U bent hier:
  1. Extra pagina's
  2.  > zorg en herstel
  3.  > YN-publicaties over wonen
  4.  > Wonen in de RIBW YN 5 - 2006
 Bron: YN 5 - 2006

Wonen moet zo! Wonen in de RIBW

<< Portret van RIBW-bewoonster Corrie, gemaakt als protest tegen de bezuinigingen in de GGZ...

Wie heeft de regie, nu en later?

 
Steeds vaker nemen ouders zelf het initiatief tot het realiseren van een woonvoorziening voor hun psychiatrisch zieke kinderen. Blijkbaar voldoet het bestaande aanbod niet. Hein Koger, wiens zoon in een RIBW woont, vertelt over het aanbod van woonvoorzieningen van de RIBW in zijn regio, Kennemerland, en ook waarom hij voor zijn zoon, gegeven de omstandigheden, bewust kiest voor een plek in een RIBW.

De KAM

In onze regio werkt RIBW KAM (Kennemerland Amstel en de Meerlanden) in een verzorgingsgebied met zo’n 600.000 inwoners. De centrumgemeente is Haarlem. KAM biedt aan 400 mensen een beschermde woonplek en daarnaast krijgen zo’n kleine 300 mensen ambulante woonbegeleiding. Over het gehele verzorgingsgebied verspreid bevinden zich op 14 locaties woonvormen, met gemiddeld 25 bewoners. Het totale aantal locaties is hoger omdat hier niet de zogeheten ‘satellietwoningen’ zijn meegeteld. Een satellietwoning is een aparte woning, meestal op korte afstand van de woonvorm, waar een paar mensen wonen die iets meer zelfstandigheid aankunnen maar (nog) niet de stap naar begeleid zelfstandig wonen kunnen maken.
Er werken bijna 300 mensen bij de RIBW KAM.
Tussen de woonvormen zitten nogal wat verschillen. Zo is er een woonvorm speciaal voor Korsakov-patiënten en een voor mensen met autisme. Daarnaast is er een woonvorm speciaal voor ouderen en ook nog een voor ouderen met zowel somatische als psychische klachten.
Een betrekkelijk nieuw werkterrein voor de RIBW KAM is de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ). De bewoners van een tweetal sociale pensions in Haarlem krijgen vanaf dit jaar ambulante woonbegeleiding van de RIBW. Een nog in de experimenteerfase verkerend project is een nieuwe opvang voor dak- en thuislozen. Op het terrein van het psychiatrisch ziekenhuis Vogelenzang zijn sinds vorige zomer in een leegstaand en voor de sloop bestemd gebouw 25 voormalig dak- en thuislozen gehuisvest.
Het initiatief is door particulieren genomen, enkele vrijwilligers van het Dak- en Thuislozen Verbond. Het project heet Wonen in Zelfbeheer Zonder Zorgen (WIZZZ). De bedoeling is dat er een doorstroming op gang komt, een instroom van zorgwekkende zorgmijders en na niet al te lange tijd een uitstroom naar een andere vorm van wonen. - Wellicht komen er huisjes van de Stichting huisjes? Er is genoeg braakliggend terrein op Vogelenzang! - De KAM heeft het WIZZZ project nu grotendeels van de vrijwilligers overgenomen en het wordt voorlopig via het zorgvernieuwingsfonds van de GGZ gefinancierd.   

Wonen in Meerwijk

Een van de woonvormen van de KAM is Meerwijk. Meerwijk is 12 jaar geleden gebouwd. Het complex bestaat uit zes huizen voor 30 mensen. Elke bewoner beschikt over een kleine zitslaapkamer en de meesten hebben een eigen douche, sommigen moeten die delen. De bewoners koken bij toerbeurt in een open keuken en in de grote woonkamer wordt gezamenlijk gegeten. Dit woonconcept van 12 jaar geleden op basis van uitsluitend groepswonen past niet meer bij de inzichten van tegenwoordig. In sommige woonvormen van de KAM heeft men via een verbouwing al een switch gemaakt van groepswonen naar meer individueel wonen. Nu is men in Meerwijk ook gaan zoeken naar mogelijkheden om andere vormen van wonen aan te bieden. Dit zoeken heeft wel een beetje lang geduurd, meer dan drie jaar! Alle bewoners werd naar hun wensen gevraagd en ze werden ook wel van de plannen op de hoogte gehouden maar doordat die nogal eens wijzigden was er veel onzekerheid onder de bewoners. Begin dit jaar kwam zelfs het bericht dat het grootste deel van de plannen niet door kon gaan. Dit is gelukkig allemaal weer herroepen en inmiddels ligt er dan een plan van aanpak klaar. Op betrekkelijk korte afstand van Meerwijk komt in een bestaand flatgebouw een hele galerij met zes appartementen beschikbaar. Het worden behoorlijk complete en volwaardige woningen, ieder met een eigen voordeur. Een zevende appartement is voor gemeenschappelijke zaken en de woonbegeleiding. Het geheel blijft wel onder de noemer ‘beschermd wonen’ vallen waardoor alles door de AWBZ gefinancierd blijft. Voor mensen van Meerwijk die de zelfstandigheid die nodig is voor deze vorm van wonen aankunnen, zal het een flinke vooruitgang betekenen, eerst alleen een klein zit/slaapkamertje en nu een vrijwel volwaardige woning terwijl ze er niets méér voor hoeven te betalen.
Het complex Meerwijk zelf wordt ook verbouwd, bij drie van de zes huizen wordt het concept groepswonen losgelaten en verdwijnt de grote gezamenlijke woonkamer en keuken. Van zes bewoners per huis gaat men terug naar vier. Elke bewoner uit de drie huizen die verbouwd worden krijgt meer eigen woonruimte tot zijn beschikking en er blijft minder ruimte over voor gemeenschappelijke zaken. Voor deze vorm van wonen is wel wat meer zelfredzaamheid en zelfstandigheid vereist, maar toch lang niet zo veel als voor de satellietappartementen.
Mijn eigen zoon hoopt in aanmerking te komen voor een van de nieuwe wooneenheden in Meerwijk zelf. Een satellietappartement is minder geschikt voor hem.
Voor heel Meerwijk wordt de specifieke psychiatrische zorg door de GGZ-instelling De Geestgronden geleverd via het Team Integrale Zorg (TIZ). Een SPV komt regelmatig bij de bewoner op bezoek en regelt onder andere de medicatie. Twee keer per jaar is er een gezamenlijke bespreking van de bewoner met de psychiater, de woonbegeleider van de RIBW, de SPV en zo mogelijk de familie.

Doorstroming

Het valt op dat er een flinke doorstroming in zo’n woonvorm als Meerwijk is. In de 12 jaar dat mijn zoon hier woont heb ik heel wat - vooral jonge - mensen zien komen en gaan. Veelal vertrekken ze na een verblijf van een paar jaar in de beschermde woonvorm naar ambulant begeleid wonen en soms vervolgens zelfs naar geheel of nagenoeg geheel zelfstandig wonen. Deze doorstroming wordt beperkt door het aanbod aan geschikte en betaalbare woningen. Voor mijn zoon is zo’n doorstroming niet geschikt en is wonen in een echt beschermende omgeving de enige mogelijkheid.

Regie

Mijn zoon heeft nooit op een wachtlijst gestaan voor de RIBW. Hij had het geluk dat toen hij twaalf jaar geleden aan beschermd wonen toe was Meerwijk net werd gebouwd, hij kon er meteen terecht. In het algemeen bestaan er lange wachtlijsten voor de RIBW.
Als dit bij ons het geval was geweest, zou ik dan snel aangehaakt zijn bij een initiatief om zelf een woonvoorziening te stichten? 
Belangrijk voor mij is de vraag in hoeverre ik als ouder de regie zou moeten blijven voeren. Bij een wooninitiatief als het Acomplex in Almere en straks het B-complex in Den Bosch houden de initiatiefnemers (familie) naar ik begrepen heb een flinke vinger in de pap. Ik zou dus met het probleem blijven zitten hoe het op de lange termijn gaat met mijn zoon, als wij, zijn ouders, er niet meer zijn. Hoe is de continuïteit gewaarborgd? Hebben de niet in de psychiatrie gespecialiseerde zorgaanbieders Triade en Cello, die nu in Almere en straks in Den Bosch de zorg leveren, voldoende ervaring in huis om dit op te vangen als er geen betrokken ouders meer zijn?
Mijn vrouw en ik hebben momenteel, zolang we er nog toe in staat zijn, voor een groot deel de regie van het leven van onze zoon in handen. Als we er straks niet meer zijn zal hij afhankelijk worden van de begeleiding van de RIBW. In Meerwijk wonen nogal wat oudere mensen die geen enkel familielid meer hebben dat zich nog om hen bekommert. Als enigen blijven voor hen de begeleiders van de RIBW over om hun leven nog enigszins richting te geven.
Een RIBW heeft bovendien ook nog de mogelijkheid van levensbestendig wonen. Er bestaan immers woonvormen speciaal voor ouderen en voor mensen met somatische beperkingen.
Mijn voorkeur voor de RIBW wordt natuurlijk erg bepaald door de beperkingen die mijn zoon heeft. Ik kan me goed voorstellen dat er ouders zijn waar zo’n keuze tussen de RIBW en particulier initiatief voor wonen en zorg anders uitpakt. Zeker als je een selectie toepast bij de toelating kun je waarschijnlijk volstaan met een gemiddeld lichtere vorm van zorgverlening. Maar het vraagstuk van de continuïteit blijft bestaan. Misschien is daarom de keuze die men in Terneuzen bij De Zeeuwse Gronden (YN 3) gemaakt heeft een goed alternatief: De familie neemt het initiatief, maar vertrouwt de zorg verder toe aan de RIBW.
 

RIBW in Nederland

Tot het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw bestonden er buiten de psychiatrische ziekenhuizen talrijke, zeer uiteenlopende voorzieningen voor psychiatrische patiënten die niet zelfstandig konden wonen, 
zoals hostels, pensions en resocialisatiehuizen. De meeste van deze voorzieningen kwamen voort uit particulier initiatief. Toen de overheid besloot dat in het kader van de vermaatschappelijking het aantal bedden in psychiatrische ziekenhuizen omlaag moest, besefte men dat dit alleen maar kon als er meer en beter toegeruste woonvoorzieningen zouden komen. Hiertoe werden door de overheid de RIBW’s opgericht die onder de GGZ kwamen te vallen. Een grote toename in capaciteit werd gerealiseerd toen vanaf 1989 de RIBW’s door de AWBZ werden gefinancierd.
Over heel Nederland verspreid zijn er momenteel zo’n 40 RIBW’s. Iets meer dan de helft hiervan is geheel zelfstandig. Van de rest is het merendeel de afgelopen jaren gefuseerd met een GGZ-instelling of een RIAGG. Daarnaast zijn er ook nog RIBW’s die weer deel uitmaken van een heel aparte organisatie. Zo hebben bijvoorbeeld het Leger des Heils en de Volksbond (de vroegere drankbestrijding) enkele beschermde woonvormen in beheer. Ook bestaan er nog woonvormen, meestal aan de rand van een psychiatrisch ziekenhuis gesitueerd, die ’beschut wonen’ of ‘sociowoningen’ genoemd worden, maar in feite ook een beschermde woonvorm zijn
In totaal wonen er in Nederland momenteel zo’n 9000 mensen in de RIBW. Het totale aantal woonlocaties is niet zo gemakkelijk te achterhalen maar bedraagt tussen de 500 en 1000.
Midden jaren ’90 onderging de RIBW een flinke verandering, de ambulante woonbegeleiding, vanaf 1999 door de AWBZ gefinancierd, kwam bij het takenpakket. De cliënt woont geheel zelfstandig maar krijgt begeleiding aan huis van de RIBW. In de begintijd werden vooral mensen na ontslag uit een beschermde woonvorm van de RIBW ambulant begeleid en zo mogelijk voorbereid op geheel zelfstandig wonen. Tegenwoordig vindt de instroom voor ambulante woonbegeleiding niet meer alleen vanuit de RIBW plaats maar ook direct via een verwijzing van de huisarts, maatschappelijk werk of een psychiatrische instelling.
In totaal ontvangen zo’n 7000 mensen via een RIBW ambulante woonbegeleiding. Naast de RIBW verlenen ook andere GGZ-organisaties zogenaamde zorg-aan-huis. Onder de noemer ambulante woonbegeleiding of begeleid (zelfstandig) wonen gaat een grote groep projecten schuil die zich richt op GGZ-cliënten die redelijk zelfstandig kunnen wonen en functioneren. De woonbegeleiding, doorgaans een beperkt aantal uren per week, wordt betaald door de AWBZ. De huur (minus evt. huurtoeslag, energiekosten en alle overige kosten voor levensonderhoud) moet de cliënt zelf betalen.
Het beschermd wonen zelf is ook aan het veranderen. Bestond in de beginjaren voornamelijk de mogelijkheid van groepswonen, tegenwoordig probeert men veel meer met ieders mogelijkheden en wensen rekening te houden en streeft men naar een meer gevarieerd aanbod aan woonmogelijkheden. De door de overheid gehanteerde norm van het aantal vierkante meters woonruimte per cliënt is ook verruimd.
Bij beschermd wonen wordt het wonen en alles wat daar bij komt kijken, het eten en de begeleiding via de AWBZ betaald. De cliënt betaalt een eigen bijdrage waarvan de hoogte afhangt van zijn inkomen. Bij het veel voorkomende inkomen van RIBW bewoners, de Wajonguitkering, blijft er zo’n 330 euro per maand over als zak- en kleedgeld. Als iemand van beschermd naar begeleid zelfstandig wonen overstapt krijgt hij het financieel nog wel eens krapper.
 
sluit venster