www.ypsilon.org ZORG 11 YPSILON NIEUWS 2 | 2026 10 ZORG Het belangrijkste is dat de professional achter ons staat en blijft staan. Bondgenoten zijn gelijkwaardig, hebben begrip voor elkaar, steunen elkaar, komen elkaar tegemoet wanneer het even tegenzit, geven en nemen. Zo’n opstelling zal voor beide partners wel even wennen zijn. Het betekent ook dat je tijd moet willen investeren in de relatie, ruimte bieden aan de verschillende behoeftes en actief luisteren naar elkaars perspectieven. Elkaar dus écht zien en horen, over en weer. Dat is voor de professional makkelijker dan het lijkt. Een empathische werkhouding, herstelgericht werken, zowel naar patiënt als naar familie, doet wonderen. Voor familie is dat ook wel even wennen, denk ik. We komen vaak net uit een crisis, of zitten er nog middenin. Of we dreigen er weer in terecht te komen. Hollen of stilstaan, soms een sprint, meestal een marathon, altijd aanstaan, aangetast zijn, wanhopig, hoopvol, eenzaam en verlaten. We missen vaak kennis of informatie die nodig is om dezelfde informatiepositie als de professional te hebben. En dan een bondgenoot voor een professional zijn? Jazeker, dat kan! Om te beginnen door ook oog te hebben voor wat hén drijft, nieuwsgierig te zijn naar hun motieven om hier te werken, een compliment te geven voor wat zij bereiken bij je naaste, door hen te vergeven wanneer zij iets vergeten. Heel veel professionals in de ggz lopen ook een marathon, staan onder druk, zitten in de overlevingsmodus. Ze kozen in de meeste gevallen voor werk in de ggz vanuit betrokkenheid en liefde voor de patiënten. Of omdat ze hun eigen ervaringen met kwetsbaarheid willen inzetten voor anderen. Ze hebben ontdekt dat hun organisatie veel tijd steekt in reorganisaties, fusies en werkmethodes die gebrekkig worden ingevoerd. Hun werk is vaak genoeg heel complex en de randvoorwaarden verre van vervuld. De confrontatie met de destructieve gevolgen van wat ernstige psychische aandoeningen in de levens van hun patiënten aanrichten is net zo goed een zware last voor hen als voor ons. Als bondgenoten met elkaar samenwerken is dat dus intensief, waardegedreven en gestoeld op wederzijds vertrouwen. Randvoorwaarden Op het niveau van de instelling, of in de regio, zijn de zakelijke belangen dominanter. Op dit niveau oefenen Familie- en naastenraden medezeggenschap uit en zijn ze de overlegpartner van het bestuur van de ggz-instelling. Ze pleiten voor de vervulling van de randvoorwaarden die nodig zijn om ook op dit niveau het bondgenootschap te realiseren. Wat hebben we dan op het niveau van de ggz-instellingen nodig? Denk aan bestuurders die het snappen en achter je staan, eigentijds familiebeleid dat écht geïmplementeerd en geborgd wordt, een cultuur waarin familie en naasten erkend worden als bondgenoten, familieambassadeurs, familie-ervaringsdeskundigen, familieavonden, familie- en naastenraden die maximaal gefacilieerd worden in hun taakvervulling, communicatiehulpmiddelen voor een actieve band tussen familieraden en hun achterban, zoals een NaastenApp. Op landelijk niveau vervullen de landelijke belangenbehartigers zoals Ypsilon, MIND, Naasten Centraal en de Kamer Familie- en naastenraden een cruciale rol. Zij moeten zorgdragen voor de versterking van het geluid van de familie. Hun boodschap moet zijn dat familie en naasten de onmisbare bondgenoot zijn op die drie niveaus. Heel concreet betekent dit dat MIND en de andere landelijke spelers bij alle landelijke samenwerkingspartners, bij media-optredens en de politiek zich ook sterk maken voor het familieperspectief. Er is dus nog werk aan de winkel. We zijn nog niet klaar. Familie als Bondgenoot, de vereniging waar ik deel van uitmaak, traint professionals om bondgenootschappen tussen professionals en familie en naasten te realiseren. De ervaringsverhalen die wij vertellen zijn daarin de kern. Daarmee raken we de harten van de professionals en brengen hen op het spoor om bondgenoot te worden en te blijven. Echo We zijn 13 jaar verder. Vele jaren heeft mijn zoon mijn vrouw en mij niet willen zien en spreken. We hadden hem erin geluisd. Hij was heel boos. Dat is inmiddels veranderd. Wij zien elkaar weer, doen dingen samen. Het laatste jaar stuurt hij mij heel veel mailtjes. Totaal onnavolgbaar, onbegrijpelijk… tot vorige week. Hij schreef: 'De tijd vliegt voorbij zou je zeggen, want het is al bijna zomer! De behandeling gaat door. Maar hoelang nog moet ik in een wereld leven zonder uitzicht op woning, sociëteit, bezigheden, uitgaven? Je zou zeggen dat alles monotoon is, zeker nu je 45 bent en op weg naar de 50. Is dit de waarheid, heb ik zoveel getouwtrek voor dit? Waar is de waarheid, hoeveel is er nog van over? Wat betekent dit voor mij hier in het ziekenhuis te verblijven en heel de dag op bed te liggen?' Dertien jaar geleden zei hij: ‘Pa, Je hoeft je geen zorgen te maken.’ Deze woorden klinken als een echo in mijn hoofd, en in mijn hart. Was het maar waar… Arie Kars Dit is de verkorte versie van de lezing die Arie Kars gaf op de MIND Familie- en naastendag op 11 april in Amersfoort. Hollen of stilstaan, soms een sprint, meestal een marathon, altijd aanstaan Bondgenoten in de ggz Dit was in 2013. Dit fragment over mijn zoon is typerend voor wat veel ouders overkomt in de ggz. Ik ben actief geworden in de ggz toen mijn zoon psychotisch werd en later werd ge- diagnostiseerd met schizofrenie. In ver- schillende rollen: eerst als mantelzorger, samen met mijn vrouw, later als ervaringsdeskundig familielid. Ik vertel episodes uit mijn levensverhaal aan professionals in de ggz. Dat doe ik als lid van Familie als Bondgenoot, op regionaal niveau als voorzitter van de Familieraad bij Parnas- sia en op landelijk niveau als voorzitter van MIND Kamer Familie- en naastenraden. Geven en nemen De rol van familie en naasten is heel belangrijk voor het herstel van mensen met een ernstige psychische aandoening. Deze groep bestaat uit ongeveer 280.000 mensen. Het grootste deel van hen ontvangt ambulante zorg. De psychische aandoeningen van deze mensen hebben een grote impact op hun identiteit, gezondheid en participatie én hebben grote impact op de levens van hun naasten - al snel een groep van ruim 1 miljoen mensen. Een sterk en steunend netwerk om de patiënt heen is cruciaal voor diens herstel. Dat is inmiddels onbetwist, wetenschappelijk aangetoond en verwerkt in de zorgstandaard Naasten. Wat hebben familieleden nodig om van betekenis te zijn in dat herstelproces van hun naasten? Ten eerste informatie: over de ziekte zelf, over de gevolgen daarvan, over de ggz, over de spelregels binnen die wereld. Daarnaast is een goede bejegening nodig. Familie echt zien en waarderen in de fases van hun eigen herstelproces, een vriendelijke, warme en gastvrije verwelkoming. Ook essentieel is ondersteuning, voorlichting, lotgenotencontact. Familie is soms net zo goed in crisis als de patiënt. En tot slot een goede samenwerking. Zie familie als bondgenoot. Ik spreek nu met opzet over ‘bondgenoot’ en niet over ‘samenwerkingspartner.’ In de literatuur over dit onderwerp lees je altijd over ‘samenwerken met naasten.’ Voor mij is ‘samenwerken’ meer een zakelijke omschrijving van een relatie. Wanneer je bondgenoot bent, dan heb je het over een sterke, vaak langdurige en persoonlijke verbintenis, gebaseerd op vertrouwen en gedeelde waarden. We zijn geen bondgenoot van onze naasten. Familiebanden bestaan, of je het wilt of niet. Bondgenoten word je omdat je dat wilt en daartoe besluit. Ik pleit voor een bondgenootschap tussen familie en de hulpverleners. Professionals moeten bondgenoten van familie en naasten zijn. Mijn zoon zegt: ‘Pa, je hoeft je geen zorgen te maken.’ Hij kijkt me strak aan, zijn ogen glinsteren, hij ziet er goed uit. Mooi colbert, vlotte broek, snelle sneakers. Hij ziet mijn gezicht, ik kijk hem vol ongeloof aan. De kliniek waarin hij verblijft organiseert een zomerbarbecue. Wij zijn als ouders te gast. Hij heeft me net verteld dat hij voor een medepatiënt, een jonge vrouw, nieuwe kleren heeft gekocht. En voor een andere medebewoner een laptop. ‘Waar betaal je dat van’, prevel ik. Na de crisisopname en verblijf in de separeer is hij nu op de verblijfsafdeling. Aan het opknappen. Geld heeft hij niet. 'Pa, je hoeft je geen zorgen te maken.’ Die glinstering in zijn ogen, zijn blijdschap, zijn trots. Sinds enkele jaren is hij Jezus en dan wil je goed voor je discipelen zorgen. En wanneer ze jou volgen word je blij. Daar mag je best iets voor over hebben. Hij verbood mij hierover met zijn behandelaar te praten. ‘Ik wil jouw betutteling niet’, zei hij. Ik wilde de behandelaar spreken, maar mocht dat niet van mijn zoon. Ik stond machteloos aan de kant.
RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=