Mijn reis als naaste Ellen van der Mee is contextueel therapeut (relationeel gezinstherapeut) én moeder van een zoon met psychosegevoeligheid. In YN schrijft ze over de interactie tussen moederschap en haar rol als hulpverlener. © Met een rugzak vol ballast, trauma en verlieservaringen op mijn reis, kwam ik er met de nodige succeservaringen én ontberingen achter, dat ik uiteindelijk de therapeut en hulpverlener ben geworden die ik zelf onderweg zo hard nodig had! Van jongs af aan ben ik leergierig én nieuwsgierig geweest, in de positieve zin van het woord. Altijd op zoek naar nieuwe werelden, waarheden en invalshoeken. Niet voor niets heb ik lang gestudeerd en volgde ik allerlei trainingen, lezingen en seminars. Mijn motto was: ‘later als ik groot ben, wil ik een zachte, liefdevolle en vooral inspirerende therapeut worden!’ Té vaak had ik collega’s ervaren bij wie cliënten met één probleem naar binnen gingen en met meerdere problemen de praktijk weer verlieten. Om als hulpverlener mijn eigen jeugdtrauma, gezinsproblematiek en relatie-issues op te ruimen, ben ik door de jaren heen - en nog steeds - op weg naar de mooiste versie van mezelf. Niet langer meer voor mijn werk, carrière of externe doelen, maar uit nieuwsgierigheid naar mezelf, naar wie ik ten diepste ben. Nieuwsgierig naar mijn familielijn en mijn eigen rol als moeder. In het bijzonder als toekomstgeschenk aan mijn kinderen. Wetend dat de stenen die ik onderweg opruim op mijn levenspad, voorkomen dat mijn zonen daar nogmaals onnodig over zullen struikelen in hun leven. Ongeacht of zij dit ooit zullen beseffen. Transformatie De praktijk bleek echter weerbarstiger. Achteraf gezien kan ik stellen dat de eerste psychose van mijn oudste zoon een kantelpunt is geweest. Mijn verwachtingen voor de toekomst moest ik grondig bijstellen. Mijn werk kreeg een andere dimensie, mijn grenzeloze zorgpatronen namen destructieve vormen aan. Angsten en jeugdtrauma die hun oorsprong vonden in mijn gezin van herkomst, drongen zich op. Wat tot dan toe niet gehoord en gezien was, manifesteerde zich in mijn lijf, wachtend op heling. Uiterst subtiel werd mijn moederrol ingenomen door de hulpverlener in mij. Vanuit de intentie dat voor mijn kind alléén het allerbeste goed genoeg was, ging ik op weg, vastbesloten alles wat ik in me had te geven. Hoe meer mijn moederrol in de opeenvolgende psychotische episodes begon af te brokkelen, hoe creatiever mijn professionele overlevingsmechanisme werd. Bewindvoering, mentorschap, casemanager, alles waarbij ik van enige betekenis kon zijn, werd ingezet. Daarna werd het stil. Uitgeput dreigde ik mezelf te verliezen in fysieke pijn en angsten. Het leven had mij letterlijk stilgezet. Mijn leergierigheid en nieuwsgierigheid werden mijn redding. Nieuwsgierig naar wat er gehoord en gezien wilde worden in mijn diepste pijn, leerde terug te keren naar mezelf. Van hulpverlener naar moeder, van zorgen naar ont-zorgen. Wat zijn zoon deed en zei in zijn psychose voelde niet langer persoonlijk. Langzaam leerde ik liefdevol afscheid te nemen van de professional in mij, die ik zo nodig had om mij op mijn levenspad te helpen. Ik leerde dat in het grenzeloos zorgen voor anderen, ook het onvermogen lag verborgen om liefdevol voor mezelf te zorgen. Inmiddels is er ruim zes jaar algehele radiostilte tussen mijn zoon en mij. Regelmatig stuur ik hem licht en liefde. Inmiddels weet ik dat het goed is. Dat deze stilte hem ruimte geeft om zijn eigen pad te vinden, ook al maak ik er als moeder niet langer deel van uit. Mijn broer is inmiddels 69 jaar. Ik ben zijn eerste contactpersoon. Zorg reikt bij hem verder dan alleen de ggz-problematiek. Op latere leeftijd kreeg hij de diagnose Ataxie SCA6. Ondanks dit alles is hij een tevreden mens. Hij is blij dat hij nog steeds zelfstandig woont. Natuurlijk ben ik ook blij voor hem, maar uiteraard ook met de nodige zorgen. Deze zorgen kan ik gelukkig delen. Ik tref het met de zorgverleners van mijn broer! Sander van den Burg, zijn SPV’er bij Mentrum, is net als zijn voorganger heel benaderbaar. Ik heb een telefoonnummer, kan bellen, appen en ook mailen als dat handiger is. Eens per jaar gaan wij samen naar Sander en verpleegkundig specialist Anja Lek, die ook al jaren betrokken is. Alles is bespreekbaar. Zelfs een vraag of een voorstel over medicatie wordt niet ontweken. Wim heeft er totaal geen moeite mee dat ik overal vanaf weet. Ik weet dat ik daar geluk mee heb en dat daar bij andere naasten vaak de schoen wringt. Toch ken ik ook naasten waarbij het, zelfs als er toestemming van de cliënt is, niet vanzelfsprekend is dat er met ze wordt samengewerkt. Hulpverleners blijven het ingewikkeld vinden. Een vervolggesprek over het belang van samenwerken met naasten zit er vaak niet in. Evidence based Er is veel onderzoek waaruit blijkt dat samenwerken, ondersteunen en trainen van naasten een positieve bijdrage kan leveren aan het herstel van iemand met een psychische uitdaging. Bijzonder, want evidence-based practices (bewezen effectieve behandelingen) worden op alle fronten in de ggz als standaard gebruikt. Zo’n zorgstandaard voor naasten is er wel, maar wordt niet overal als vanzelfsprekend gebruikt. Cliënten zouden er heel vaak wel bij varen. En naasten ook! Dat het ook anders kan blijkt uit onderstaand stuk van Sander van den Burg. Marja Hasert Samenwerken met naasten, het kan echt Ataxie (SCA6) is een zeldzame, erfelijke neurologische aandoening die leidt tot het langzaam afsterven van zenuwcellen in de kleine hersenen (het cerebellum). Dit veroorzaakt problemen met de coördinatie, de fijne motoriek en de balans. Bij de meeste afdelingen van Arkin is er een naastenconsulent. De consulent is goed op de hoogte van het naastenbeleid, houdt het triadisch werken onder de aandacht en kan bijvoorbeeld met een naaste in gesprek gaan, ook als de cliënt niet wil dat naaste betrokken wordt bij de behandeling. Bij Arkin werken we volgens de ggz-standaarden. Voor ons naastenbeleid volgen we wij de zorgstandaard Naasten. Samenwerking met en ondersteuning van naasten is een belangrijke stap in de erkenning van de rol die naasten hebben in het herstelproces van mensen met psychische problematiek. Psychische aandoeningen raken niet alleen de cliënt, maar ook zijn of haar naasten: partners, ouders, (volwassen) kinderen, vrienden, broers en zussen. Daarom is het belangrijk om in de zorg aandacht te hebben voor deze naasten, met hen samen te werken en hen waar nodig te ondersteunen. De samenwerking met naasten staat in dienst van het herstelproces van de cliënt. Zijn of haar wensen staan centraal, evenals het behoud van zijn of haar netwerken en de veerkracht van naasten. Bespreek met cliënten in elke zorgfase de relatie met de naasten en geef aan dat samenwerken het beste is voor de behandeling. Binnen Ondersteuning en Herstel vinden wij het belangrijk dat familieleden en andere naasten betrokken zijn bij de begeleiding. In het geval van Wim merken wij dat de samenwerking met zijn zus en zwager veel voor hem betekent en van grote waarde is. Hun steun draagt eraan bij dat Wim zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen. Sander van den Burg, SPV Mentrum Zorgstandaard Naasten ERVARING 6 www.ypsilon.org YPSILON NIEUWS 2 | 2026 7 COLUMN
RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=