YPSILON NIEUWS 2 | 2026 25 WIE-IS-WIE www.ypsilon.org 24 ERVARING Ik ben Francine Dehue, 69 jaar, en heb in een ver verleden psychologie gestudeerd. Daarna ben ik als docent gaan werken bij de faculteit Psychologie van de Open Universiteit. In die jaren heb ik een groot aantal studenten begeleid bij hun studie, diverse cursussen ontwikkeld en gegeven en onderzoek gedaan naar de oorzaak en de gevolgen van cyberpesten. De laatste tien jaar van mijn werkzame leven heb ik mij vooral verdiept in de klinische psychologie. Dat heeft mij inzicht gegeven in de vele psychologische aandoeningen die mensen kunnen ontwikkelen en de gevolgen daarvan, niet alleen voor de betrokkenen zelf maar ook voor hun naasten. Als naaste heb ik ervaren hoe moeilijk het is om op een juiste manier om te gaan met de psychische problematiek van iemand die dicht bij je staat en om je eigen leven op de rails te houden. Sinds november 2023 ben ik met pensioen. Omdat ik voorzag dat ik mijn werk heel erg zou missen, ben ik vanaf die tijd redactielid geweest voor een boek over de diagnostiek en de behandeling van diverse psychische aandoeningen. Door dat redactiewerk ontdekte ik mijn nieuwe passie: het kritisch lezen en verduidelijken van teksten. Toen dat boek afgerond was ben ik op zoek gegaan naar vrijwilligerswerk. Ik kwam bij Ypsilon terecht, waar iemand gezocht werd voor YN. Daar ben ik met veel plezier mee aan de slag gegaan. Ik zal ook op zoek gaan naar interessante onderzoeken waar naasten iets aan hebben en daar in YN iets over vertellen. Wie is Francine Dehue In ‘Wie is wie’ stelt YN nieuwe redactieleden, personeels- en bestuursleden aan je voor. Welk gezicht schuilt achter welke naam? Voor welke zaken kun je bij ze terecht? Ditmaal het woord aan Francine Dehue, redactielid bij Ypsilon. Ik sloeg mijn armen om hem heen. Zijn lichaam voelde koud en hard, bijna als steen. Ik zei dat alles goed zou komen. Zelf geloofde ik er geen woord van. Daarna deed ik de afwas, controleerde of de kinderen sliepen en ging in het donker liggen, luisterend naar zijn ademhaling in de kamer ernaast. Niemand vroeg: en hoe gaat het met jou? Nachtelijke telefoontjes Mijn naam is Natalia. Twintig jaar lang was ik de partner van een man met schizofrenie. We leerden elkaar kennen via brieven - hij in Nederland, ik in Oekraïne. We trouwden en kregen twee kinderen. Tien van die twintig jaar was hij ziek. Uiteindelijk gingen we uit elkaar, maar de ziekte bleef in ons leven. In nachtelijke telefoontjes. In honderden verwarde berichten. In onze kinderen, die op een dag zijn nummer blokkeerden omdat ze het niet meer aankonden. Jaren later sprong Patrick voor de trein. We waren al lang gescheiden. Ik was inmiddels getrouwd met een andere man. Maar toen zijn moeder mij belde, hoefde ze niets uit te leggen. Ik hoorde het aan haar stem. Ik ging op de grond zitten en huilde zoals ik in geen jaren had gehuild. Wanen vertalen Ik schrijf dit niet om medelijden op te wekken. Ik schrijf dit omdat ik in al die jaren nooit een verhaal heb gelezen waarin ik mezelf herkende. Geen medisch handboek. Geen folder met een telefoonnummer. Maar een stem die zegt: ik weet hoe het is. Hoe het is om jarenlang tegen vrienden te zeggen dat het wel gaat. Om geld te verbergen omdat hij niet kan werken, maar jij hem dat niet kunt zeggen. Om zijn wanen te vertalen naar menselijke taal en menselijke taal weer terug naar zijn wereld. Om kinderen uit te leggen waarom hun vader dingen zegt die niemand begrijpt. Niemand vroeg: en hoe gaat het met jou? Op de keukentafel lag een houten letterblokje. Oud, afgesleten door de tijd. Mijn man had het meegenomen uit Londen. Hij was daarheen gevlogen nadat hij op het vliegveld zijn ticket naar Rome had weggegooid. In zijn hoofd zat een huurmoordenaar achter hem aan. In werkelijkheid bestond die niet. Hij had in een verlaten huis geslapen. In een tuin waar een vos was langsgekomen, vond hij dit blokje. Hij geloofde dat de letters een boodschap vormden. Dat hij ze moest ontcijferen. tekst Natalia illustratie Anna Wikje Roorda Boersma Ik heb mezelf gezocht in bibliotheken, in boekwinkels, online. Overal vond ik boeken over depressie, over verslaving, over burn-out. Nergens vond ik mijn eigen verhaal. Over het leven naast schizofrenie bestond niets. Alsof wij niet bestaan. Alles bij elkaar houden Weet je wat het meest blijft hangen? Niet de crises. Niet de ambulance. Niet de psychose. Maar het gewone leven. Je wordt ’s ochtends wakker en de eerste gedachte gaat niet over jezelf. Heeft hij zijn medicijnen genomen? Hoe is het vandaag met hem? Kan ik hem alleen laten met de kinderen? Kan ik naar mijn werk? Elke ochtend dezelfde afweging, hetzelfde rekenen, hetzelfde inslikken. Op een gegeven moment merk je dat je zelf ophoudt te bestaan als afzonderlijk persoon. Je naam verdwijnt. Je wordt een functie: degene die alles bij elkaar houdt. Het gezin. Hem. De kinderen. En pas daarna - als er nog iets overblijft - jezelf. Eén keer, in de wachtkamer van een psychiater, ontmoette ik de blik van een oudere vrouw. We zeiden niets. Maar we wisten het allebei. Het was het enige moment in twintig jaar dat ik het gevoel had: iemand ziet mij. Boek Als je dit leest en jezelf herkent - dan is dit voor jou. Ik schrijf een boek, in het Nederlands en in het Russisch, omdat ik wil dat er eindelijk een plek bestaat waar ons verhaal verteld wordt. Niet als handleiding. Als herkenning. Als bewijs dat we er zijn. Mij ontbraken slechts enkele woorden. De eenvoudigste woorden in elke taal: En hoe gaat het met jou? Ik zei dat alles goed zou komen. Zelf geloofde ik er geen woord van
RkJQdWJsaXNoZXIy NzkyMjk=