Rechterlijke Machtiging (RM)
De Rechterlijke Machtiging (RM) wordt gebruikt wanneer een gedwongen opname nodig is, maar er geen sprake is van een acute crisissituatie. Voor meer nijpende kwesties bestaat de spoedprocedure van een Inbewaringstelling (IBS). Het traject van de RM verloopt wat trager; een gedwongen opname kan daarna ook langer duren. Over de gedwongen opname is elders op deze Helpdesk al veel gezegd. Hier staat de feitelijke procedure nog een op een rij.
criteria
aanvraag
geneeskundige verklaring
uitvoering
opname en daarna
Criteria
Een gedwongen opname kan pas plaatsvinden als de vijf criteria gelden die de Wet BOPZ stelt. Het gevaar is bovendien niet zo onmiddellijk en dreigend dat eigenlijk een spoedprocedure (IBS) moet plaatsvinden.
Aanvraag
Wie mogen er om een RM verzoeken? Dat kan de officier van justitie zelf op eigen initiatief doen, 'ambtshalve' heet dat.
Maar ook de familie kan dat doen. Het begrip familie moet daarbij ruim worden opgevat. De wet BOPZ hierover:
- de echtgenoot of degene die een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft met de patiënt;
- elk meerderjarige familielid in de rechte lijn en in de zijlijn tot en met de tweede graad. Dat wil zeggen geen schoonfamilie, maar wel directe ooms of tantes, kinderen, kleinkinderen, ouders, grootouders, broers of zusters;
- de voogd of curator.
Anderen, hulpverleners en 'buitenstaanders', kunnen de officier van justitie wel vragen om 'ambtshalve' een vordering bij de rechter in te stellen. Formeel ligt het initiatief dan dus bij de officier, terwijl feitelijk anderen hem daar om verzoeken. Dat is meestal de weg waarlangs een vordering verloopt.
Ook als de patiënt al opgenomen is, maar niet langer mee wil werken, moet de gehele procedure worden doorlopen. Het is dus niet voldoende dat artsen aangeven dat het nodig is dat persoon in kwestie opgenomen blijft.
De 'verzoekers' moeten zich richten tot de officier van justitie van de rechtbank in het arrondissement van de werkelijke woon- of verblijfplaats van de patiënt. Als de patiënt al in behandeling was, telt de vestigingsplaats van het ziekenhuis waarin die behandeling plaatsvond.
Over het familieverzoek is nog op te merken dat de officier in voorkomend geval verplicht is een vordering bij de rechter in te stellen; dat geldt niet als anderen hem daar om verzoeken. De officier kan het familieverzoek alleen weigeren als hij van mening is dat het verzoek kennelijk ongegrond is, of wanneer in het voorafgaande jaar al een vordering over dezelfde persoon werd afgewezen en uit het verzoek geen nieuwe feiten blijken.
Geneeskundige verklaring
Om de 'stoornis der geestesvermogens' aan te tonen moet het verzoek of de vordering vergezeld gaan van een geneeskundige verklaring. Hierin moet ook worden aangetoond dat de betrokkene gevaar veroorzaakt (of dreigt te veroorzaken), dat niet zonder personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend. De arts of psychiater moet bovendien een duidelijk verband tussen het (dreigend) gevaar en de stoornis aangeven. Deze verklaring moet van een 'onafhankelijk' arts of psychiater komen, een deskundige die niet bij de behandeling van de patiënt is betrokken. Deze overlegt zo mogelijk eerst met de huisarts en de behandelend psychiater. Als dat niet mogelijk is, vermeldt hij de reden daarvan in de verklaring.
Wanneer de patiënt al in een ziekenhuis was opgenomen, moet de geneesheer-directeur (verantwoordelijke arts) de verklaring afgeven.
De verklaring mag niet meer dan vijf dagen oud zijn.
Uitvoering
Wanneer al deze stappen zijn gezet, stelt de officier bij de rechter een vordering in tot het verlenen van een machtiging. De rechter voegt betrokkene dan een raadsman toe. De rechter zal van een aantal betrokkenen willen horen hoe de situatie precies in elkaar zit. Hij laat zich voorlichten door de verzoeker, de familie, de behandelend arts of psychiater, andere getuigen en deskundigen, maar ook door de patiënt zelf. De rechter moet hem eventueel in het ziekenhuis opzoeken. Alleen de patiënt zelf kan laten weten dat hij niet mee wil werken; het is niet voldoende als een familielid of kennis dit de rechter laat weten.
De rechter bepaalt welke mensen daadwerkelijk gehoord worden. Dat kunnen natuurlijk ook mensen zijn waar de patiënt om gevraagd heeft.
Er volgt 'zo snel mogelijk' een beslissing. Wanneer de patiënt al in een ziekenhuis was opgenomen, is deze termijn op maximaal drie weken gesteld.
Het is niet mogelijk tegen de beslissing in hoger beroep te gaan.
Opname en daarna
Binnen twee weken na het besluit van de rechter moet de patiënt opgenomen zijn (daarna is de machtiging niet meer geldig). Daarom heeft de officier van justitie de bevoegdheid een ziekenhuis eventueel te dwingen tot opname.
In de praktijk is het de vraag of een officier dat zal doen als het ziekenhuis vol is. Dat zou betekenen dat iemand anders naar huis gestuurd moet worden.
De regeling is beduidend minder mooi dan hij lijkt. In de praktijk zal een officier van justitie waarschijnlijk niet eens aan een vordering beginnen wanneer er geen plaats beschikbaar is voor een opname. De opname via een RM kan maximaal zes maanden duren (de rechter kan ook een kortere termijn voorschrijven). Daarna of eerder kan natuurlijk ontslag volgen, of krijgt de behandeling een vrijwillig karakter.
De periode kan echter ook worden verlengd, mits de criteria nog steeds van toepassing zijn. Zo'n eventuele machtiging tot voortgezet verblijf heeft een geldigheidsduur van maximaal een jaar. Als de patiënt uiteindelijk al meer dan vijf jaar (ononderbroken) in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, kan de periode worden verlengd met steeds twee jaar.
Ook voor deze verlenging is het de officier van justitie die de vordering in moet stellen. Hij doet dit in de vijfde of zesde week voor de afloop van de lopende machtiging. De geneesheer-directeur van het psychiatrisch ziekenhuis moet nu de geneeskundige verklaring opmaken. Bovendien moet de officier een afschrift van het behandelplan kunnen overleggen, en gegevens over de eventuele toepassing van dwangbehandeling. Mochten er stukken ontbreken, moet de reden daarvan worden aangegeven.
De vordering moet worden ingesteld bij de rechtbank van het arrondissement waarin het ziekenhuis ligt. Dit kan dus in een andere plaats zijn dan de woonplaats van de patiënt.
Ook tegen de nieuwe uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Een belangrijke opmerking ten slotte: gedwongen opname betekent nog niet dat er sprake is van gedwongen behandeling! Dit kan tot gevolg hebben dat de patiënt alleen maar wordt 'weggeborgen', zonder uitzicht op enige verandering.


(nog) geen diagnose