? De aanzet tot verandering hoeft toch niet ‘alleen maar’ van patiënten, hun naasten en toonaangevende psychiaters afkomstig te zijn?

1 reactie

Aad Cense
Op 07-05-2016 16:35
Maar even voorbij gaande aan de verschraling t.g.v. bezuinigingsrondes, vragen de volledig terecht gewenst veranderingen meer dan goede wil en een open houding t.o.v. familie:

Het opzetten van een zinvol behandelprogramma en een behandelafdeling die zo is vormgegeven dat hij herstel ondersteunt vraagt een ziekte- en behandelconcept dat inzicht en houvast biedt rond de vraag 'wat en wie wat doen bij wie en waarom, wanneer en in welke logische samenhang'.
De kennis daarover is m.n. terug te vinden in de hoek van klinische psychotherapie / milieutherapie en de verpleegkundige uitwerking in sociotherapie, maar is de laatste decennia gemarginaliseerd door o.a. de dominantie van de biologische psychiatrie en het adagium "opname is in principe slecht en vindt slechts bij dwingende noodzaak plaats, en alles behalve crisisbeheersing ambulantiseren we".

Niet alles van die beweging was slecht natuurlijk; maar het verlies van een positieve kijk op opnames en/of andere intensieve multidisciplinaire behandelsystemen wel. Zoals we, als vanzelfsprekend, een gebroken been een tijdelijke passende omgeving bieden die het herstel ondersteunt, moeten met dezelfde vanzelfsprekendheid professioneel en niet ideologisch een gebroken geest de meest helpende voorwaarden geboden worden. En soms kan dat betekenen dat je 'het echte leven' gedoseerd en in therapeutische vorm de instelling binnenhaalt i.p.v. de patiënt 'buiten' te houden en de instelling een kale noodparkeerplaats te maken.
Die verandering vraagt o.a. her-aanpassing van het opleidingscurriculum van psychiaters; in mijn ogen althans de discipline die breed opgeleid hoort te zijn, en daarmee in staat vormgeving en samenhang van behandelsystemen te bewaken. Psychiaters die zich tot pillendokter hebben laten reduceren of psychologen die hun CGT protocollen afhandelen hebben een te smalle basis.


Reageer!


sluit venster